BuitenlandKoerden

Turkije is blij: de PKK vertrekt

De dodelijke strijd tussen Turkije en de Koerdische onafhankelijkheidsbeweging PKK is opnieuw een stap dichter bij een definitief eind. De PKK heeft haar guerrillastrijders uit Turkije verplaatst naar Noord-Irak.

Metershoge zwart-witte afbeelding van een man met een snor, midden in de bergen.
Een afbeelding van PKK-leider Abdullah Öcalan in Noord-Irak. beeld AFP, Shwan Mohammed

De aankondiging van de PKK, afgelopen zondag, laat zien dat de militante beweging serieus werk wil maken van de vredesplannen met Turkije. De Koerdische Arbeiderspartij, zoals de PKK officieel heet, sloot eerder dit jaar een akkoord met de Turkse regering. De militanten zouden hun wapens inleveren en zichzelf opheffen, in ruil voor meer democratische vrijheden voor de miljoenen Koerden in met name het zuidoosten van Turkije.

Eerder ging de PKK nooit met dat soort voorstellen akkoord, maar dat veranderde nadat hun leider, Abdullah Öcalan, in februari opriep tot het neerleggen van de wapens en het ontmantelen van de PKK. Dat deed Öcalan vanuit zijn gevangenis op een Turks eiland, waar hij sinds 1999 een levenslange gevangenisstraf uitzit.

Öcalan heeft al die jaren veel gezag gehouden, en een van de redenen dat de PKK haar leider volgt in zijn wens is de hoop dat Turkije hem vrij gaat laten. Dan zou Öcalan zich van een militante aanvoerder kunnen ontpoppen als een politieke leider voor de Turkse Koerden.

Guerrilla

De PKK luisterde dus en legde in juli daadwerkelijk de wapens neer tijdens een ceremonie. Kort daarvoor, in mei, was al het besluit genomen om te stoppen met de gewapende strijd en een einde te maken aan het bestaan van de PKK.

Man in grijze camouflagekleding houdt met twee handen een geweer vast.
Een PKK-strijder in Noord-Irak. beeld AFP, Shwan Mohammed

Vooral voor de gewapende vleugel van de PKK, de Volksverdedigingsmacht (HPG), was dat ingrijpend. Het bleef onduidelijk wat er zou gebeuren met de vele duizenden guerrillastrijders van de HPG, die zich vanouds schuilhouden in het bergachtige grensgebied tussen Turkije, Irak en Iran. De volledige omvang van dit leger is niet duidelijk, maar eerder schatte Turkije zijn aantal op 40.000 man.

De PKK kondigde zondag aan dat deze strijders zich nu terugtrekken op het grondgebied van Noord-Irak, in de Qandilbergen. Die bergen, onderdeel van het grotere Zagrosgebergte, staan erom bekend dat ze extreem ruig en onherbergzaam zijn. Hier heeft de PKK van oudsher haar hoofdkwartier, nauwelijks te bereiken voor reguliere troepen van het Turkse leger.

Een kaart met daarop aangegeven waar de Koerdische bevolking zich bevindt. Met name in het zuid-oosten van Turkije en het noorden van Irak en Syrië en ook nog een gedeelte in het westen van Iran.
beeld RD

Zuidelijk Koerdistan

De PKK noemt het zelf een terugtrekking van noordelijk Koerdistan (Turkije) naar zuidelijk Koerdistan (Noord-Irak). Dit taalgebruik geeft aan dat de Koerdische droom voor meer autonomie niet is verdwenen, en ook niet zal verdwijnen als de PKK metterdaad ophoudt te bestaan.

Vreemd is dat niet: de Koerdische strijd voor een eigen land is al eeuwenoud. Koerden leven verdeeld over Syrië, Irak, Iran en Turkije. Vooral in dat laatste land zijn hun aantallen enorm: de Koerden vormen tot 20 procent van de Turkse bevolking. Hun taal en cultuur worden al decennia stelselmatig onderdrukt.

De strijders van de PKK gaan niet eindeloos op hun wisselgeld wachten

Rond het aantreden van de huidige president Erdogan, in 2013, leek er meer ruimte te komen, maar ook dat was uiteindelijk slechts van korte duur. Koerdische leiders werden massaal gearresteerd en veroordeeld tot lange gevangenisstraffen. Daarom is het succes van het huidige vredesproces, onder dezelfde Erdogan, heel opmerkelijk te noemen.

De Turkse regering plaatst de terugtrekking van de PKK-strijders in het kader van haar streven naar een „terreurvrij Turkije”, maar is nog niet zo scheutig om te benoemen wat de Koerden ervoor terug zullen krijgen, zoals de vrijlating van Öcalan en meer democratische rechten voor de Koerden. Dat „zal duidelijker worden naarmate het vredesproces vordert”, zei een woordvoerder van Erdogans partij.

Maar de PKK heeft haast. Het lijdt geen twijfel dat de strijders in het Qandilgebergte, met nog altijd vele wapens onder handbereik, niet oneindig op hun wisselgeld willen wachten.