Van borstbeeld naar ei; de nieuwe beeldhouwkunst van Brancusi
De Roemeense beeldhouwer Constantin Brancusi zet in de eerste helft van de twintigste eeuw de kunstwereld op z’n kop. In plaats van een borstbeeld van een vrouw maakt hij een ei. Zijn sculpturen zijn nu vier maanden te zien in H’ART Museum in Amsterdam, een unicum.

Het zijn kwetsbare beelden die deze weken van Parijs naar Amsterdam zijn verhuisd. Met uiterste zorgvuldigheid zijn de beeldhouwwerken in het H’ART opgesteld; ze bestaan vaak uit verschillende onderdelen, waarvan zomaar wat weg kan rollen. Bovendien is de kans op oxidatie groot. Het Centre Pompidou is de thuisbasis voor het oeuvre van Brancusi – die zijn volledige werk naliet aan de Franse staat. Maar het museum voor moderne kunst in Parijs sloot maandag vanwege een grondige verbouwing voor vijf jaar zijn deuren. Dat geeft Nederlanders nu de kans om het werk van Brancusi in eigen land te bekijken.
H’ART Museum toont 31 sculpturen en 17 sokkels van de grondlegger van de moderne beeldhouwkunst. Die voetstukken verklappen dat deze beeldhouwer anders te werk gaat dan tot dan toe gebruikelijk.
Brancusi wil zijn eigen ontwikkeling volgen en heeft daarbij naar eigen zeggen geen grote meester nodig
Brancusi (1876-1957) wordt geboren in Roemenië. Hij reist na een academische opleiding als 28-jarige naar Parijs. Vanwege geldgebrek doet hij dat te voet. In de Franse hoofdstad komt hij in de leer bij beeldhouwer Auguste Rodin – bekend van het beeld ”De denker”. Al snel breekt Brancusi met zijn leermeester; hij wil zijn eigen ontwikkeling volgen en heeft daarbij naar eigen zeggen geen grote meester nodig. Hij wil een radicaal nieuwe beeldtaal uitvinden. Daarbij hakt of snijdt hij in het materiaal in plaats van eerst klei te gebruiken om zijn beeld te boetseren. Door deze techniek –de zogenaamde taille directe– verandert Brancusi de tot dusver gebruikelijke manier van werken ingrijpend.
Beeldhouwers hebben in die tijd mensen in dienst om beelden te gieten, af te maken en te polijsten. Maar de Roemeen doet alles zelf. Hij verfijnt het opperplak van zijn sculpturen, waar hij soms maanden over doet, om uiteindelijk te komen tot gladde en eenvoudige vormen.
Tederheid Een eivormig vrouwenhoofd –”De slapende muze” uit 1910– is voor de bezoeker het eerste werk van Brancusi in deze tentoonstelling. Het is geheel in glas gehuld, om oxidatie te voorkomen: Brancusi gebruikte geen coating voor zijn sculpturen.
Hij maakte verschillende afgietsels van dit werk in gips en daarna vijf bronzen versies. In plaats van een traditioneel borstbeeld van zijn vrouwelijk model creëert hij een eivormig slapend hoofd. Een beeld dat tederheid oproept, in plaats van statige afstand. Het model is niet meer herkenbaar in de sculptuur en gelaatstrekken zijn slechts subtiel weergegeven.
De kijker ziet zichzelf in het beeld, temeer omdat hij in de reflectie van het brons voortdurend zijn eigen spiegelbeeld ziet. In een paar jaar tijd vindt Brancusi zo een nieuwe beeldtaal uit, met aandacht voor eenvoudige vormen.
In de jaren na het ontstaan van ”De slapende muze” maakt Brancusi diverse sculpturen in eivorm. Hij komt met een reeks kinderhoofdjes die allemaal op hun wang liggen. Uiteindelijk wordt het kinderportret een ei, of een cel, een metafoor zowel voor nieuw leven als van een nieuwe vorm van kunst.
Als de kunstenaar in 1925 een ovaal beeld, zonder enige anatomie, maakt uit onyx introduceert hij dat zelf zo: „Zoek niet naar verborgen formules of mysterie. Ik geef je pure vreugde. Kijk naar mijn beelden tot je ze echt ziet. Zij die het dichtst bij God staan, hebben ze gezien.”

