Politici moeten fundamentele vragen beantwoorden om Wilders te weerstaan
Hoe weersta je het populisme van PVV-voorman Geert Wilders? Twee schrijvers doen een poging. Een vanuit seculier perspectief en de ander vanuit christelijk oogpunt. Maar beiden komen er niet echt uit.

”Waarom Wilders wél wint”, luidt de titel van het boek dat Roy Kramer schreef. Kramer werkte jarenlang als politiek adviseur van verschillende ministers, onder wie Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken. Daarvoor stond Kramer als spindoctor aan de zijde van haar partijgenoot, D66-leider Pechtold.
Kramer (1976) was niet verrast toen de PVV bij de Tweede Kamerverkiezingen van november 2023 als grote winnaar uit de stembus kwam. Hij laat zien waarom de campagnes van VVD, GroenLinks-PvdA en NSC de plank missloegen. Opvallend mild is hij voor D66. Dat is niet onbegrijpelijk tegen de achtergrond van zijn vroegere banen. Momenteel is Kramer werkzaam als manager van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid op het ministerie van Binnenlandse Zaken.
Kramer stelt dat middenpartijen de grote groep afgehaakte kiezers niet aanspreken en zich te veel richten op de eigen achterban. Na een uitvoerige analyse komt hij met een achttal aanbevelingen die kunnen dienen als een nieuwe strategie voor politieke partijen die weerstand willen bieden aan Wilders en consorten.
Dogma
De eerste aanbeveling is dat het politieke midden „het dogma” moet loslaten dat verkiezingen gaan over het partijprogramma of over het gevoerde beleid. De lijstaanvoerder is doorslaggevend voor succes. Het gaat er allereerst om of kiezers zich met hem of haar kunnen identificeren.
Als tweede moeten gevestigde partijen volgens Kramer de strategie van polarisatie en confrontatie van populistische partijen overnemen „om mensen terug te winnen voor onze manier van leven, onze tradities van de afgelopen anderhalve eeuw”. Confronteren is volgens hem het nieuwe verbinden.
Het derde advies ligt daarmee in lijn: lijsttrekkers van het redelijke midden moeten domineren in tv-programma’s en talkshows en daar Wilders weerspreken. Verder dienen lijsttrekkers hun verhalen meer af te stemmen op „Jan Modaal en Janneke Moraal”. Daaruit volgt het vijfde advies om begrijpelijk Nederlands te spreken en toespraken niet te doorspekken met Haags jargon en Engelse termen.
Het zesde advies van Kramer houdt in dat politici niet op schoot bij de media mogen zitten, maar juist de confrontatie moeten aangaan met journalisten. Politici doen er goed aan om nieuwe eigen media in het leven te roepen, zoals president Trump dat doet met zijn Truth Social. Verder dient de cultuur binnen politieke partijen drastisch te veranderen. Ze moeten niet alleen hogeropgeleiden een plek bieden, maar ook mbo’ers.
Het advies waar Kramer het meeste aandacht voor vraagt, is de persoon van de lijsttrekker. Partijen behoren veel serieuzer toekomstige partijleiders te selecteren en te trainen. Aan het slot gebruikt de schrijver zelfs religieuze termen om zijn punt te maken. Hij spreekt over de „gewijde opdracht”. Bij velen is er „geen heilig moeten, geen: „Hier sta ik, ik kan niet anders””. Partijen laten „meewerkende voormannen hun lijsten trekken, maar mensen willen een profeet, een autonome kracht, een leider uit één stuk”.
Onbetaalde rekening
Het boek van Kramer leest vlot en zijn analyse is scherp. De punten die hij aandraagt, kunnen politieke partijen zeker ter harte nemen. Maar daarmee is toch niet alles gezegd. Populisten vormen de onbetaalde rekeningen van de middenpartijen. En er zal toch ook een inhoudelijke agenda moeten komen om de populisten de wind uit de zeilen te nemen. Op dit punt biedt het boek weinig nieuws.
