BinnenlandInterview

Edino van Dorsten: „Uit het vaderschap haal ik kracht en troost”

Edino van Dorsten, een van de negen ”kinderen van Ruinerwold”, ging gewoon naar school. Hij stond geregistreerd, in tegenstelling tot zijn jongere broertjes en zusjes, die onder de radar leefden. Toch kon zijn leven in een geïsoleerd gezin met manipulatie, mishandeling en misbruik voortbestaan.

Man met baard met het boek ”Mijn naam is Edino” in de hand.
Edino van Dorsten beschrijft zijn levensverhaal door de ogen van wie hij op dat moment was – van jochie tot jongvolwassene. Hij hoopt dat zijn boek aanzet tot actie. beeld Sjaak Verboom

Waarom ben je niet naar de politie gegaan? Het is de meestgestelde vraag aan Edino van Dorsten (33). In 2009 ontvluchtte hij zijn ouderlijk huis. Pas tien jaar later ontdekte de politie het gezin op de boerderij in Ruinerwold, waaruit broertje Israel was ontsnapt. Van Dorsten wilde zijn verhaal doen en tekende het op in het deze week verschenen boek ”Mijn naam is Edino”. Zelf heeft hij overigens nooit in Ruinerwold gewoond, daar verhuisde het gezin pas heen nadat hij was gevlucht.

Wie het antwoord op die meestgestelde vraag wil weten, moet weten hoe machtsmisbruik werkt. Wat manipulatie met een kind doet. Hoe een vader de gedachten en gevoelens van kinderen kan regeren, zelfs als zij allang volwassen zijn. Om dat te begrijpen, neemt Van Dorsten de lezer mee naar zijn belevingswereld van toen. Hij beschrijft zijn ervaringen door de ogen van wie hij op dat moment was – van jochie tot jongvolwassene. „Papa ziet en hoort alles, dat komt omdat God alles aan hem doorvertelt. Zelfs als ik slechte gedachten heb, weet papa het al voordat ik het zelf doorheb.”

In het hoofd van de jonge Edino vechten angst en verwarring voortdurend om voorrang. Want wie ben je nu eigenlijk als je vader op occulte wijze telkens een andere geest in je lichaam laat komen? Zelfs de geest van je overleden moeder? En als hij dan ook nog eist dat je je net als zij gedraagt, tot in bed toe?

Juf

„Ik leefde niet letterlijk onder de radar”, zegt Van Dorsten aan de keukentafel van zijn woning in Meppel. „Maar wat er daadwerkelijk in mij omging, bleef wél onder de radar.”

Hij hoopt dat zijn verhaal omstanders aanzet tot actie. In zijn geval gebeurde dat nauwelijks en bleef het geweld verborgen achter de muren van de tussenwoning in Hasselt, het winkelpand in Zwartsluis en de werkplaats in Meppel. Terwijl zijn leven zich ook afspeelde op straat en op school. Had niemand dan in de gaten dat een deel van de kinderen steeds ongezien het huis in- en uitgesmokkeld werd? Gingen dan bij niemand de alarmbellen af als Edino zich met blauwe plekken op school vertoonde? Deed dan niemand wat als hij doodmoe, stinkend en met veel te lang haar in de klas zat?

Slechts één persoon negeert de signalen niet en trekt aan de bel: juf Eveline. De lerares van groep 8 aan wie Edino zo’n hekel had, omdat hij haar zag door de ogen van zijn vader. Zij loopt tegen muren op als ze alarm slaat bij de kinderbescherming. Die voert weliswaar een gesprek met Edino en zijn vader, maar de twee hebben hun verhaal al ruim van tevoren geoefend. Vader praat zich er met gemak onderuit. „Hij zei dat ik veel last had van het overlijden van mijn moeder. Als het ging over blauwe plekken, wees hij naar mijn rapport. Daarin stond dat ik onbesuisd was in mijn spel, wat leidde tot valpartijen en ongelukjes. Dat klopte ook, maar mijn vader gebruikte het om zijn aandeel te maskeren.”

Zijn vader maakte tegenover anderen duidelijk dat hij op een andere manier naar de wereld keek. „Dat is niet verkeerd. Ik had het idee dat hij mensen daarmee soms zelfs inspireerde. Ze vonden hem een merkwaardig figuur, niet per se een slechte man.”

