OM eist levenslang tegen jeugdvriend Taghi voor oude moorden
Het Openbaar Ministerie heeft dinsdag een levenslange gevangenisstraf geëist tegen Jaouad W. (46) voor zijn betrokkenheid bij vijf moorden, gepleegd tussen 2011 en 2014. Het OM vindt de verdenkingen tegen W. „te ernstig en schokkend” voor een tijdelijke celstraf. „Verdachte heeft zijn recht om deel te nemen aan onze samenleving met het plegen van deze feiten verspeeld.”
Justitie noemt de jeugdvriend van Ridouan Taghi een „vertrouweling” en een „onmisbare schakel” in diens moordorganisatie. „Zijn rol is het best te omschrijven als een moordmakelaar die ook meewerkend voorman is”, zei de officier van justitie. W. zou mede hebben bepaald wie er wanneer geliquideerd werd. Hij zou spotters hebben betaald en moordploegen van informatie hebben voorzien. Daarbij meent justitie dat W. voorverkenningen deed, valse kentekenplaten regelde en peilbakens.
De zaak draait om de liquidatie van twee mannen (47 en 53) bij een hotel in Houten in 2011, om de moord op een 22-jarige en een 38-jarige man in 2014 in Amersfoort en de liquidatie van een man (68) in het Brabantse Steenbergen, datzelfde jaar. Allemaal gepleegd in het drugscircuit.
De slachtoffers werden uitgebreid in de gaten gehouden en daarna met grof vuurwapengeweld geliquideerd. De gebruikte vluchtauto’s werden na de moordaanslag in brand gestoken. „De misdrijven zijn grondig voorbereid”, zei de officier. Per liquidatie zou 100.000 euro zijn betaald.
De verdachte was eerder in beeld voor de moorden, maar destijds was er onvoldoende bewijs voor vervolging. Door nieuwe technieken kan dat nu wel. Zo kon DNA op twee hulzen van een liquidatie op 20 januari 2014 in Amersfoort met grotere zekerheid aan W. worden toegeschreven dan eerder.
W. werd in 2019 veroordeeld tot dertien jaar cel voor zijn rol in een grote wapenzaak. Hij zou lid zijn geweest van de criminele groepering die werkte voor Taghi en zich bezighield met het voorbereiden van moorden. Volgens justitie kende W. Taghi al jaren en waren ze beiden lid van de jeugdbende ‘Bad Boys’. W. werd in februari 2024 aangehouden in zijn cel, een paar weken voordat zijn straf erop zat.
De administratie van de groep vormt belangrijk bewijs in de zaak tegen W. Hierin zijn anderhalf jaar lang de in- en uitgaven bijgehouden, onder meer betalingen aan schutters en spotters, en kosten van wapens en schuiladressen.
Het proces van W. gaat op 20 april verder met het pleidooi van de verdediging.