Tijdreis van tien eeuwen door het hart van ons land
Voor een (gezins)uitje naar Utrecht heb je weinig nodig; zeker als je eventuele kroost er niet bekend is. Heel de dag kunnen alle generaties zich daar –zelfs al tijdens de treinreis– vergapen aan de omgeving. Gewoon op straat. Of een paar meters lager, natuurlijk.

De aangekondigde vertrektijd van 11.00 ’s ochtends vanaf de Oudegracht in Utrecht lijkt makkelijk te halen, maar om duistere redenen rinkelt de wekker op vrije dagen minder nadrukkelijk dan wanneer de arbeid roept. Dus haasten we ons na een verlate aankomst vanaf het station door de straten van Utrecht. De wandelnavigatie werkt moeizaam tussen de hoge gebouwen en overkappingen, toch bereiken we enkele minuten vóór vertrek de locatie waar we moeten zijn.
De ijverig meestappende kleuters Micha (4) en Joas (6) hebben zich dapper geweerd, maar we moeten nog één hindernis nemen: een smalle, steile stenen trap omlaag, naar de werven, 5 meter onder straatniveau. Daar dobbert de Bernard Schuttevaer, onze rondvaartboot, aan de kade.

Aan boord
We staan meteen op zo’n beetje het oudste deel van Utrecht: dit deel van de Oudegracht gaat al ruim duizend jaar mee. De werven (brede kades, iets hoger dan het wateroppervlakte) en werfkelders (opslag- en doorvoerruimtes onder de hoge en dus droge straten) ontstonden de eeuwen erna. Zo konden handelaren hun koopwaar zonder al te veel gezeul op de wal en in de kelders van de aangrenzende grachtenpanden krijgen.
Op deze herfstdag is het rustig. Kapitein Carla laat veertien personen de boot op, terwijl er tachtig mee kunnen. „De zomervakanties zijn het drukst. Als je rustige tochten wilt, moet je juist in de koude seizoenen komen.” Intussen zit je aan boord warm en droog. Zonder veel herrie verlaat de Bernard Schuttevaer de kade: sinds 2016 mogen alleen emissievrije rondvaartboten de stadsgrachten op.
De kapitein kan haar stem sparen: een omroepsysteem somt onderweg alle langsglijdende bezienswaardigheden in meerdere talen op. Carla’s vinger wijst enkel ter ondersteuning de juiste kant op. Naar stadskasteel Oudaen, bijvoorbeeld, een versterkt middeleeuws huis, dat dateert van 1296.
Schuin ertegenover staat nog zo’n “kasteel”: Drakenburg, mogelijk het oudste pand van Utrecht, met delen uit de elfde of twaalfde eeuw. Eeuwenlang was het in handen van de ridders van Drakenburg, ook bekend van Kasteel Drakensteyn, de huidige woning van prinses Beatrix bij Lage Vuursche. Het jaartal 1968 in Romeinse cijfers op de Utrechtse trapgevel verraadt dat de middeleeuwse uitstraling van de buitenzijde een knappe reconstructie uit de vorige eeuw is.

Herrie
De scheepsaandrijving maakt weliswaar geen leven, maar de waterverplaatsing soms wel: een indringend gebruis laat de kinderen opschrikken. „Wat is dat?” De boegschroef, weet vader. „Wel handig”, zegt kapitein Carla. Daarmee kan ze de kop van de schuit ongeschonden voorbij alle drijvende obstakels in de gracht koersen. Pontons met kranen erop, bijvoorbeeld die bruggen en kades restaureren.
Langs de Oudegracht staan veel middeleeuwse panden, vervolgt de ingeblikte stadsgids. Het gewone volk huisde toentertijd in houten bouwsels die allang zijn vergaan, maar de elite kon zich stenen panden veroorloven. Vandaar de vermoedelijke herkomst van het woord ”steenrijk”.
Inmiddels naderen we de Stadhuisbrug. „De langste en oudste brug van Utrecht”, beweert de digitale omroepster. Dat is een creatieve vondst, want de brug dateert ‘pas’ van 1547, maar eerlijk is eerlijk: van de vier bruggen die toen in één zogeheten overkluizing opgingen, was de dertiende-eeuwse Broodbrug de nestor in de bisschopsstad.
Dom
Vóór de rondvaartboot het krap 50 meter lange bruggewelf binnen koerst, waarschuwt kapitein Carla eventueel tegemoetkomende vaartuigen met haar scheepshoorn. „Mooie toeter!”, vindt Micha. Van het aan de brug grenzende stadhuis zien we inmiddels niets meer, maar dat komt straks bij de stadswandeling wel weer. Na bijna zeven eeuwen vormt het nog altijd de zetel van het stedelijk bestuur.
„Links ziet u de hoogste toren van Nederland: de Domtoren”, vervolgt de computerstem als het daglicht weer over de Bernard Schuttevaer strijkt. Het bouwsel rijst 112 meter de lucht in. „De bouw startte in 1321 en duurde zestig jaar.” Sinds 1674 staat de toren verweesd op krap vijftig meter afstand van de rest van de gotische kathedraal. Geen gevolg van een verhuizing, maar van een verwoestende wervelstorm die het middenschip wegvaagde.
Het resterend achterschip is trouwens al aardig groot. Er valt doordeweeks van alles te beleven en te beluisteren, zoals repeterende musici voor de wekelijkse zaterdagavondconcerten, meditatieve vieringen in de Dagkapel (toegankelijk vanuit de kerkzaal) en natuurlijk de kerkzaal met zicht op het majestueuze drieklaviersorgel uit 1831, van de, óók al Utrechtse, orgelbouwer Jonathan Bätz.
In het koor trekt een praalgraf de aandacht, van de 17de-eeuwse luitenant-admiraal Willem van Ghent, tevens domheer (bestuurslid) van de Utrechtse Dom. De zeeheld sneuvelde in het rampjaar 1672.
Besturen
In de gracht stuurt kapitein Carla ons verder, richting de zoveelste middeleeuwse boogbrug. Voor de kost vaart ze eigenlijk als binnenschipper op een cementschip: „Drie weken op, drie weken af.” In die vrije weken kruipt ze soms achter het stuurwiel van een rondvaartboot. Dit deel van de vaarroute vindt ze het mooist. „Al die werfkelders, de gezelligheid, die oude bruggen.”