„Elke keer als de juf mijn vader belde, wist hij er weer onderuit te komen”

Edino van Dorsten, kind van Ruinerwold

Maakte juf Eveline de goede keuze?

„Zij heeft volkomen juist gehandeld. Een tijdje geleden vertelde ze op een reünie van de basisschool dat ze zó veel had geprobeerd. Elke keer als ze mijn vader belde, wist hij er weer onderuit te komen. Toen ik op de laatste schooldag blauwe ogen had, wilde ze me thuisbrengen. Bewust zette ze me wat eerder af, want ze had mijn broer ook weleens thuisgebracht en de dag erna zag ze dat hij geslagen was.

Na die laatste schooldag maakte ze de melding bij de kinderbescherming. Omdat ik nog geen twaalf was, mocht die mij destijds niet apart van mijn vader spreken. Dat haar actie op niets was uitgelopen, viel juf Eveline twintig jaar later nog steeds heel zwaar.”

Jullie woonden in Hasselt en Zwartsluis. Plaatsen die erom bekend staan dat mensen relatief betrokken zijn op elkaar. Hoe verklaart u dat buurtbewoners niets hebben opgemerkt of in ieder geval niets gedaan?

„Veel mensen zijn met hun eigen leven bezig. Toch kan het niet anders of de buren hebben geschreeuw gehoord. Misschien dachten ze dan: iedereen is weleens boos.

Als we als gezin weggingen, vertrok de ene groep via de voordeur en de rest langs achteren. Mensen zagen niet dat we later in de auto weer bij elkaar kwamen. Maar er zijn ook foto’s dat we met alle kinderen in de achtertuin speelden. Misschien heeft de buurt nooit in de gaten gehad dat we niet allemaal naar school gingen.”

Zijn er mensen die u verwijt dat ze niets gedaan hebben?

„De politie. Die is op het land achter ons huis geweest vanwege een vergunning. Dat was onder schooltijd en de agenten hebben toen mijn broertjes en zusjes gezien. Niet in een gewoon huis, maar in een kas. Blijkbaar hebben ze gedacht: we zijn hier voor een vergunning, we vragen niet waarom die kinderen niet op school zitten.

Dat hij niet betrapt werd, gaf mijn vader vertrouwen. Hij zag dat als bevestiging van zijn missie. „Zie je wel, God staat aan onze kant”, zei hij dan.”

Hoe ziet u de rol van Josef, de klusjesman? Hij kreeg in 2022 celstraf, terwijl hij soms nog erger werd mishandeld dan jullie. Was hij vooral slachtoffer of dader?

„Hij wist dat wij mishandeld werden en koos ervoor zijn ogen te sluiten. Voor de wet is hij dus dader, maar in mijn ogen is hij slachtoffer. Veel mensen zullen het niet begrijpen, maar het woord van mijn vader stond gelijk aan wat God zei. Niemand kon en mocht hem tegenspreken. Anders kwam je in de hel.

Josef was ervan overtuigd dat mijn vader de Messias was en dat het eeuwige leven in zijn paradijs hem nu eenmaal offers kostte. Het klinkt stom, maar dan onderga je die klappen.”

„Ik wil niet zeggen dat mijn vader mijn moeder vermoord heeft, maar hij heeft haar wel de dood ingejaagd”

Edino van Dorsten, kind van Ruinerwold

Door het schrijven van uw boek ging u uw moeder zien als het grootste slachtoffer van uw vader. Waarom? Zij had als volwassen vrouw toch beter kunnen weten dan jullie als kinderen?

„Je moet haar geschiedenis kennen. Haar eigen vader mishandelde haar al erg. Hij was ook een discipel bij ons. Mijn vader gebruikte deze kwetsbare vrouw die op een verkeerd moment in haar leven voor hem viel – ze was nog jong. Vervolgens werd ze door hem gehersenspoeld. Verkeerde gedachtes mocht en kon ze niet laten ontstaan. Ze kon ook niet weg, want dan zou ze haar kinderen moeten achterlaten. Door haar overlijden kreeg ze niet de kans zich op een later moment los te maken uit het systeem.

Mijn moeder lag een halfjaar op bed met kanker zonder dat er een dokter mocht komen. Intussen raakte ze mentaal uitgeput, omdat ze telkens gestraft werd of medium (iemand die beweert te communiceren met de geestenwereld, ALV) moest zijn. Later weigerde mijn vader chemotherapie. Ik wil niet zeggen dat mijn vader haar vermoord heeft, maar hij heeft haar wel de dood ingejaagd.”

