EconomieGroot Geld

Meer arbeidsparticipatie in reformatorische kring gewenst

Het Reformatorisch Dagblad van 7 juni schetste helder de demografische realiteit: Nederland vergrijst in rap tempo.

beeld RD

Tegelijk wordt in deze krant geregeld een discussie gevoerd over de arbeidsparticipatie van vrouwen en de rolverdeling binnen het gezin. Vanuit theologisch en cultureel perspectief valt daar veel over te zeggen. Als econoom wil ik enkel de vraag stellen: kunnen we het ons in een snel vergrijzende samenleving veroorloven dat een grote groep nauwelijks deelneemt aan het arbeidsproces?

De cijfers spreken voor zich. In 1950 stonden er zeven mensen van 20 tot 65 jaar tegenover elke AOW’er. Nu zijn dat er drie, in 2040 nog maar twee. Intussen zijn de personeelstekorten in veel sectoren structureel. Alleen al in de zorg zijn tot 2030 zo’n 200.000 extra mensen nodig. Kortom: veel werk, weinig handen.

Alleen al in de zorg zijn tot 2030 zo’n 200.000 extra mensen nodig. beeld AFP, Thomas Samson

Economen onderscheiden twee oplossingsrichtingen: slimmer werken (hogere productiviteit) of méér werken (hogere participatie). Nieuwe technologie is veelbelovend, maar lost het tekort niet op. Wie nuchter naar de cijfers kijkt, ontkomt niet aan de conclusie: er moet meer gewerkt worden. Met een arbeidsparticipatie van 85 procent onder 15- tot 64-jarigen is Nederland al Europees koploper. Toch is er zeker nog ruimte – juist in reformatorische kring, waar vrouwen beduidend minder (vaak) werken.

Wie realistisch naar de toekomst kijkt, ziet dat we iedereen nodig hebben

We kunnen deelname aan het arbeidsproces niet helemaal meer als vrijblijvend zien. Wie hecht aan christelijk onderwijs of identiteitsgebonden zorg, zal ook oog moeten hebben voor de houdbaarheid ervan. Zonder voldoende personeel komen juist die voorzieningen als eerste onder druk. Het verhogen van de arbeidsparticipatie is dan ook geen bedreiging van de identiteit, maar eerder een voorwaarde voor het behoud ervan.

Ralph Verhoeks. beeld RD, Anton Dommerholt

Dit is geen pleidooi om iedereen de arbeidsmarkt op te jagen – een binnen de SGP veelgehoorde verzuchting. Maar wel een oproep tot realiteitszin en verantwoordelijkheid. Iedereen die nu nog aan de kant staat, is straks onmisbaar. Gelukkig ontstaan er overal hoopvolle initiatieven. Zo zet het Hoornbeeck College actief in op het opleiden van zijinstromers en herintreders, bijvoorbeeld voor de zorg. Maar het is bij lange na niet genoeg.

Tegen die achtergrond voelt de strijd die sommige leidslieden in onze kring voeren voor het behoud van traditionele rolpatronen bevreemdend. Het is een achterhoedegevecht, zonder gevoel voor urgentie. De maatschappelijke en economische realiteit is inmiddels zó dwingend dat krampachtig vasthouden aan ”identity markers” steeds meer botst met de werkelijkheid buiten de voordeur.

Werk blijft altijd een persoonlijke keuze. En de waarde van mantelzorg en vrijwilligerswerk kan moeilijk overschat worden. Maar wie realistisch naar de toekomst kijkt, ziet dat we iedereen nodig hebben. We stevenen af op een arbeidsinfarct van existentiële omvang. En dat lossen we alleen op als iedereen meedoet. Dat vraagt om een cultuurverandering, waarin (betaald) werk niet gezien wordt als verlies, maar als verrijking – van het gezin en de gemeenschap.

De auteur is econoom bij De Nederlandsche Bank. Hij schrijft op persoonlijke titel.