Blauwe bloemetjes in het gras met op de achtergrond een grafsteen.
beeld Getty Images
Kerk & religieAchtergrond

Samuel Rutherford: de gouden brug naar de Liefste

De nacht is voorbij, het is morgen geworden. Aan de overkant van de dood, die zwarte, kolkende rivier, staat een Man. De puritein Samuel Rutherford (1600-1661) zou wel door vuur en water willen gaan om bij Hem te zijn.

Een grasveld, omzoomd met kleurrijke bloemperken. Voor eeuwenoude gebouwen met trapjes, vensters, torentjes, zitten studenten op banken te lezen. Ja, echt. Zojuist zijn we via een witte poort met de spreuk ”In principio erat verbum” op het terrein van St. Mary’s College gekomen, sinds 1537 de theologische faculteit van de Schotse universiteitsstad St. Andrews.

Hoe gemakkelijk springt de tijd hier 400 jaar terug. Daar loopt een kleine man in toga en bonnet, vriendelijk knikkend naar studenten. Met kwieke pas neemt hij de trap en verdwijnt in een van de gebouwen: Samuel Rutherford.

Ook wij voelen aan zo’n zware houten deur, die niet op slot blijkt te zijn. We nemen een wenteltrap en komen uit op een gang met allerlei deuren, waar namen van hoogleraren op staan. Hier en daar gaat op ons geklop een deur open, en kunnen we de prangende vraag stellen: Roept de naam Samuel Rutherford anno 2025 nog herkenning op?

Overal krijgen we een beleefd „Sorry, can’t help you”. Zou een van hen in de gaten hebben hoe belangrijk de puritein voor deze universiteit is geweest? Weet iemand hier überhaupt wie hij is?

Rutherford wordt in 1651 rector van St. Mary’s College. Daarvoor is hij predikant geweest en nog eerder student, maar zijn leven begint als boerenzoon in het kleine dorp Nisbet. Tussen met schapen bestrooide heuvels liggen gerst- en haverakkers, met hier en daar wat boerderijen en huizen met rieten daken. En waterputten.

Rond zo’n put spelen op een dag een paar kinderen. Een van hen valt erin, en de anderen rennen weg om hulp te halen. Als geschrokken dorpelingen komen opdagen, blijkt de vijfjarige Samuel naast de put te zitten, in zijn doorweekte kleren. „Een mooie, witte man heeft me eruit getrokken.”

Samuel Rutherford is de wonderlijke redding in zijn jeugd nooit vergeten en heeft er meermaals over verteld. Deze gebeurtenis lijkt de toon te zetten voor zijn verdere leven: van diepte naar hoogte, van ondergaan naar bovenkomen, van sterven naar leven. Water zal de dichterlijk aangelegde Rutherford later vaak gebruiken als beeld.

Gelovigen moeten voortdurend door ‘water’ heen. Ze krijgen te maken met strijd en lijden, door het sterven van geliefden, twijfel, aanvechting en smaad. Aan het einde van hun leven is er dan die zwarte, zwellende rivier: de dood.

Zijn dood en opstanding noemt Rutherford de stapstenen waar gelovigen in kolkend water hun voeten op mogen zetten

Maar het is Pasen geworden. Christus kwam erdoorheen. Zijn dood en opstanding noemt Rutherford de stapstenen waar gelovigen in kolkend water hun voeten op mogen zetten. Elders noemt Rutherford de dood dan ook geen rivier, maar juist een brug. „O gelukkige en gezegende dood, die gouden brug, die door Christus mijn Heere is aangelegd tussen de lemen oevers van de tijd en de kust van de hemel!”

Dit citaat komt uit zijn beroemd geworden pastorale brieven, voor het eerst uitgegeven in 1664. Hierin laat Rutherford zich diep in zijn hart kijken, en gebruikt hij tegelijk zijn eigen ervaringen om anderen te bemoedigen. Het leven kan zwaar zijn, maar een christen moet daar niet te veel over treuren. Lijden, beproeving en dood zijn bedoeld om hen naar Christus toe te drijven. Het zijn bruggen naar hun Liefste, Die altijd verlangend op de uitkijk staat. Moet iemand buitengewoon veel lijden, dan ziet Rutherford daarin een bewijs dat Christus hem of haar dichter bij zich wil hebben.

Rutherford zelf hunkert voortdurend naar Jezus. Hij klemt Hem in zijn armen, maar is Hem ook vaak weer kwijt, al dan niet door eigen schuld. Soms is hij „knorrig op Christus”, wanneer hij Hem niet begrijpt. „Terwijl Christus mij kust, zou ik in een vaste slaap vallen in Zijn armen, met mijn zondige hoofd op Zijn heilige borst, ware het niet dat de wind vaak naar het noorden draait en mijn zoete Heere Jezus afstandelijk tegen mij is. Dan klaag ik dat Hij niet gemeenzaam met mij omgaat; ik noem Hem bijna trots en hooghartig in het kiezen van Zijn gezelschap en in Zijn omgang, terwijl dat toch niet waar is.”