We naderen nu de Stadsbuitengracht, de 12de-eeuwse singel rond de oude binnenstad. „Rechts ziet u de restanten van het bolwerk Sterrenburg”, verkondigt het omroepsysteem. „Rond 1550 aangelegd, in opdracht van keizer Karel V.” De heerser wilde de stad beschermen tegen een nieuw wapen: het verrijdbare kanon, meldt de historische vereniging Oud-Utrecht. Nu resteert een bijbehorend woonhuis met enkele kazematten.
Joas en Micha hebben inmiddels hun stoeltjes verlaten, en drentelen rond het bestuurdersdeel van de boot. „Wil je op schoot?”, vraagt Carla aan Micha. „Dan mag je even sturen.” Micha wil wel, en zo stuurt een vierjarige ons door de gracht. Langs de 19de-eeuwse Zeven Steegjes, een voormalig volksbuurtje, gebouwd door een rooms-katholieke armenzorg voor kinderrijke parochianen. „Iets naar rechts”, instrueert Carla. „Gaat het goed, kapitein?” Na Micha mag Joas, maar die kruipt liever niet zomaar bij een vreemde op schoot. „Ik wil gewoon stáán achter het stuur.” Dat kan wel, maar enkel zijn kuif steekt dan boven het instrumentenpaneel uit.
Spaanse Furie
Na het passeren van de middeleeuwse Geertekerk en de piepjonge, want 20ste-eeuwse, Bartholomeïbrug –genoemd naar de apostel Bartholomeüs– naderen we Grand Hotel Karel V: ooit een 14e-eeuws klooster, nu een vijfsterrenhotel met prachtige binnentuinen. De luxe is niet van de laatste jaren: in 1546 logeerde daar de keizer wiens naam nu de gevel siert; samen met zijn zus Maria van Hongarije, die hier toentertijd als landvoogdes de scepter over de zogeheten Habsburgse Nederlanden zwaaide.
Inmiddels varen we, met een derde kleuter aan het roer, op nieuw terrein. Tenminste: dit gedeelte van de Catharijnesingel (het westelijk deel van de Stadsbuitengracht) is nog maar vijf jaar bevaarbaar. Maar daarmee corrigeerde het stadsbestuur een in zijn ogen historische vergissing, weet de kapitein. „Dit was eerst water, toen straat en nu weer water”, vat ze samen. Tussen 1970 en 2010 zoefde hier het gemotoriseerd verkeer over de Catharijnebaan, een verdiepte stadsautoweg op de grachtbodem.

Nu stroomt hier weer water, langs onder meer het Centraal Station en het bruisende winkelcentrum Hoog Catharijne, maar ook voorbij de eeuwenoude restanten van kasteel Vredenburg. Een dwangburcht waarmee keizer Karel V vanaf 1528 de opstandige inwoners van Utrecht onder de duim hield. Zijn zoon Philips II had minder succes: de Utrechtse bevolking wist diens beruchte Spaanse veldheer Sancho d’Ávila met zijn troepen, na een beleg van zeven weken, begin 1577 uit het kasteel te verdrijven. In de twee maanden vóór dit beleg had d’Ávila achtereenvolgens de steden Maastricht en Antwerpen in brand gestoken: de zogeheten Spaanse Furie. Hoeveel er van de nu nog zichtbare stadshistorie in Utrecht verloren was gegaan als dit beleg anders was geëindigd, zullen we nooit weten. Gelukkig.
Vond u dit artikel nuttig?
- Meer over
- Content
- In de regio Midden-Nederland