Beperkt verbod op ritueel slachten godsdienstvrijheid? Volgens joden en moslims wel
De Raad van State gaf dinsdag een positief advies over een wetsvoorstel van de Partij voor de Dieren om de onverdoofde rituele slacht te verbieden. Joodse en islamitische gemeenschappen reageren.

„Het leeft bij alle moslims”, zegt Muhsin Köktas, voorzitter van het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO) over het mogelijke verbod op ritueel slachten. „Iedere moslim eet halal (voedsel dat volgens islamitische wetten gegeten mag worden, MS), of diegene nu wel of niet praktiseert. Vooral als het wetsvoorstel in de Tweede Kamer behandeld gaat worden zal dat veel effect hebben bij moslims.”
Dinsdag gaf de Raad van State groen licht voor een wetsvoorstel daarover van de Partij voor de Dieren. Ritueel slachten zonder het dier te verdoven zou volgens de dierenpartij verboden moeten worden. Er lijkt een meerderheid voor in de Tweede Kamer.
En dat steekt een beetje, zegt Köktas. „In 2012 hebben we samen met de joodse gemeenschap en de overheid een convenant gemaakt voor dierenwelzijn tijdens de rituele slacht. Omdat er nog onderzoek moest worden gedaan, is die in 2018 in werking gegaan. Dat was acceptabel voor de dierenorganisaties. In 2021 is onderzocht of het convenant goed werd toegepast en dat was het geval. Het advies was om door te gaan en elke vijf jaar te evalueren.”
Godsdienstvrijheid
Toch komt de Partij voor de Dieren voor de tweede keer met een wetsvoorstel. De eerste poging in 2011 sneuvelde in de Eerste Kamer, omdat een verbod in strijd zou zijn met de godsdienstvrijheid.
En dat is ook wat Köktas zegt. Volgens de CMO-voorzitter wordt de vrijheid van godsdienst steeds meer beperkt. „In Nederland mag iedereen zijn geloof vrij belijden. Daar hoort ook een rituele slacht bij. Als ik geen halalvlees meer mag hebben, wordt een deel van mijn religie beperkt. Dan bepaalt de overheid bij wijze van spreken wat halal is.”
Voor de islamitische gemeenschap is dodelijke verdoving voor een rituele slacht geen optie, zegt Köktas. „De doodsoorzaak van een dier moet een scherp mes zijn”, legt hij uit. „Daarom is een dier dat bijvoorbeeld via een penschot bewusteloos wordt gemaakt en dan wordt geslacht niet halal. De doodsoorzaak was dan niet het mes.” Wel mag een dier volgens de islamitische wetgeving omkeerbaar verdoofd worden. Een dier kan dan gezond uit de bedwelming ontwaken, mocht de slacht niet doorgaan.
Maar er komt nog meer kijken bij een rituele slacht. Volgens de islamitische regels moet het dier bijvoorbeeld een goed leven hebben gehad en kerngezond zijn. De slager moet een moslim zijn en terwijl het dier wordt gedood moet een bismillah Allahoe akbar worden opgezegd. Dat betekent ”in de naam van Allah, Allah is de grootste”.
Als onverdoofd slachten in Nederland niet meer mogelijk is, zullen moslims halalvlees moeten importeren, zegt Köktas. „Als de wet wordt aangenomen, hebben we verder geen alternatief. We leven in een democratisch land, dus als de Kamer een wet aanneemt accepteren we dat.”
Koosjer
Ook de joodse gemeenschap zou geraakt worden door een verbod op onverdoofd ritueel slachten. Maar volgens opperrabbijn Binyomin Jacobs gaat het „over bijna niks. Er is maar een kleine groep Joden aangesloten bij een joodse gemeente. Daarvan eet een minimaal aantal koosjer, omdat de echt orthodoxe joden Nederland na de Tweede Wereldoorlog hebben verlaten.”
Joods ritueel slachten gaat volgens de sjechita, de joodse spijswetten. Het te slachten dier moet gezond zijn en tot op het laatste moment een goede behandeling hebben gehad. Een beest moet gedood worden met een vlijmscherp, puntgaaf mes, maar daarop mag niet gedrukt worden. Jacobs vergelijkt het met een scheermesje. „Daar voel je niks van. Er is nauwelijks sprake van lijden”, stelt de rabbijn.
Omdat het enige slachthuis dat koosjer slachtte vorig jaar failliet ging, moet het vlees sowieso al uit het buitenland geïmporteerd worden. Bij een verbod zou dus niet veel veranderen voor de joodse gemeenschap. Toch zegt Jacobs dat het „een gevoel van onbehagen” geeft en voelt als een „aantasting van de vrijheid van godsdienst. Er zijn Joden die zich niet meer zo welkom voelen in Nederland. Daar draagt dit aan bij.”




