Bijbelstudieboek over Daniël bevat wijze lessen en roept vragen op
Wim Grandia schreef een uitgebreide Bijbelstudie over het boek Daniël. Het boek bevat veertig hoofdstukken die zich lenen voor persoonlijk gebruik of in groepsverband. De tekst is aansprekend en toegankelijk.

Wat mij opviel, is dat het boek bijzonder fraai is vormgegeven. Het neemt prettig ter hand, heeft een goede bladspiegel en is fraai geïllustreerd. In een tijd waarin vormgeving weleens het sluitstuk op de begroting lijkt te zijn, verdient Uitgeverij Gideon (en de vormgever) een compliment.
Wim Grandia geniet bekendheid vanuit zijn tijd bij de Evangelische Omroep en zijn werk als voorganger in verschillende evangelische gemeenten. De laatste jaren treedt hij vaak op als spreker over Bijbelse profetie en eindtijd. Dit boek is eigenlijk een vervolg op zijn eerdere studie over het boek Openbaring.
Ik heb waardering voor de wijze waarop Grandia schrijft. Zijn boek kenmerkt zich door een pastorale toon. Het boek bevat verschillende wijze lessen. Grandia spreekt eerlijk over zonde en genade. Het christenleven wordt door hem getekend als een voortgaande strijd met zonde, zelf en wereld.
Messiaanse rijk
De hoofdstukken kenmerken zich door een zorgvuldig luisteren naar de tekst en een goede toegankelijke uitleg hiervan. Met veel hiervan kon ik zonder meer instemmen, vooral met de hoofdstukken die betrekking hebben op het eerste gedeelte van Daniël.
Spannender werd het bij de hoofdstukken die handelen over de profetische delen in het tweede deel van het boek Daniël. Hier ontpopt Grandia zich als een klassieke dispensationalist. Daniël is in zijn visie een boek dat primair over Israël en de toekomst van Israël gaat. De hele wereldgeschiedenis werkt toe naar de openbaring van het Messiaanse rijk, het duizendjarige rijk waarin Christus zichtbaar vanuit Jeruzalem zal regeren.
Nu is dit een gedachte die ook binnen de gereformeerde traditie respectabele aanhangers heeft gehad (en nog). Maar bij Grandia treden daarbij ook allerlei typisch dispensationalistische elementen aan het licht, zoals het sterke onderscheid tussen Israël en de gemeente, de opname van de gemeente, de grote verdrukking voor Israël en meerdere opstandingen (ik las ergens wel tot vier).
Cruciaal in deze benadering is de interpretatie van de tweede helft van de laatste jaarweek uit Daniël 7. Volgens de dispensationalistische benadering wordt de laatste jaarweek onderbroken door het intermezzo van de gemeente. Wanneer deze tot een einde komt met de opname van de gemeente, haalt God Zijn vinger van de pauzeknop af en vervolgt Hij Zijn plan met Israël. Dat is de periode dat de tempel herbouwd wordt en de antichrist zich aandient en er een periode van grote verdrukking voor Israël zal komen.
De dispensationalistische lezing van Daniël is zeker mogelijk, maar niet de enige
Hoewel ik bij Grandia diep respect voor Gods Woord ontwaar, ben ik geneigd hem in deze manier van lezen van de Bijbel niet te volgen. Het gaat dan niet zozeer om het gezag van Gods Woord, maar om de interpretatie ervan.
De dispensationalistische lezing van Daniël is zeker mogelijk, maar niet de enige en wat mij betreft ook niet de meest overtuigende. Nu behoren de profetische delen van Daniël zonder meer tot de moeilijkste uit het Oude Testament en maken uitleggers dan ook verschillende keuzes. Persoonlijk vind ik Grandia’s uitleg op dit punt wat gekunsteld aandoen. De Bijbel lijkt een soort puzzelboek te worden waarbij allerlei teksten uit de hele canon naast elkaar gelegd worden om in de dispensationalistische puzzel te passen. Maar veel van die teksten kunnen ook anders gelezen en geïnterpreteerd worden.
Ander plaatje
Om een voorbeeld te noemen: verschillende uitleggers kiezen ervoor om het vierde rijk te laten slaan op het Griekse rijk (en niet op het Romeinse, zoals Grandia meent). In dat geval krijg je een heel ander plaatje en hoeven we niet te wachten op een herleving van het Romeinse Rijk in de laatste dagen. Zelf ben ik geneigd de laatste drieënhalve dag van de laatste jaarweek op te vatten als een symbool van de periode sinds de komst van Christus.
Veel meer dan Grandia neig ik ertoe het Koninkrijk van Christus als reeds begonnen te beschouwen. Volgens Grandia moet de profetie ”De heerschappij is op Zijn schouder” (Jesaja 9:5) nog vervuld worden in het Messiaanse rijk. Natuurlijk zal het dan tot volkomen ontplooiing komen, maar het lijkt me helder dat Christus’ heerschappij al volop werkelijkheid is. Daarom meen ik dat het duizendjarig rijk geen toekomstig gebeuren is, maar symbool staat voor de Evangeliebedeling nu.
Al ga ik op dit punt niet met Grandia mee, ook wie een andere benadering kiest, kan zeker zijn voordeel doen met dit boek. Hoewel ik zijn arminiaanse visie op het geloof niet deel en ik het gewaagd vind om elk mens net als Daniël zonder meer als „zeer gewenst” te betitelen, zijn de warme toon en de wijze lessen waardevol. Daar kan elke Bijbellezer zijn winst mee doen.

De tijd van het einde door de ogen van Daniël
Wim Grandia
Uitgeverij Gideon
431 blz.
€ 29,95
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Boeken | Theologie







