BinnenlandAchtergrond

Haat en huftergedrag op sociale media: hoe lang is anonimiteit nog wenselijk?

Schelden op sociale media, foute filmpjes delen en berichten met bedreigingen sturen. Kan het opheffen van anonimiteit harde en hatelijke woorden online beperken?

Twee handen op het toetsenbord van een laptop. Eromheen staan rode wolkjes met hatelijke teksten en icoontjes.
Mensen durven online uitspraken te doen die ze nooit voor hun rekening zouden nemen als hun identiteit bekend zou zijn. beeld Getty Images/iStockphoto

Bedreigingen zijn de prijs die we betalen voor anonimiteit op sociale media, zei oud-minister Hugo de Jonge zaterdag op de SGP-jongerendag. Hij pleitte voor een maatschappelijk debat over de vraag of die anonimiteit wel wenselijk is. Dat De Jonge ook na coronatijd heel wat over zich heen krijgt, bleek wel na publicatie van een artikel hierover op RD.nl. In de ‘vriendelijkste’ reacties op sociale media werd hij uitgemaakt voor „NSB’er” of „vieze vuile rat”. De ergste bevatten directe doodsverwensingen. Reden voor de redactie om het bericht maandag van Facebook te halen.

Juist anonimiteit werkt zulk gedrag in de hand, stelt hoogleraar psychologie Paul van Lange van de Vrije Universiteit Amsterdam. Volgens hem speelt reputatie bewust of onbewust een grote rol in menselijk gedrag. „We proberen alles wat onze reputatie kan schaden, tot een minimum te beperken. We zullen een uiting sneller laten, als we weten dat anderen vinden dat we daarmee normen overschrijden. Maar nu zijn de repercussies nul en durven mensen dus online uitspraken te doen die ze nooit voor hun rekening zouden nemen als hun identiteit bekend zou zijn.”

Huftergedrag op sociale media heeft ook te maken met een diepe irritatie. „Die frustratie uitte je vroeger bij wijze van spreken schreeuwend voor de televisie. Alleen je intimi kregen dat mee. Nu kun je je ideeën op een snelle en effectieve manier verspreiden.”

„Door anonieme accounts krijgen mensen ten onrechte het gevoel dat beledigingen en kwetsende woorden erbij horen”

Paul van Lange, hoogleraar psychologie

Van Lange is groot voorstander van het opheffen van anonimiteit. „Door die anonieme accounts krijgen mensen ten onrechte het gevoel dat beledigingen en kwetsende woorden erbij horen. De norm voor vriendelijk gedrag vervaagt en grenzen voor wat acceptabele uitingen zijn verschuiven. Mensen zien immers niet altijd wat anoniem is en wat niet, maar kijken vooral naar wat er gezegd wordt.”

Me too

Sarah Eskens, universitair docent recht en technologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, ziet net als Van Lange de schade die online anonimiteit aanricht. Toch zou ze nooit van anonimiteit af willen. „Voor de democratie is het belangrijk dat mensen zich vrij en veilig kunnen uitspreken. Anders zullen activisten, dissidenten en minderheden hun ideeën en ervaringen minder snel publiekelijk laten horen.” Ook de #MeToo-beweging werd volgens haar mede zo groot doordat veel vrouwen hun ervaringen rond seksueel grensoverschrijdend gedrag anoniem konden delen.

„Het is een illusie dat je onwelgevallige gedachten kunt uitroeien”

Sarah Eskens, universitair docent

Nee, Eskens pleit niet voor anonimiteit omdat ze racistische uitspraken of het verheerlijken van terrorisme prima vindt. „Maar het is een illusie dat je onwelgevallige gedachten kunt uitroeien.” Ze wijst erop dat de politie indien nodig anonieme bedreigers al kan achterhalen via ip-adressen.

Het opheffen van anonimiteit vindt ze echter „een veel te grof middel”. Liever pakt ze het probleem van schelden, haat en bedreiging „op een dieper niveau” aan. „Homofobe reacties richting Rob Jetten moet je niet alleen bestrijden, want die zijn slechts een symptoom van een gedachtegoed dat steeds meer voet aan de grond krijgt.”

Dorpsplein

Hoogleraar Van Lange erkent het belang van vrije meningsuiting en het recht op privacy. Maar voor hem weegt de negatieve beïnvloeding van onze socialemediacultuur zwaarder dan dat mensen anoniem alles kunnen zeggen. „Die cultuur vormt vooral op lange termijn een bedreiging voor waardevolle communicatie.”

Mensen reageren op sociale media vaak impulsief, stelt hij. Van Lange zou het daarom al een verbetering vinden als teksten waarin hatelijke termen voorkomen pas na een tijdje gepost worden. „Stel dat zo’n bericht pas drie uur later online zou komen, dan hebben mensen de tijd om zich te bedenken. Net zoals je vroeger op het dorpsplein voorzichtig was heftige uitspraken te doen.”