EconomieVerslag

Stikstofclaim in kort geding: overheid mag mestnormen niet korten

De mestruzie van december in het kabinet-Schoof heeft een juridisch staartje gekregen. Hoe rechtmatig is de verlenging van een maatregel die boeren beperkt bij de bemesting van hun gewassen?

Luchtfoto van een trekker met aanhanger die mest uitrijdt over een akker. Langs de akker loopt een sloot.
In zogeheten NV-gebieden  worden boeren 20 procent gekort op de stikstofgebruiksnormen. beeld ANP, Jeffrey Groeneweg

Mest, stikstof en waterkwaliteit zijn ingrediënten voor een ingewikkelde kwestie. Dat bleek al in december, en het bleek woensdag opnieuw tijdens een kort geding van twee Flevolandse akkerbouwers en de Stichting Stikstof Claim (SSC) tegen de Staat.

„Het gaat over het bemesten van grond, wat mag wel en wat mag niet”, zei voorzieningenrechter Thera Hesselink aan het begin van de zitting. In de kern komt het daar inderdaad op neer. Toch is die ogenschijnlijk simpel te beantwoorden vraag aanleiding voor een juridisch steekspel. Een steekspel waarin het vervallen van de zogeheten derogatie een sleutelrol speelt.

Ontheffing

De derogatie was een tijdelijke ontheffing op de Nitraatrichtlijn. Dit is een Europese ‘wet’ die de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater moet verbeteren. Nederlandse boeren mochten onder voorwaarden meer dierlijke mest op grasland uitrijden dan de Europese basisnorm van (omgerekend) 170 kilogram stikstof per hectare. De derogatie liep eind 2025 af. De Europese Commissie weigerde een verlenging, omdat Nederland de waterkwaliteit niet overal op orde heeft.

Oudere man met licht grijzend haar en bril.
Jan-Cees Vogelaar. beeld ANP, Evert Elzinga

Een van de voorwaarden voor de laatste derogatie (2022-2025) was dat Nederland in regio’s waar de waterkwaliteit onder de maat is, minder bemesting toestaat. Boeren in deze ”met nutriënten verontreinigde gebieden” (NV-gebieden) worden 20 procent gekort op de stikstofgebruiksnormen. Zo’n norm is de toegestane bemesting van een gewas met (opgeteld) dierlijke mest en kunstmest.

Door die korting is er kans dat de oogst van zijn gewassen lager uitpakt, stelde akkerbouwer Stefan Witkop uit Swifterbant. Afhankelijk van het weer in het groeiseizoen kan het volgens hem wel 10 tot 20 procent schelen. Zijn collega John van Zanten uit Lelystad zei dat in het najaar de groenbemester zich onvoldoende ontwikkelt, terwijl die juist zo belangrijk is om de gezondheid van de bodem op peil te houden.

Schade

SSC-voorzitter Jan-Cees Vogelaar becijfert de schade door de korting voor akkerbouwers op 1500 tot 4500 euro per hectare, afhankelijk van de prijs die een gewas opbrengt. Zijn stichting telt 3300 leden, maar volgens Vogelaar zijn nog duizenden andere boeren de dupe van de korting van de bemestingsnormen.

„De juridische grondslag is vervallen”

Robert van den Broek, advocaat SSC

Volgens Robert van den Broek, advocaat van SSC en de twee boeren, zijn met het wegvallen van de derogatie ook de NV-gebieden van de baan. „De juridische grondslag is vervallen”, zei hij. En dus moet de korting geschrapt worden.

Hij ging nog een stapje verder: ook de basis van de derogatie zelf is vervallen. Dat was het zogeheten zevende actieprogramma in het kader van de Nitraatrichtlijn. Dit liep tot eind 2025.

Demissionair landbouwminister Femke Wiersma deed in december weliswaar „een halfslachtige poging om dat programma te verlengen”, zei Van den Broek. Maar volgens hem had zij die bevoegdheid niet, omdat het programma is gebaseerd op oude gegevens. Nieuw wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat er door de landbouw veel minder stikstof in het water terechtkomt dan vroeger, aldus de advocaat.

Met zijn verwijzing roerde hij een kwestie aan die kort voor Kerst speelde. Minister Wiersma (BBB) en staatssecretaris Thierry Aartsen (Milieu, VVD) botsten toen met elkaar over de aanpak van de verbetering van de waterkwaliteit. Nederland moet daarvoor elke vier jaar een actieprogramma in Brussel inleveren. De achtste editie had per 1 januari 2026 in moeten gaan.

Motie Grinwis

Wiersma wilde het door haar ministerie uitgewerkte concept toch doordrukken, maar daar ging de nieuw gekozen Tweede Kamer dwars voor liggen. Die nam een motie van Pieter Grinwis (ChristenUnie) aan om het zevende programma te verlengen. De uitwerking van de achtste versie werd overgelaten aan het (toen nog) toekomstige kabinet-Jetten. Wiersma legde zich daarbij neer.

De advocaten Matthijs Timmer en Jelmer Procee stelden woensdag namens de staat dat de korting van de bemestingsnormen niet gebaseerd is op de derogatie, maar op de Nederlandse Meststoffenwet. Zij benadrukten dat de kwaliteit van veel water nog altijd onder de maat is. De staat is ook vanwege andere Europese regelgeving, de Kaderrichtlijn Water, verplicht om daar snel wat aan te doen. De betwiste korting is daarom volgens hen een gerechtvaardigde maatregel.

De uitspraak volgt op 6 mei.