Van ruw naar rein: werken aan lekker helder water
Dat we vruchteloos aan de kraangreep draaien komt zelden voor, en dat houden drinkwaterbedrijven graag zo. Maar hoe krijgen ze dat voor elkaar? En: krijgen ze ons drinkwater wel schoon genoeg? Tijd voor een kijkje achter de schermen.

Voor technisch bedrijfsvoerder Nando van Dijk (36) begint de dag vroeg: rond half zeven vertrekt hij vanuit Reeuwijk richting zijn werkplek: zuiveringsstation C. Rodenhuis in Bergambacht, het grootste zuiveringsstation van drinkwaterbedrijf Oasen. Het complex, vernoemd naar een oud-directeur, voorziet zo’n 210.000 mensen van drinkwater, globaal van Bergambacht en Schoonhoven tot Gouda, Waddinxveen en Bodegraven. De bedrijfsvoerder drinkt dus thuis zijn eigen drinkwater uit de kraan.
7.00-7.30 uur: start van de werkdag
Als Van Dijk bij de robuuste rolpoort aan de terreiningang arriveert, is het nog donker. Niet alleen buiten, maar ook in de drie gebouwen van het station: hij is de eerste vandaag.
Na binnenkomst loopt hij linea recta naar de kantine in één van de zuiveringsgebouwen. Preciezer gezegd: naar het koffiezetapparaat. „Eerst een verse pot zetten.” Intussen staat een automaat verloren in een hoek. „Dat was een idee van het hoofdkantoor”, grijnst Van Dijk. „Maar koffie uit een pot vinden wij veel lekkerder.”
Terwijl het apparaat pruttelend een pot pikzwart vocht produceert, loopt Van Dijk zijn vaste ronde. Beneden bekijkt hij op systeemmonitoren de storingen van vannacht. „Ik kijk waar het om ging, op welke manier de storingsdienst het heeft opgelost en of ik nog iets moet afhandelen.”
Hij en zijn collega-bedrijfsvoerders draaien zo’n storingsdienst bij toerbeurt. „Om de zoveel tijd ben ik een week lang 24 uur per dag bereikbaar.” Een week zonder storingen maakt hij nooit mee. „Er is altijd wel wat. Soms ben ik een hele nacht bezig om een storing op te lossen, maar het gaat ook weleens om iets kleins wat ik thuis vanachter mijn pc kan oplossen.”
7.30-8.00 uur: koffie en werkbespreking
Na enkele andere checks is het eindelijk tijd voor een eerste bakkie leut. In de kantine schuift vijf man aan tafel: Van Dijk, een collega-uitvoerder bij Oasen, een technisch bedrijfsvoerder-in-opleiding en twee externe aannemers. „Vandaag is het rustig, maar we zitten hier ook weleens met tien man.” Samen met de mannen bespreekt Van Dijk wat er moet gebeuren en door wie. De technisch uitvoerders verdelen hun kluslijst onderling. „Elke week lopen we elk procesonderdeel na. Dat lukt meestal maar net in die tijd.”
De twee monteurs van civiel aannemersbedrijf GMB voeren onderhoudstaken uit. De samenwerking is hecht: één van de monteurs, Richard, loopt hier al zeker twintig jaar rond.
Op een kaart in de kantine staan al de zuiveringsstations aangegeven. Een foto ervan schieten mag niet: de daarop als ‘ZS’ aangegeven zuiveringsstations zijn openbaar bekend, maar dat geldt niet voor de ingetekende waterleidingen.
Aardig om te zien: alle zuiveringsstations van Oasen liggen langs de Lek. En terwijl Bergambacht de hierboven al aangegeven plaatsen van drinkwater voorziet, levert vanaf de zuidkant zuiveringsstation De Steeg in Langerak (onder Schoonhoven) helemaal aan de regio Alphen aan den Rijn.
