Oudijzerhandelaar: Ik maak veel mensen blij
Veel oud ijzer wordt nog afgegeven bij de milieustraat van een gemeente. Toch levert een oude fiets bij een recyclingbedrijf al snel 5 euro op. Handelaar Henk Kouwen (34) ziet veel verbaasde klanten.

Kouwen is directeur en eigenaar van twee bedrijven: Kouwen Oud IJzer en Metalen in Sint-Maartensdijk en Metaal Recycling Brabantse Wal in Steenbergen. Volgens hem maakt hij veel mensen blij, want de oudijzerprijs is nog nooit zo hoog geweest als nu.
Hij herinnert zich een oudere vrouw die op een dag lood kwam brengen. „Ze zei dat ze eerst bij de gemeentelijke milieustraat van Tholen geweest was. Daar kreeg ze het advies naar een particulier metaalbedrijf te gaan. Mevrouw was erg verbaasd toen ik haar 30 euro voor 20 kilo lood gaf.”
De handel in oud ijzer is lucratief. Wereldwijd stijgt de vraag vanuit de staalindustrie. Kouwen noemt China als voorbeeld. Dit land investeert enorm in de infrastructuur en heeft veel ijzer nodig voor bruggen, havens en spoorwegen.
De hoge ertsprijs stimuleert de circulaire economie, waarbij grondstoffen opnieuw gebruikt worden. „Omdat er veel geld te verdienen valt aan het hergebruik van oud ijzer, rijst het aantal recyclingbedrijven de pan uit”, zegt Kouwen. Met de groei van het aantal bedrijven neemt ook de concurrentie toe.
Consumenten zoeken niet altijd het dichtstbijzijnde recyclingbedrijf op. Ook op Tholen, waar Kouwens bedrijf het enige in deze branche is, staan veel inzamelingscontainers van bedrijven van buiten Zeeland. Omgekeerd heeft Kouwen zelf veel klanten in Rotterdam en Breda.
Een recyclingbedrijf heeft een omgevingsvergunning nodig voor het verzamelen, scheiden en opslaan van oud ijzer en andere gebruikte metalen. Zo’n vergunning kost al snel tussen de 10.000 en 20.000 euro, stelt Kouwen.
En dan zijn er nog milieuregels om rekening mee te houden. In een sloopauto bijvoorbeeld zit veel metaal. Toch verwijst Kouwen iemand die daarmee bij hem komt door naar een gespecialiseerde autosloperij. Zo’n bedrijf is ingericht op bijvoorbeeld olielekkages en lekkende accu’s. „Ik heb liever geen boete op de mat voor olielekkage of een lekkende accu”, zegt hij.
Kouwen is sinds zijn kindertijd bekend met het vak, omdat zijn vader daar zijn boterham al in verdiende. Hij herinnert zich nog goed dat hij samen met zijn vader grofvuilroutes afstroopte om oud ijzer uit het aanbod te vissen. Vroeger hielden gemeenten van tijd tot tijd zo’n grofvuildag. Inwoners mochten dan hun spullen aan de straat zetten.
Kouwen: „Je kunt het zo gek niet bedenken of het stond aan de straat: stoelen, kleding, matrassen. Voor ons waren vooral de metalen spiraalbodems van bedden en de oude fietsen interessant.”

Kouwen komt uit een familie van woonwagenbewoners. Nog altijd woont hij in een woonwagenkamp, samen met zijn vrouw en hun zoon. Hij zou graag meer personeel aantrekken, maar merkt dat jonge mensen vooroordelen hebben over woonwagenbewoners. De directeur vindt dat onterecht. „We zien hier naar elkaar om. Daarin zijn we een voorbeeld voor andere mensen”, geeft hij aan.
De directeur is positief over de toekomst. „Om de klimaatdoelen te halen zal het hergebruik van metalen alleen maar toenemen”, zegt hij. Daardoor hebben zijn bedrijven de wind mee.
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- De Zaak



