Barneveld, dorp met de groene eieren
Groene eieren sieren de etalageruiten in het centrum van Barneveld. Het getal in de sticker geeft aan hoeveel jaar een winkel bestaat. „Het ondernemerschap wordt van generatie op generatie met de paplepel overgedragen.”

Restaurant Het Schaap: 160. Bakkerij Koot: 156. Erkens Drankenspeciaalzaak: 155. Baas Opticiens: 154. Van der Woerd Schoenen: 136. Dertien zaken in de winkelstraten van Barneveld bestaan meer dan een eeuw. Veel andere winkels kunnen zich beroemen op drie, vier, vijf of negen decennia. En dat willen ze weten ook. Een groen ei op de winkelruit vermeldt het aantal jaren.
Origineel is het niet. Marco Romeyn van Romeyn Tailors zag dergelijke stickers in een winkelstraat in de Duitse stad Aken en gaf dat als suggestie ter navolging door aan de Barneveldse Middenstandsvereniging. „Beter goed gejat dan slecht bedacht”, vindt voorzitter Simone Giele. „En voor het Barneveldse tintje is de vorm van een ei gekozen.”

Romeyn was met zijn gezin een dagje uit in Aken. „Mijn kinderen van 16 en 18 waren meteen enthousiast en nieuwsgierig. Ze stapten winkels binnen en vroegen de eigenaren de hoeveelste generatie zij waren en of de inrichting altijd al zo was.”
Ook in zijn eigen zaak geeft het groene ei met het getal 127 gespreksstof. „Klanten halen herinneringen op aan hoe het vroeger in onze winkel was.” Romeyn is van de vierde generatie. Zijn overgrootvader begon in 1898 een manufacturenzaak.
Gespecialiseerd
Met de groene eieren willen de middenstanders Barneveld nog meer op de kaart zetten. „Ons centrum heeft een heel gevarieerd winkelaanbod met service en persoonlijk contact”, zegt Giele. „Mensen kunnen hier terecht voor zowel de dagelijkse boodschappen, ook voor de wat luxere, als voor het gezellige winkelen, voor mode en elektronica. En er zijn unieke winkels, gespecialiseerd in accordeons, hoeden, kousen of naaimachines. Klanten komen er speciaal voor, zelfs uit het hele land. Juist door dat eigen assortiment is Barneveld niet inwisselbaar met een willekeurig ander dorp. In veel steden verdwijnen de elektronicawinkels. Hier zijn er drie, die allemaal goed lopen. Barneveld kent veel bakkers, twee groenteboeren, twee slagers.”
Enkele filiaalwinkels telt Barneveld wel, waaronder een Bruna, een Hema, Ziengs, Scapino en de Action, maar een Primark of een H&M wordt volgens Giele niet gemist. „Daar hebben we niet eens de ruimte voor. De kracht van Barneveld is dat we zonder dat soort grote zaken al een aantrekkelijk assortiment hebben. En er zijn veel meer winkels dan menigeen denkt, ruim tweehonderd. De laatste maanden trekt Barneveld veel bezoekers door de musical 40-45. Vooraf lopen mensen die naar deze musical gaan vaak even het dorp in. We krijgen veel reacties dat ze onder de indruk zijn van het winkelbestand. Van hen en ook van toeristen horen we dat ze graag nog eens terugkomen.”

Binding
„Een compleet scala aan kwaliteitswinkels, die voor het overgrote deel worden gerund door zelfstandige winkeliers”, schetst Romeyn het centrum van Barneveld. „Filialen van grootwinkelbedrijven zijn hooguit aanvullend, in plaats van dat ze de boventoon voeren, zoals in veel winkelstraten in het land het geval is.”
Marcel Wijnen, directeur van Rabobank Gelderse Vallei, ziet een combinatie van factoren waardoor Barneveld zich onderscheidt. „Het winkelaanbod is inderdaad heel divers en compleet. De zelfstandige ondernemers vinden persoonlijke service belangrijk. Het centrum is bovendien vrij compact: een stratendriehoek, met op iedere hoek een groot parkeerterrein. Barneveld ligt gunstig langs de A30 en de A1 en is dus ook van elders goed bereikbaar. Er is veel horeca en toerisme, ook dat werkt mee.”
De Barneveldse winkeliers weten de eigen bevolking goed aan zich te binden. Volgens een recent onderzoek (Koopstromen Oost-Nederland 2023) doet 88 procent van de inwoners van de gemeente Barneveld de dagelijkse boodschappen in de eigen gemeente. Landelijk ligt het gemiddelde op 83 procent. Voor specifieke aankopen als mode en elektronica is de lokale binding 60 procent tegenover landelijk 43 procent. „Gewoon omdat hier veel voorhanden is”, aldus Wijnen. „Men hoeft er niet voor naar de grote stad.”