Langs de grenzen van het leveringsgebied van Oasen staan ingetekende schakels op de kaart. „Daar zitten aansluitingen met leidingen van de omliggende drinkwaterbedrijven Vitens, Dunea en Evides. In noodsituaties kunnen we hierdoor elkaars drinkwatervoorziening aanvullen of zelfs volledig op ons nemen.”
8.00-9.30 uur: inspectieronde I
Die noodkoppelingen zijn één voorbeeld van de manier waarop drinkwaterbedrijven leveringszekerheid realiseren. Elk aspect opnoemen gaat niet lukken, maar aan alles is gedacht. Terwijl Van Dijk de stalen trappen afloopt, wijst hij naar buiten. „Zie je dat tweede gebouw? Daar vindt precies hetzelfde zuiveringsproces plaats als hier, van water uit andere bronnen in ons wingebied.” Zowel mogelijke bronvervuiling als een grootschalige storing is hiermee gedekt en beide gebouwen hebben voldoende capaciteit om heel het gebied van water te kunnen voorzien.
Zijn water put ZS Rodenhuis uit grote diepte: de bronnen in het waterwingebied liggen 20 tot 40 meter onder het maaiveld. Maar het kan nog wel dieper. „Ons station in Ridderkerk heeft winputten van 120 meter diep”, weet Van Dijk. „We pompen uit een diepe zandlaag water omhoog dat daar uit de rivier de Lek langzaam heen is gesijpeld, en de ligging van die zandlaag varieert per gebied.”
Het ruwe water dat zich daar heeft verzameld is enkele tientallen jaren oud, schat de uitvoerder. En, door die langdurige filtering, niet te vergelijken met bijvoorbeeld slootwater. „Het is natuurlijk nog geen leidingwater, maar als je het drinkt, is het hygiënisch betrouwbaar: je zult niet ziek worden van bacteriën. Dat is een verschil met het ruwe water van oppervlaktewaterzuiveringsinstallaties.”
Om de hygiëne van het opgepompte bronwater te waarborgen, gelden strenge eisen aan het heien in het grondwaterbeschermingsgebied rondom het waterwingebied. „Een heipaal doorboort de kleilagen. Hierdoor kan water uit hogere lagen naar die onderste laag lekken”, legt Van Dijk uit. „Daarom mogen alleen goedgekeurde gladde palen hier de grond in, ná een verleende vergunning.”
Dikke leidingen stuwen al het opgepompte water naar de vierde verdieping van het zuiveringsstation. Aanwezige doorkijkjes laten een flinke douchepartij zien. „In het ruwe water zit geen zuurstof. Daarom leiden we het als eerste door die sproeiers, om het intensief te beluchten.”
Een stevige ventilator doet daar nog een schepje bovenop, door gefilterde buitenlucht op het spetterfeest los te laten. De luchtstroom blaast vrijkomend methaangas weg en laat het ijzer en mangaan in het water oxideren. Beide metalen zijn op zich nuttig voor een mens, maar liever niet zo overvloedig als hier. We krijgen er genoeg van binnen via ons voedsel.
De roestbruine neerslag van ijzer en mangaan daalt, samen met het nu zuurstofrijke water, op een zandfilter van twee meter dik. De zandlaag filtert naast de ijzerneerslag ook andere schadelijke stoffen uit het water. Ammonium, bijvoorbeeld.
Onderaan sijpelt het water door fijnmazige spoeldoppen naar de volgende fase. Maar zo’n filter slibt met al die ongerechtigheden wel langzaam dicht. Eens per week spoelt het water daarom in omgekeerde richting het filter schoon. Van Dijk: „Het water spoelt er dan roestbruin uit.” Soms ziet hij ook een fontein door het zand omhoog spuiten. „Dat moet al het filterzand eruit, omdat zo’n spoeldop onderin blijkbaar stuk is.”