Atelier
De werkplaats van Brancusi aan de Impasse Ronsin in Parijs ademt in zijn tijd de stijl van de maker. Het meubilair, de kachel; de hele inrichting is van zijn hand. In het atelier zijn regelmatig feestjes, waarbij Brancusi Roemeense hapjes maakt in zijn zelfgemaakte oven. Hij dompelt zich in de wereld van de avant-garde in Parijs; een internationale groep kunstenaars die elkaar vaak ontmoeten in de wijk Montparnasse.
Hoewel er geen bewijs gevonden is van een ontmoeting tussen Brancusi en de Nederlandse Piet Mondriaan (1872-1944), is het goed mogelijk dat ze elkaar in die wijk tegen het lijf gelopen zijn. Het restaurant La Closerie des Lilas is in hun tijd dé ontmoetingsplek voor artistieken en intellectuelen.
Nieuw onderzoek heeft aangetoond dat Brancusi nauwe banden onderhield met Nelly van Doesburg
In aanloop naar de tentoonstelling in Amsterdam heeft onderzoek van het Centre Pompidou en H’ART Museum aangetoond dat Brancusi nauwe banden onderhield met Nelly van Doesburg, vrouw van Theo van Doesburg. Die laatste publiceerde het werk van de Roemeen meermaals in het tijdschrift De Stijl, uitgave van kunststroming De Stijl, waartoe ook Mondriaan behoorde.

Haan
In de jaren 30 en 40 maakt Brancusi meerdere reeksen met dieren als onderwerp. Een van zijn bekendste daarvan is de haan, die hij in drie decennia in verschillende maten en materialen uitbeeldt. De haan is symbool van de geboortestreek van Brancusi in Roemenië, maar ook van Frankrijk, het land waar hij tot zijn dood zal wonen. De kunstenaar maakte één exemplaar in brons, nu te zien in Amsterdam. De scherpe zigzaggende lijn van zowel de bronzen haan als de dubbele sokkel in kalksteen en eikenhout refereert aan de hanenkam en het gekraai van de haan.
De sokkel wordt een sculptuur en daarmee zorgt Brancusi voor een nieuw soort beeldhouwkunst
De gekartelde vorm is een terugkerend thema in de sculpturen van Brancusi. Wat begint als een bescheiden houten sokkel met een herhaling van een ruitvorm, groeit uit tot wat nu bekend is als de ”Kolom zonder einde”. De stapeling van de vorm zorgt voor een ritme dat eindeloos lijkt door te gaan. In zijn geboorteland plaatst hij een monumentale versie van ruim 30 meter hoog. Die verbeeldt de axis mundi, de as tussen hemel en aarde. De sokkel wordt zo een sculptuur en daarmee zorgt Brancusi voor een nieuw soort beeldhouwkunst.
Arrangeren
In de bibliotheek van Centre Pompidou zijn talloze boeken, brieven en visitekaartjes te vinden die Brancusi zorgvuldig conserveerde. Ook zijn zelfgemaakte foto’s en films zijn bewaard gebleven. De portretfoto’s die de kunstenaar van zichzelf heeft nagelaten zijn nauwkeurig geënsceneerd; hij kende de invloed van het beeld als geen ander. Des te opvallender is het dat Brancusi niets gedocumenteerd heeft over de Tweede Wereldoorlog, die aan de Franse hoofdstad zeker niet voorbijging. De Roemeen –die pas vijf jaar voor zijn dood Frans staatsburger wordt– trekt zich na de oorlog terug in zijn atelier aan de Impasse Ronsin.
Na 1945 maakt Brancusi geen nieuwe sculpturen meer. In het atelier schikt hij zijn kunstwerken; zowel beelden, mallen als sokkels. Hij speelt met de weerspiegeling van het licht op de bronzen sculpturen, maakt foto’s en blijft de werken herschikken. Het atelier is zo zijn levenswerk.

Een ander groot levenswerk ontstaat kort na een bezoek aan het atelier van Rodin, drie jaar na zijn aankomst in Parijs. Brancusi maakt dan de eerste versie van ”De kus”, een thema waar hij veertig jaar lang aan zal werken. Rodin –de grootmeester van wie Brancusi afstand nam– maakte een wereldberoemd beeld van de kus: twee geliefden zitten op een rots van marmer. Bij Brancusi zijn de lichamen van de geliefden de rots; de een niet groter dan de ander. Het is de belichaming van de taille directe, het beeld is niet gegoten, maar er is direct gehakt in het materiaal.
Het hoogtepunt van de reeks van ”De kus” is een monument in Targu Jiu in Roemenië. Het is een eerbetoon aan de Roemeense soldaten die zijn gesneuveld in de Eerste Wereldoorlog. Boven in de triomfboog, in 1938 geplaatst, staan veertig paren die elkaar omhelzen en kussen.

De laatste versie van ”De kus” maakt Brancusi in 1945. Het beeld vormt ook het slotstuk van de expositie in H’ART. In het werk –een soort totempaal– wordt het motief van de kus voortdurend herhaald. In het midden is het paar te zien dat aan alle zijden identiek herhaald wordt. Van alle kanten is de omhelzing zichtbaar. Het is waarschijnlijk de enige politiek geladen sculptuur die Brancusi maakte. Een kus voor wereldvrede, zei Brancusi, die verder niets losliet over zijn leven tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Een kus. Voor wereldvrede.
Een beeld van een omhelzing dat tachtig jaar na dato niets aan relevantie verloren heeft. Een kus. Voor wereldvrede.
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Kunst en Cultuur







