OpinieOpinie

Geen toegang voor gehandicapten? Een stembureau onwaardig

Het is toch vreselijk ongepast wanneer een overheid mensen met een handicap uitnodigt om mee te doen aan de verkiezingen, terwijl dan op het stembureau ondersteuning door een ouder of begeleider wordt verboden?

Een kiezer stopt een stembiljet in de stembus.
„Op basis van het VN-verdrag inzake gelijke rechten van mensen met een handicap moet elke gehandicapte de mogelijkheid krijgen om –met hulp– te stemmen.” beeld ANP, Dingena Mol

Op 29 oktober ging ik drie keer naar het stembureau. Ik was gevraagd om een jongen uit een instelling te begeleiden. De groepsleiding had het bezoek goed voorbereid. Het verkiezingsblad was voor hem gevouwen op de plaats waar hij zijn stemvoorkeur had aangegeven. Achteraf bleek dat papier niet nodig, maar het gaf toch enige oriëntatie. Zijn identiteitskaart zat in zijn portemonnee. Zijn stempas hield hij stevig in zijn hand. Hij in zijn rolstoel en ik als duwer.

Het moet vanzelfsprekend zijn dat een verstandelijk gehandicapte medemens bij het stemmen geholpen wordt

In het stemlokaal was er een verlaagd stemhokje, net als de vorige keer. Maar dat stembiljet was een klein drama. Hij worstelde ermee. Op verzoek gaf een toezichthouder mij toestemming om het papier zo te vouwen dat de persoon op wie hij ging stemmen voor hem lag. Onderweg had hij al twee keer verteld op wie hij stemmen zou. Daar was niets geheimzinnigs aan. Toen hij het vakje rood gemaakt had, gaf hij de papiermassa aan mij. Ietwat verkreukeld verdween het in de stembus. Iedereen tevreden. Zo hoort het ook in een beschaafd land: binnen goede kaders met elkaar samenwerken. Maar boven dit verhaal staat toch ”Geen toegang”?

Minpunten

Met onze dochter –zij heeft een verstandelijke handicap– en een groepje huisgenoten bezochten we een ander stembureau. De stemming was opgewekt: „We gaan stemmen en daarna krijgen we koffie.” Stemmen was toch een soort uitje, iets gezelligs waar sommigen al vaak over gepraat hadden.

Ik besef nu beter waarom er groepen in onze samenleving zijn die zich boos afkeren van de overheid

Helaas viel dat uitje helemaal in het water. Opgewekt kwamen we binnen, verontwaardigd gingen we weg. Alles wat mis kon gaan, ging ook mis. En dat is heel wat. Zeker voor mensen met een verstandelijke beperking. Ter lering voor iedereen geef ik de belangrijkste minpunten door.

We hadden te veel kaarten meegenomen. Mede daardoor was er te weinig zicht op de staat van de stempassen. Toen we op het stembureau kwamen, bleek dat niet alle passen waren ingevuld. Ter plekke was een kleine aanvulling nog mogelijk. Maar niet alles kon. Toen bleek namelijk dat van enkele kiezers de identiteitskaart niet meegegeven was. En dan gaat het stemfeest niet door.

Maar toen kwam de echte klap; anders kan ik het niet noemen. Tot de groep behoorden mensen die niet kunnen lezen en schrijven. En zelfs niet binnen de hokjes kunnen kleuren! Die hebben dus hulp nodig en die geef je natuurlijk als ouder of begeleider... Maar daar kon geen sprake van zijn. Je mag een ander niet helpen bij het stemmen. Het stemhokje is alleen bestemd voor de kiezer. In het algemeen is dat vanzelfsprekend. Maar even vanzelfsprekend is het dat een verstandelijk gehandicapte medemens geholpen wordt. Ik zie nog onze dochter wat onbeholpen voor het stemhokje staan. Wat moest ze doen?

Heftig conflict

En dan ontstaat er een tamelijk heftig conflict. De ouder wil (sterker nog: móét) zijn kind helpen. Maar de overheidsdienaren verbieden dat. Dat is spanningsvol voor ouder en kind. De gehandicapte vindt het raar. Je moeder helpt je toch altijd bij lastige taken? Waarom nu niet?

Wij hebben ook achteraf niet kunnen uitleggen dat sommige overheidsdienaren zo verkrampt zijn dat ze alleen met regels kunnen leven en gewoon geen oog hebben voor hun gehandicapte medemens. Ik begrijp wel dat het soms moeilijk is om je weg te vinden tussen enerzijds wetten en regels en anderzijds een duidelijke hulpvraag. Verboden toegang, moeder. Je mag je kind niet helpen, vader. Het is toch vreselijk ongepast wanneer een overheid mensen met een handicap uitnodigt om mee te doen aan de verkiezingen en dan bij het daadwerkelijke stemmen ondersteuning verbiedt?

Het had zo eenvoudig opgelost kunnen worden: een lid van het stembureau ziet het probleem. „Gaat u maar mee met uw dochter, mevrouw, en ik loop mee voor de controle.” Moeder vult samen met dochter het hokje in (hand vasthouden en sturen). Het stembureaulid kijkt toe en bedankt de gehandicapte voor het uitbrengen van haar stem. Zo hoort dat in een beschaafd land. Weet u waar dat land ligt?

Stel dat het zo gegaan zou zijn, dan was iedereen blij. De verstandelijk gehandicapte heeft gestemd. En voor degenen die deze mensen niet van nabij kennen: ze heeft een daad gesteld. De ouder of begeleider heeft de noodzakelijke steun gegeven en het stembureaulid heeft weer een geldige stem binnengehaald. Mooi.

VN-verdrag

Zo’n mooie, gecombineerde vorm van stemmen zou een fraaie invulling zijn van het VN-verdrag inzake gelijke rechten van mensen met een handicap. Van de uitvoering daarvan is tot op heden echter bitter weinig terechtgekomen. Op abstract niveau klinkt zo’n verdrag geweldig, in de praktijk is het vaak miserabel.

Een kleinigheid, zal iemand misschien denken. Maar ik besef nu persoonlijk sterker waarom er grote groepen in onze samenleving zijn die zich boos en schouderophalend afkeren van de overheid. Ze worden niet gezien, niet gehoord en niet begrepen. Verboden toegang voor gehandicapten met hun ouders of begeleiders.

De auteur is ouder van twee kinderen met een handicap en betrokken bij ouderverenigingen op regionaal, landelijk en internationaal niveau.