9.30-10.00 uur: koffiepauze en een nieuw bronnenveld
De koffie van vanmorgen smaakt nog prima, dankzij een uitstekende thermoskan. Ook de GMB-monteurs zijn weer van de partij. GMB is overigens lang niet de enige aannemer waarmee Oasen samenwerkt. Sinds begin dit jaar houdt Den Ouden Infra zich bezig met de aanleg van een nieuw winveld voor Oasen. Van Dijk: „Vijftien van onze vijfendertig bronnen beginnen uitgeput te raken. Ze liggen daar al veertig jaar en we merken dat de watertoevoer erheen verslechtert.” Vandaar dat Oasen recent een groot stuk land aankocht, parallel aan het bestaande bronnenveld, voor de aanleg van vijftien nieuwe bronnen.
10.00-12.30 uur: inspectieronde II
Op de derde verdieping controleert Van Dijk de bovenzijde van de torenhoge onthardingsreactoren. Daarbinnen onttrekken een flinke scheut natronloog en een dikke laag entzand de meeste kalk aan het water. Niet per se nodig, maar wel lekkerder – en beter voor je douchekop, waterkoker en witgoed. Van Dijk: „Natronloog verhoogt de zuurgraad enorm, waardoor de kalk zich tegen de zandkorreltjes afzet.” Op de tweede verdieping laat de uitvoerder zien wat een prachtig bruin zand dit oplevert: kalkpellets. „Ze worden vaak gebruikt in kruipruimtes, omdat ze geen water meer opnemen.”
De toegevoegde natronloog reageert intussen met CO2 tot natriumwaterstofcarbonaat ofwel zuiveringszout, een belangrijke stabilisator van de pH-waarde. Aan het ontkalkte water voegt Oasen trouwens op sommige locaties prompt weer een wettelijk vereiste hoeveelheid kalk toe: te zacht water zou koperen leidingen aantasten. Van Dijk: „Hier op Rodenhuis hoeft dit niet: wij ontharden het water tot de wettelijke hardheid.”
Nou spoelen er altijd wel entzandkorreltjes mee de leidingen in, na het ontkalken. Daarom passeert het water nog een ‘carry-over filter’ (overdrachtsfilter) om deze en andere deeltjes af te vangen.
Op de eerste verdieping bereikt het water ten slotte de laatste reinigingsfase: acht dubbele koolfiltersets, vol actieve kool. Van Dijk grabbelt een handjevol uit een potje, om te laten voelen. „Per gram hebben die korrels een oppervlakte van 700 tot 1500 m2. Ongelooflijk, toch?” In die korreltjes zitten allemaal poriën; die maken de oppervlakte ervan zo groot. Als het water erdoorheen stroomt, blijven allerlei microverontreinigingen in die poriën hangen. „Bestrijdingsmiddelen, medicijnresten en PFAS, bijvoorbeeld.”
Eindelijk is het tijd voor de eindspurt. Vijf machtige pompen in het derde gebouw stuwen het reinwater, elk met een royale capaciteit van zo’n 1100 m3 per uur, door 70 centimeter dikke buizen richting talloze keukenkranen. Ernaast houden twee noodpompen de wacht, voor als één of meer pompen stilvallen.
Frequentieregelaars in de technische ruimte ernaast sturen voortdurend de pompsnelheid aan, om de waterdruk op een vast peil van 3,5 bar te houden. Ineens begint de hiertoe vereiste uitvoer op te lopen. Van Dijk kijkt op zijn horloge. „Aha, het is half één. Mensen gaan eten.”
Maar wat als de stroom uitvalt? Van Dijk opent de deur naar de machinekamer. Daar pronken drie dieselgeneratoren – een Rolls-Royce van 560 kW en twee Cummins van elk 1100 kW – startklaar in een voorverwarmde ruimte. De kelder eronder bergt vier bruine tanks met bij elkaar minimaal 52.000 liter diesel. „We hebben genoeg om het zeker tien dagen vol te houden.”
