„Mijn zus zei tegen me: Je hebt onze moeder vermoord”
Ze buigt en haar rimpelige hand schiet naar voren. Ruw sluit ze haar hand om mijn keel. Ik schrik en deins terug. Haar ogen zijn dof en ze staart me verdrietig aan, terwijl ze haar hand langzaam terugtrekt.

Vertwijfeld zoekt de oude vrouw naar woorden. „Hij probeerde me te verstikken, omdat hij niet wilde dat ik over Jezus sprak.”
Het is zondagochtend in Sarajevo, de hoofdstad van Bosnië-Herzegovina (BiH). De kerkdienst in de Christian Baptist Church in BiH is net afgelopen. De kerkgangers verzamelen zich om elkaar te ontmoeten en de dienst te bespreken. Het is een zonnige juni-ochtend. In de koele schaduw zit een oudere vrouw in gedachten naar de bergen achter de stad te staren. Ik loop langzaam naar haar toe en ze kijkt op. „Spreekt u Engels”, vraag ik. Ze houdt haar wijsvinger en duim een stukje uit elkaar. „Klein beetje”. Haar stem is hoog en haar handen trillen door de ouderdom.
Verboden
„U bent zeker de oudste vrouw in deze kerk”, begin ik het gesprek. „Ja.” „En hoe heet u?” „Jasmine.” Jasmijn betekent ”geschenk van God”, bedenk ik.
Ze vertelt me dat ze al meer dan vijftig jaar de kerk bezoekt. „Het was eerst een kleine kerk, maar na de burgeroorlog in 1995 groeide de gemeente al snel in omvang.”
Sarajevo is een stad waar verschillende religies samenwonen, al is het grootste deel van de bevolking moslim, weet ik me te herinneren. Voorzichtig stel ik de vraag of ze altijd al christen was. „Ik was vroeger moslim”, vertelt Jasmine. „Op jonge leeftijd bezocht ik een Engelse cursus. Daar ontmoette ik een christelijke vrouw. Ik zag dat ze anders was dan andere mensen. Ze was zo vriendelijk en blij.”
„Ze nodigde me uit om mee te gaan naar de kerk. Dat was verboden door de toenmalige communistische machthebbers. Ik vroeg haar toen geschokt: „Weet je man daar wel van?” Ze had glimlachend geantwoord dat haar man de predikant van de kerk was. Ik dacht nog: hoe is dat mogelijk? De vrouw vroeg me of ik de Bijbel weleens had gelezen. Nee, die had ik nooit gelezen. Ze gaf me toen de Bijbel als geschenk. Vanaf dat moment ben ik stiekem meegegaan naar de kerk. Daar heeft God me gered! Daar in de kerk.”
Hartaanval
„Ik begon de Bijbel te lezen”, vervolgt Jasmine. „Op een dag liet mijn vader de boeken die ik las over het christendom, aan mijn moeder zien. Deze boeken mocht ik als moslim absoluut niet lezen. Mijn moeder schrok zo dat ze een hartaanval kreeg. Ze werd opgehaald door de ambulance, maar ze was niet meer te redden.”

„Uw moeder kreeg een hartaanval omdat ze zo geschrokken was dat u de Bijbel las”, vraag ik ongelovig. „Ja”, klinkt het zacht uit haar mond. „Mijn zus zei tegen me: „Je hebt onze moeder vermoord.” Ik besloot daarom de Bijbel terug te geven aan de vrouw. Ze heeft me toen uit de Bijbel 1 Korinthe 3 vers 13 voorgelezen: „Eens iegelijks werk zal openbaar worden; want de dag zal het verklaren, dewijl het door vuur ontdekt wordt; en hoedanig eens iegelijks werk is, zal het vuur beproeven.””
Droom
„Ze hebben daarna veel voor me gebeden”, gaat Jasmine verder. „Op een nacht kreeg ik een droom. Ik zag de Zoon.” Ze schiet overeind en kijkt vol vreugde omhoog naar de helderblauwe hemel, die zich ver uitstrekt over de bergen en de stad. „Het was de Zoon, ik wist het. De persoon was Jezus!” Haar ogen vullen zich met tranen. „Hij was erg zachtaardig en ik werd zo ontzettend blij. Ik besloot om bij Hem te blijven.” „Hoe oud was u toen u besloot om bij Hem te blijven?” „Ik was 29 jaar en sindsdien ben ik altijd bij Hem gebleven.”
Keel
In gedachten vraag ik me af of ze nog steeds contact zou hebben met haar familie. Na even twijfelen besluit ik het toch te vragen. „Spreekt u nog met uw familie?” Ze kijkt me weer droevig aan. „Nee”, fluistert ze. „Ze accepteerden niet dat ik christen werd. Mijn broer was fel tegen het christendom.” Ze buigt en haar rimpelige hand schiet naar voren. Ze sluit haar hand ruw om mijn keel. Ik schrik en deins terug. Haar ogen zijn dof en ze staart me verdrietig aan, terwijl ze haar hand langzaam terugtrekt. Vertwijfeld zoekt ze naar woorden. „Hij probeerde me te verstikken, omdat hij niet wilde dat ik over Jezus sprak.”
Ineens begint ze te stralen. „Maar ik heb geen angst meer, want Jezus geeft me kracht! Ik bid nog steeds voor mijn broer en dat zal ik blijven doen.”
Ik pak voorzichtig haar dunne, rimpelige hand. „Wonderen gebeuren nog steeds, Jasmine. Op jonge, maar ook op oudere leeftijd. Er is nog hoop voor hem”, zeg ik zacht. Ze knijpt in mijn hand en knikt langzaam. „Ja”, fluistert ze.
Freelance journaliste Annelien Wijma bracht een paar weken geleden in Sarajevo een bezoek aan de Christian Baptist Church in BiH.
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Serie: Christen in Moslimland