Op de voorgrond de ruïne van een oude kerk met grafstenen. Op de achtergrond een stad aan de zee.
De ruïne van St. Andrews Cathedral, met eromheen de begraafplaats. Hier ligt Samuel Rutherford begraven. beeld Getty Images

Als Rutherford over Christus preekt, springt hij soms bijna van de kansel. In Anwoth, een stil, afgelegen dorp in het zuidwesten van Schotland, wordt hij voor het eerst predikant, nadat zijn carrière aan de universiteit van Edinburgh in 1626 door een nooit opgehelderde beschuldiging abrupt is afgebroken.

In Anwoth werkt Rutherford jarenlang met veel vreugde, al maakt hij ook veel huiselijk leed mee. Groot is dan ook zijn verdriet als hij in 1636 verbannen wordt naar Aberdeen. Hij heeft een boek geschreven waarin hij het kerkbeleid van koning Karel I indirect bekritiseert. Dat wordt hem niet in dank afgenomen.

In Aberdeen verblijft Rutherford ongeveer twee jaar in een gewoon huis. Preken mag hij niet. Hij klaagt over de „silent sabbaths” en probeert zijn pastoraat voort te zetten in vele brieven, meestal gericht aan vrienden en gemeenteleden in Anwoth. Een van hen is Lady Kenmure, een Schotse edelvrouw met wie Samuël innig bevriend is geraakt. De adellijke dame heeft geen gemakkelijk leven. Ze verliest twee echtgenoten en al haar kinderen, waarna ze alleen achterblijft. Rutherford schrijft haar invoelende troostbrieven.

Oude stenen boog met daarachter een grasveld met aan het eind een deel van een oude kerk.
De ruïne met begraafplaats in St. Andrews. beeld Getty Images

Nadat in 1638 het Schotse volk in opstand komt tegen de koning en in Edinburgh een National Covenant wordt ondertekend, wordt Rutherfords verbanning opgeheven. Hij krijgt een aanstelling als hoogleraar in de godgeleerdheid te St. Andrews, en wordt daar in 1651 zelfs rector van het St. Mary’s College.

Pas als we het terrein rond St. Mary’s teleurgesteld willen verlaten, duikt een vriendelijke jonge vrouw op die bij het horen van de naam Samuel Rutherford „does ring a bell” zegt. Volgens haar is er een prijs naar hem genoemd. Dat zoeken we meteen uit, en jawel: de Samuel Rutherford Prize gaat elk jaar naar de beste doctoraalscriptie op het gebied van theologie, kerkgeschiedenis, Schotse geschiedenis of Engelse literatuur.

Anwoth en Aberdeen kunnen we die dag vanwege de afstand niet meer bezoeken. Maar ach, we hebben de Rutherford uit die tijd immers bij ons. Met vreugde torsen we twee dikke pillen mee: de allernieuwste uitgave van de brieven onder de titel ”De stem van mijn Liefste”. In de nieuwe vertaling van Ruth Pieterman komt Samuel hierin dichterbij dan ooit.

We gaan op een bankje zitten aan de rand van St. Andrews, uitkijkend over een kalme Noordzee. En over het kerkhof van St. Andrews Cathedral, de kerk waar Samuel eens gepreekt heeft. Nu is het een ruïne. Hier is Samuel Rutherford in 1661 begraven. Zijn grafsteen schijnt goed bewaard gebleven te zijn, maar we mogen het terrein niet meer op. Te laat, te donker. Bij het laatste licht lezen we op deze fraaie plek nog wat in de brieven.

„O, dat Christus het deksel wegnam, het gordijn van de tijd opzijschoof, de hemelen scheurde en neerkwam! O, dat de schaduwen en de nacht voorbij waren, dat de dag aanbrak en dat Hij Die onder de leliën weidt, tot Zijn hemelse trompetters riep: „Maak u gereed, laten wij neerdalen, de vier hoeken van de wereld samenvouwen en met de bruid trouwen!””

Het is al helemaal donker als we St. Andrews verlaten. Terwijl we over onverlichte kronkelwegen voorzichtig naar het zuiden afzakken om daar de brug over de brede Forth te nemen, laat Rutherford ons niet los. De afstand tussen onze tijd en zijn zeventiende eeuw lijkt kleiner dan op andere momenten. God voedt Zijn kinderen met honger, schrijft Samuel Rutherford ergens. Zo voedt deze puritein ons, 21e-eeuwers, met verlangen naar een leven zoals het zijne. Door vuur en water te willen gaan om bij Christus te zijn. Die gouden brug over te steken.

Populaire artikelen