Liefde voor groen loopt uit op pluktuin

Tussen duizenden fuchsia’s en een zee van zomerse kleuren runt Esther van der Velde samen met haar man Gerrit een kwekerij en pluktuin in Heerde. In een tijd waarin verduurzaming vaak in grote woorden wordt gevangen, laat ze zien hoe je met gezond verstand, hergebruik en liefde voor groen óók verschil kunt maken.

Esther van der Velde en haar man Gerrit in hun pluktuin in Heerde.

Esthers verhaal begint niet met klimaatagenda’s of groene ambities, maar met liefde: voor bloemen, voor planten en voor het leven buiten. „Mijn man heeft de tuinbouwschool gedaan, ikzelf de pabo. Dus nee, ik kom niet uit het vak”, zegt ze nuchter. „Maar als kind was ik al in de weer met bloemetjes uit de berm. Daar maakte ik boeketjes van die ik verkocht langs de weg. Het zit er gewoon in.”

Na jaren in het onderwijs, waaronder op een basisschool op Urk, stapte Esther uit het klaslokaal toen haar oudste kind werd geboren. „Ik wilde niet meer heen en weer reizen. En ik wilde ook geen duobaan, maar volledig voor de klas staan. Dat kon toen niet, dus ben ik bij een peuterspeelzaal gaan werken. Ondertussen groeide mijn liefde voor groen.”

Op de kwekerij van haar man en haar kon ze haar creativiteit kwijt in avondworkshops met bloemwerk. „Dat was toen heel populair: werken met mos, berkentakken, gaas. We maakten er de prachtigste dingen van.”

Moederplanten

De kwekerij was eerst gericht op snijbloemen voor de veiling, later steeds meer op directe verkoop aan particulieren. Toen een grote fuchsiakwekerij in de regio ermee ophield, kregen Esther en haar man de vraag of ze het assortiment wilden overnemen. „We twijfelden eerst. Het was veel en we dachten: kunnen we dat wel? Maar het is achteraf een gouden zet geweest.”

Inmiddels telt de collectie zo’n 3000 fuchsiasoorten en 400 pelargoniumsoorten. beeld Nadia van der Sar

Inmiddels telt hun collectie zo’n 3000 fuchsiasoorten en 400 pelargoniumsoorten. Wat je koopt bij de kwekerij, is gekweekt op eigen bodem. „Onze moederplanten staan in een aparte kast. We nemen stekjes, bewortelen ze, en kweken ze op tot sterke planten. Geen lange reizen, geen tussenhandel.

Mijn man reed vroeger midden in de nacht naar de bloemenveiling in Utrecht, maar we merkten dat het persoonlijk contact met klanten ons meer voldoening gaf. Bovendien: bij de veiling konden we zomaar met verlies draaien.”

„Wat je bij onze kwekerij koopt, is gekweekt op eigen bodem”

Particuliere verkoop

Een kleine particuliere verkoop aan huis die er al was, groeide langzaam verder. „Door mijn workshops hadden we materiaal nodig, dus legden we een pluktuin aan. Daarmee waren we er vroeg bij. Nu zie je ze overal, maar toen was het echt nieuw.”

De pluktuin kreeg in coronatijd een andere betekenis. „Vijf jaar geleden, in april –precies de maand met normaal de hoogste inkomsten– brak de pandemie uit. Alles lag stil, dus moesten we creatief zijn. Die zomer zijn we gestart met het leveren van boeketten aan de plaatselijke Jumbo, gemaakt van bloemen uit onze eigen pluktuin. Dat doen we nog steeds. Vanaf juli vragen mensen er alweer naar. We zaaien en planten alles zelf en eind juni is de tuin op z’n mooist. Dan begin ik weer met het maken en leveren van de boeketten.”