Zelfs nadat u gevlucht was, durfde u nog niet te concluderen dat uw vader fout zat.

„Ik moest in die tijd een eigen leven opbouwen. De gedachte dat mijn vader fout was, mocht ik niet eens hebben. Het enige wat ik me afvroeg was: Waarom kan ik het niet opbrengen te doen wat God van mij verwacht? Waarom ben ik niet sterk genoeg? Ik wist dat vergeving alleen mogelijk was als ik terugging. Dat was de enige oplossing die ik telkens bedacht.

Aan vrienden en mijn vriendin vertelde ik over sommige mishandelingen en dat mijn vader en ik geen contact meer hadden. Maar nooit dat ik nog vijf broertjes en zusjes had. Dat „geheimpje met God”, zoals mijn vader het noemde, zat er zo in. Elke avond voor het slapengaan moest ik het beluisteren vanaf een cassettebandje. Ik kan het wel dromen.

Pas nadat het systeem was opengebroken in 2019 raakte ik er voor 100 procent van overtuigd dat mijn vader fout zat. Pas toen durfden we als broers en zussen voor het eerst echt in gesprek te gaan.”

„Wat als alles waar was en mijn vader de laatste kans was om de mensheid te redden?”

Edino van Dorsten, kind van Ruinerwold

Jullie spraken, als oudste drie, eerder wel over actie ondernemen. Dan toch die meestgestelde vraag: waarom deden jullie dat niet?

„Ik schaam me ervoor en heb het nog steeds moeilijk met die keuze. Maar we kwamen er niet uit. Langsgaan vonden we te riskant, dat kon mijn vader als een bedreiging voor zijn missie ervaren. Misschien zou hij dan met iedereen vluchten. Wat als alles waar was en mijn vader de laatste kans was om de mensheid te redden? Ik was er zo van overtuigd dat hij Eden (toekomstig paradijs, ALV) aan het bouwen was. Het ergste wat er kon gebeuren, was dat ik dat kapot zou maken.

De politie inschakelen was ook geen optie: ik was doodsbang voor de politie. Dat heeft mijn vader er vroeger ingeramd. Nog steeds verstijf ik als ik politie op straat zie rijden.”

Merkt u nog meer gevolgen van het verleden?

„Nog altijd zijn er triggers. Pas kreeg ik een elleboog op m’n neus tijdens een voetbalwedstrijd. Ik raakte in eerste instantie volledig in paniek, omdat ik automatisch terugging naar vroeger. Het geluid van een telefoon koppel ik ook nog steeds aan dreiging, want als mijn vader belde was hij boos. En als ik intensief bezig ben met gebeurtenissen van vroeger, bijvoorbeeld tijdens het schrijven van het boek, krijg ik nachtmerries. Dan zit mijn vader in mijn dromen. Hij was de enige die kon bepalen of iets goed of niet goed was. Nu ik dat zelf moet bepalen, ben ik bang dat mensen mij afkraken, omdat mijn vader het een verkeerde keuze zou vinden."

Toch belemmert het verleden u niet een goede vader te zijn, schrijft u.

„Als je als slachtoffer te horen krijgt dat je zelf vast ook gaat mishandelen, ontneemt dat je hoop. Laten we mensen zo niet nog eens slachtofferen. Het gevaar bestaat inderdaad dat mensen verkeerd gedrag van vroeger overnemen. Maar je kunt dat patroon ook doorbreken. Laat mij daarvan een voorbeeld zijn.

Ik geniet erg van mijn leven nu en van mijn drie dochters. Uit het vaderschap haal ik kracht en troost. Niets is fijner dan van mijn eigen kinderen een knuffel te krijgen – iets wat ik zelf nooit durfde. Moet je je voorstellen dat je kinderen bang voor je zijn…

Ik vind het ook voor mijn vader zelf pijnlijk dat hij nooit heeft ervaren wat het is om een vader te zijn. Hij was geen vader, maar dictator, sekteleider. En ik had niet de rol van kind, maar was een functie in zijn systeem.”

Boekcover met een close-up foto van een man met een baard.

Mijn naam is Edino

Edino van Dorsten

uitg. Luitingh-Sijthoff

320 blz.

€ 22,99