Zilveren sloten
Nogal wat winkels hebben daarnaast veel klanten uit een brede straal om Barneveld. Marco Romeyn spreekt zelfs van 75 procent. „Ook uit het Gooi komen ze naar ons toe, voor het assortiment en de persoonlijke benadering. We kennen bezoekers van de jaarlijkse Oud-Veluwse Markt die steevast op één van de donderdagen bij ons kleding komen kopen. Er groeit een band. We weten ondertussen wat ze wensen.”
Boekhandel Gebr. Koster heeft ook veel toeloop uit een grote regio. „Zeker op vrijdagavond en zaterdag komen onze klanten overal vandaan”, zegt Rietje Koster-van Wolfswinkel. „Bijbeltjes met zilveren sloten zijn onze specialiteit. We hebben een ruime keuze. Dat trekt. En mensen van buiten Barneveld doen vaak meteen een rondje centrum. Even naar Rosedale voor kleding, naar De Linde voor een hoed, naar Wester Beenmode. Als reformatorische ondernemers hebben we wat dat betreft gemak van elkaar. Ook de modezaken van Kuijt of Hootsen in Kootwijkerbroek zitten dichtbij.”

De Barneveldse middenstand profiteert verder van aanpalende sectoren. Wijnen: „Rondom het centrum zitten toonaangevende speciaalzaken op het gebied van keukens, badkamers, woninginrichting en zonwering. Klanten komen bijvoorbeeld uit de Randstad en gaan na de keukenshowroom nog het centrum in. Daar pikken winkeliers een graantje van mee.”
Ook Wijnen mist de grootwinkelbedrijven niet. „De Hema is een waardevolle aanvulling in het centrum. En een kleine Zara erbij zou niet misstaan. Het Barneveldse centrum heeft geen megapanden voor een grote speler als Primark, maar die zou ook niet passen in de sfeervolle, warme, knusse, dorpse winkelervaring die Barneveld nu biedt.”
Zeven hofleveranciers
Het valt de Rabobank-directeur op dat veel Barneveldse winkels die al decennia bestaan familiebedrijven zijn. „De detailhandel en het ondernemerschap worden van generatie op generatie met de paplepel overgedragen. En als je dat goed doet, levert dat natuurlijk een trouwe klantenkring op.”
Romeyn tekent daarbij aan dat Barneveld zeven hofleveranciers heeft, waaronder Romeyn Tailors. „Zeven. Dat zegt wat over Barneveld als koopcentrum. Je moet al een eeuw bestaan om hofleverancier te kunnen worden. Barneveldse ondernemers zijn gericht op continuïteit. En ondernemen is ook op z’n tijd vernieuwen om steeds weer relevant te zijn voor de consument.”
„Inderdaad”, reageert Wijnen. „Geen enkele winkelier houdt het langer dan een eeuw vol zonder zich aan te passen en te vernieuwen. Winkels hebben misschien een historisch ogende gevel, omdat ze in een oud pand gevestigd zijn, maar je stapt wel een frisse en bijdetijdse zaak binnen. Eén oud familiebedrijf maakt nog geen aantrekkelijk centrum, maar als er meerdere zijn, zoals hier in Barneveld, dan versterken ze elkaar, vooral als ze verspreid zijn over diverse branches. Er wordt ook samengewerkt en men gunt elkaar omzet. Zo heeft Romeyn Tailors schoenen van Soeterboek in de winkel staan, eveneens een hofleverancier.”
Samenwerking is er ook als het tegenzit. Romeyn: „Veel panden zijn in handen van plaatsgenoten. Die zijn flexibeler dan grote investeerders. We zagen dat in coronatijd, toen er met het oog op de terugvallende winkelverkoop toch wat makkelijker huurkorting werd verleend dan beleggers dat zouden doen. Dat gebeurde ook twintig jaar geleden toen internet erg in opkomst was en winkels minder verkochten. Ook toen werden huurprijzen aangepast.”
Recessies
Leegstand is er in de Barneveldse winkelstraten amper, benadrukt Giele. „Maar mochten er panden leeg komen te staan, dan is het goed om te bedenken dat nieuwe ondernemers zich graag ergens vestigen waar het economisch klimaat goed is. En hoe kun je dat beter aantonen dan door te laten zien hoe lang winkels hier al zitten? Dan kun je in Barneveld blijkbaar de kost verdienen. Winkels die vijftig jaar of langer bestaan, hebben wel wat recessies meegemaakt en ze hebben het toch gered.”
Eieren met een hoog getal wekken ook bij de consument vertrouwen, stelt Wijnen. „Die winkels moeten wel veel tevreden klanten hebben. Ze leveren kwaliteit en als er een keer iets niet naar je zin is, kun je terugkomen, want ze geven service. Ze zijn geen eendagsvliegen die misschien over drie maanden weg zijn.”
Boekhandel Koster heeft 46 in het ei staan. In 1979 begonnen de domineeszonen Joop en Chris de winkel annex uitgeverij. Klanten reageren weinig op het ei, zegt Rietje Koster. „Waarschijnlijk doordat we vorig jaar uitgebreid hebben stilgestaan bij ons 45-jarig jubileum. Onze klantenkring weet dat. De groene eieren zijn desondanks een leuk idee. Als ik door het dorp loop, komt voor mij de geschiedenis van veel winkels tot leven. Soms vraag je je af of een ‘nieuwkomer’ het hier wel gaat redden. Maar dan zie je aan het ei dat zo’n zaak ook alweer een paar jaar bestaat.”
Vond u dit artikel nuttig?
- Meer over
- Content
- In de regio Midden-Nederland