Gezond verstand

Duurzaamheid is bij Esther geen marketingterm, maar de natuurlijke manier van werken. „Alle kassen heeft mijn man zelf afgebroken bij bedrijven die ermee stopten. In de omgeving van Utrecht moest bijvoorbeeld een heel gebied gesloopt worden, en daar hebben we toen kassen gekocht. Die hebben we hier vervolgens herbouwd. Dat was nog niet in de tijd dat we bewust met duurzaamheid bezig waren, we hadden in het begin gewoon niet veel geld en we zochten naar een manier om binnen ons budget toch aan kassen te komen. Het waren allemaal oude exemplaren, maar dit was de oplossing die haalbaar was. Nu kijk je terug en denk je: ja, dat was eigenlijk heel duurzaam.”

beeld Nadia van der Sar

Esther is open over de duurzame keuzes van de kwekerij. „We zijn niet biologisch gecertificeerd volgens de Skal-normen, maar we zijn wel gecertificeerd binnen het MPS-systeem (Milieu Project Sierteelt). Daar vallen we in de A-klasse, de hoogste categorie. Dat betekent dat we op een milieubewuste manier kweken, zonder groeiremmers en zonder chemische bestrijdingsmiddelen. We gebruiken uitsluitend biologische bestrijding, zoals natuurlijke vijanden van plagen of middelen van biologische merken zoals Pireco.”

Uitleg

Toch blijft ze realistisch over de grenzen van verduurzaming. „Veenvrije potgrond? We hebben die getest, maar de planten zagen er niet goed uit. En als niemand ze wil kopen, ben je ook niets opgeschoten. We willen wel, maar het moet ook kunnen. Op dit moment hebben we nog geen mengsel gevonden dat voldoet aan de eisen van onze planten, maar we volgen de ontwikkelingen op dit gebied nauwgezet. Zodra het wél werkt, stappen we natuurlijk over. Mensen begrijpen dat vaak beter als je het gewoon uitlegt”, stelt ze. „We willen vooruit, maar het moet haalbaar zijn: voor plant én klant”

„We willen vooruit, maar het moet haalbaar zijn: voor plant én klant”

De gevolgen van klimaatverandering zijn ook in Heerde voelbaar. „In september organiseren we altijd een herfstfair, een gezellig tweedaags evenement. We kweken er speciaal bijzondere pompoenen en lagenaria’s voor. Er zijn kraampjes met handgemaakte producten, een bloemschikdemonstratie en een herfstmodeshow door de pluktuin. Afgelopen jaar sloeg het weer onverwachts om, net voor de start. Een enorme hagelbui. Ik heb mezelf opgesloten op het toilet, zo bang was ik dat het glas het zou begeven. De kas bleef heel, maar de hele pluktuin was verwoest.”

beeld Pixabay

Ook de waterhuishouding staat onder druk. „We hebben een bassin aangelegd om regenwater op te vangen, maar soms is dat niet genoeg. Dan moeten we alsnog grondwater oppompen. En het gascontract dat afloopt, dat is ook spannend. De moederplanten moeten in de winter warm blijven, anders kunnen we niet stekken.”

Cirkel van seizoenen

Esther en haar man hopen dit werk nog tot aan hun pensioen te kunnen blijven doen, op de huidige manier. Het is precies zoals ze het zich ooit hadden voorgesteld. Al blijft het fysiek zwaar. „We zijn allebei 57 en je merkt toch al wat kleine ongemakken. Het is fysiek werk –veel staan, bukken, tillen– dus het is belangrijk om gezond te blijven, zodat we dit ook echt kunnen volhouden.”

Toch overheerst het gevoel van voldoening. „Eigenlijk hebben we inmiddels alle facetten mooi bij elkaar gebracht”, vertelt ze. „Alles past goed in elkaar: de kwekerij, de pluktuin – het vormt één geheel.”

beeld Pixabay

Esthers jaar heeft een duidelijke, natuurlijke opbouw. In februari, maart en april ligt de focus op de fuchsia’s en pelargoniums, die naar klanten in heel Europa worden verzonden. Vervolgens start ze met de verkoop van eenjarige planten. Eind april gaan de kassen open. In juni verschuift de aandacht naar de pluktuin, die in juli volop in bloei staat. „Zo vormt het hele jaar voor ons een mooie, logische cirkel.”

Populaire artikelen