GezondheidInnoGenerics

Wat sluiting grootste medicijnfabriek van Nederland betekent voor de consument

Nederlands laatste grote geneesmiddelenfabriek InnoGenerics stopt deze dinsdag haar productie. Het bedrijf maakte onder meer pillen tegen jicht, depressie en hart- en vaatziekten. Wat betekent de stop voor medicijngebruikers? Zes vragen.

Een medewerker van medicijnfabriek InnoGenerics maakt een machine schoon waarmee pillen worden gevormd. beeld ANP, Marlies Wessels

Hoe uniek is InnoGenerics?

Het bedrijf was de laatste grote medicijnfabrikant van Nederland, met een productiecapaciteit van ongeveer 3 miljard pillen per jaar. Nederland telt na de sluiting van InnoGenerics nog twintig andere medicijnfabrieken, die echter veel kleiner zijn. Drie daarvan zijn in bezit van een Nederlander.

Welke medicijnen produceerde de Leidse fabrikant?

Het bedrijf was verantwoordelijk voor de productie en verpakking van geneesmiddelen in tabletvorm. Het gaat om medicijnen tegen jicht, depressie en hart- en vaatziekten. Ook produceerde InnoGenerics pillen tegen epilepsie, reisziekte, verhoogd cholesterol, angst en spanning, slaapstoornissen, suikerziekte, verstopping, pijn, diarree en worminfecties.

Waarom gaat InnoGenerics dicht?

Het bedrijf was niet rendabel. Zo draaide het de afgelopen weken op een kwart van zijn volledige capaciteit. Op 13 december verklaarde de rechter in Den Haag de onderneming failliet.

Als belangrijke oorzaak voor de teloorgang van het bedrijf ziet directeur Lucas Wiarda het voorkeursbeleid van zorgverzekeraars. Dit houdt in dat verzekeraars bepalen welk merk medicijnen een patiënt krijgt. Zij hebben daarbij alleen oog voor de prijs, en niet voor duurzaamheid of productie dicht bij huis, verklaarde hij eerder tegen het AD. InnoGenerics kan qua prijs niet opboksen tegen fabrieken uit het buitenland, zoals India en China.

InnoGenerics produceerde zogenaamde generieke medicijnen, waarop geen patent meer berust. Elk bedrijf mag deze middelen daarom produceren. Volgens cijfers van Bogin, de branchevereniging voor generieke medicijnen, zijn de afgelopen vijf jaar 3300 van de 8000 generieke medicijnen van de Nederlandse markt verdwenen.

Nederland staat in de top drie van Europese landen met de goedkoopste generieke medicijnen, naast Denemarken en Zweden. Dat is fijn voor de consument, maar voor fabrikanten is het daardoor vaak niet rendabel om aan eigen bodem te leveren. Het gevolg is dat Nederland pillen aan bijvoorbeeld de Verenigde Staten verkoopt, terwijl het medicijnen uit India importeert.

Had de fabrikant niet met overheidssteun overeind kunnen blijven?

Over die optie is zeker nagedacht. De ministeries van Volksgezondheid (VWS) en Economische Zaken hebben diverse betrokkenen, waaronder farmaceuten en potentiële investeerders, gevraagd of ze bereid zijn extra geld te stoppen in het bedrijf. Geen van deze partijen bleek dat te willen.

Daarnaast hebben de ministeries overwogen om de fabrikant met behulp van overheidssteun in de benen te houden. Zo’n ingreep bleek na onderzoek echter niet toereikend om het bedrijf toekomstbestendig te maken. Ook kan de overheid „slechts in zeer uitzonderlijke gevallen” zo ver gaan om een individueel bedrijf te steunen, benadrukt minister Kuipers van VWS in een Kamerbrief.

Zitten patiënten straks zonder pillen?

Dat zou kunnen. Er zijn nu al ernstige tekorten aan bepaalde medicijnen die InnoGenerics produceerde. Het gaat om onder meer epilepsiemedicijn Carbamazepine, cholesterolremmer Gemfibrozil en kalmeringsmiddel Temazepam. Voor deze pillen zijn geen goede alternatieven beschikbaar.

Van de meeste geneesmiddelen is er echter voldoende op voorraad of zijn er vervangende geneesmiddelen beschikbaar.

Wordt Nederland door het faillisement van InnoGenerics nog afhankelijker van het buitenland?

Dat klopt, en daar zit precies het pijnpunt van velen. Om die reden schreven diverse organisaties in maart een brandbrief aan minister Kuipers, waarin ze hem opriepen de medicijnproductie in Nederland te houden. De minister zou daarvoor verzekeraars moeten verplichten om minstens 30 tot 40 procent van de generieke medicijnen in Nederland te bestellen. De minister zag echter geen aanleiding om verzekeraars daartoe te dwingen.