Ondertussen is het opmerkelijk dat een D66’er zijn toevlucht neemt tot termen uit het christendom om aan te geven waaraan een goed politiek leider moet voldoen. Kennelijk bestaat er ook voor een democraat als Kramer iets als een mysterie dat niet met de ratio te vatten is. De erkenning daarvan is een mooie stap in de richting dat de ratio niet het einddoel kan zijn. Er is iets wat de rationaliteit overstijgt. Als je ziet én erkent dat het leven een mysterie is, kun je ook gemakkelijker aanvaarden dat er een God is. Maar D66’ers willen geloof het liefst achter de voordeur houden.
Iemand die vanuit zijn christelijke levensovertuiging oproept tot verzet tegen populisme en antidemocratie is Mark Van de Voorde. Hij schreef het essay ”Niet in onze naam”. Van de Voorde (1947) is een Vlaamse journalist. Hij was onder meer woordvoerder van het bisdom Brugge, hoofdredacteur van Kerk & Leven en adviseur en speechschrijver van CD&V-politici.
Van de Voorde vindt het tamelijk bizar dat in een geseculariseerde wereld populistische politici kunnen scoren, omdat ze zeggen dat ze de christelijke beschaving willen beschermen. Volgens de journalist klopt dat niet omdat het politieke programma van populisten in tegenspraak is met de christelijke boodschap. Hij vindt dat kerken zich daarom sterk moeten verzetten tegen dergelijk misbruik. Hij spreekt zelfs van een zonde tegen de Heilige Geest.
Van de Voorde heeft een merkwaardige, positieve kijk op de geschiedenis. De idealen van de Franse Revolutie zijn volgens hem geënt op een christelijk mensbeeld. Misschien dat hij eens te rade kan gaan bij Groen van Prinsterer. Deze staatsman zag als diepste, geestelijke oorzaak van de Franse Revolutie de verwerping van het christelijk geloof.
Het klopt dat Franse en andere verlichtingsfilosofen nooit op ‘hun’ drie idealen waren uitgekomen zonder het christendom. Maar de afkeer van het christendom door diezelfde filosofen valt niet te ontkennen. Een van de bekende leuzen van de revolutionairen van die tijd luidde: ”Ni Dieu, ni maître”. Oftewel: ”Geen God, geen meester”. Daarom gaat het nogal ver om de idealen van de Franse Revolutie te enten op een christelijk mensbeeld. Groen noemde de afwijzing van God en van gezag de kern van de Franse Revolutie. Hij voorzag dat dat zou leiden tot chaos en moreel verval. En daar kreeg hij gelijk in.
Politiek misbruik
Van de Voorde betoogt dat de kerk zich moet verzetten tegen het politieke misbruik van het christelijk geloof door populisten. De meesten van hen weten zich innerlijk helemaal niet verbonden met het christendom. Verder noemt de essayschrijver het een christelijke plicht om de democratie te verdedigen.
Voor deze standpunten valt best wat te zeggen, maar er is meer nodig. Opiniemakers en politici moeten hun ogen niet sluiten voor de gevaren van de islam. Daar zit de angst van veel mensen. De politieke, radicale islam wil de democratie overnemen.
De conservatief-christelijke Amerikaanse denker Hirsi Ali (ex-VVD-Kamerlid) betoogde nog niet zo lang geleden: „Jullie Grondwet niet is opgewassen tegen islamisme.” Dat soort fundamentele vragen moet aan de orde komen in het politieke debat. Zolang opiniemakers en leidslieden van de grote gevestigde politieke middenpartijen dat niet doen, zullen populistische partijen als de PVV blijven gedijen.

Waarom Wilders wél wint
Roy Kramer
uitg. Alfabet
224 blz.
€ 19,90

Niet in onze naam
Mark Van de Voorde
uitg. Otheo Books
224 blz.
€ 24,99
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Politiek debat
- Populisme
- Verkiezingen








