Binnenland55 jaar Reformatorisch Dagblad

RD-pionier ds. Budding bezorgd over verschuivingen in achterban

Ds. D.J. Budding is de enige van de RD-oprichters die het 55-jarig bestaan van de krant meemaakt. „Er is veel reden tot dankbaarheid. Ook tot bezorgdheid.”

Een oudere man in een wit overhemd achter een bureau, met om zich heen veel kunstvoorwerpen.
Ds. D. J. Budding, hervormd emeritus predikant in Waarder, was bijna 55 jaar bestuurlijk betrokken bij het Reformatorisch Dagblad. beeld Cees van der Wal

Het initiatief tot oprichting van het Reformatorisch Dagblad ontstond tijdens een vergadering van de SGP-kiesvereniging in Driebergen. „Ik was een trouw lid, maar die avond was ik er niet”, zegt de hervormde emeritus predikant uit Waarder. „Al heel snel daarna vroeg mijn hartsvriend en aangetrouwde neef, de latere ds. J. Veenendaal, of ik penningmeester van het comité wilde worden. Ik was assistent-accountant en werd daarom geacht enige financiële deskundigheid te bezitten.”

Budding was toen „23 jaar, jonggehuwd, nog geen vader”. Het comité ging voortvarend van start, al stuitte het op veel scepsis. „Velen in de kerken zagen ons als niet deskundig genoeg om zo’n grote onderneming op touw te zetten. We werden amechtige Joden genoemd. De SGP vreesde concurrentie voor De Banier: veel mensen lazen het partijblad onder meer omdat daar de preekbeurten in stonden, dus er werd al snel gevraagd of het RD dat ook wilde gaan doen.”

Moeizame gesprekken waren er met de oprichters van Koers, die een blad met een bredere grondslag wilden. „Bij een van de besprekingen ging ik naar het toilet. Even later kwamen twee predikanten uit het Koerscomité de toiletruimte binnen. Ze wisten niet dat ik daar was. „Wat een extreem stelletje”, hoorde ik een van hen zeggen.”

Glimlachende predikant in een zwart pak.
Ds. D. J. Budding, hervormd emeritus predikant in Waarder, was bijna 55 jaar bestuurlijk betrokken bij het Reformatorisch Dagblad. beeld Cees van der Wal

Jeugdverhaal

Bemoedigend was de steun uit de achterban. „Met de latere ds. L.H. Oosten reed ik Staphorst binnen, waar we een streekbijeenkomst hielden. „Moet je kijken wat een mensen er lopen”, zei ik. „Wat zou er te doen zijn?” Ze bleken naar de bijeenkomst te komen; de hervormde kerk stroomde vol. Ik liep vanaf mijn negentiende jaar met een roeping tot het predikambt, maar was enorm verlegen. Nu moest ik voor het eerst in het openbaar spreken, en gelijk voor duizend man. Ik heb toen gesmeekt: „Heere, als de roeping van U is, mag ik merken dat U ervan afweet?” Ik klom die hoge kansel op en alle spanning viel van me af. Toen ik het na afloop aan Oosten vertelde, zei hij: „Ik heb hetzelfde gebeden en hetzelfde ontvangen.””

Over die eerste tijd zijn veel anekdotes te vertellen. Over de Urker die een grote zak geld voor de oprichters neerzette met de mededeling dat ze nu maar haast moesten maken met de oprichting van de krant. En over een bijeenkomst die was belegd door de SGP-kiesvereniging Ameide/Tienhoven. „Ds. C. Smits opende en zou ook sluiten. Hij stond niet bekend als iemand met buitengewoon veel geduld. Na Oosten en mij kwam een raadslid aan het woord om het RD aan te prijzen. Hij haalde een dikke bos papier tevoorschijn en begon op preektoon voor te dragen. Ds. Smits was het snel zat. Hij keek me guitig aan en zei: „Broeder, ik moet gaan.” En weg was hij. Een ander moest maar sluiten.”

Budding eindigde zijn toespraken steevast met een rijmpje van Revius: „Elks gaav’ is aangenaam, die deelt naardat hij heeft; God rekent niet hoeveel, maar van hoeveel men geeft.”

Er werden voorlichtingsbladen uitgebracht. Budding schreef het financiële gedeelte én het jeugdverhaal. „Ik denk in verhalen.” Met het schrijven van fictie is de predikant vele jaren later pas weer verdergegaan.

De NV Reformatorisch Dagblad werd opgericht. „Je kon aandelen van 100 gulden kopen. Ik heb er nog steeds drie.”

„Deze krant moest er komen”

Ds. D.J. Budding, oud-bestuurslid SRP

Gebed en geloof

Een spannende, maar mooie tijd, vat ds. Budding samen. „Er was dringend behoefte aan een krant die een tegengeluid tegen de geest van de tijd zou laten horen. Die noodzaak werd gevoeld en er waren kinderen van God die deze nood op het hart gebonden kregen. Het werd een zaak van gebed en geloof. Mensen die dachten dat het wel moest mislukken, hadden zakelijk gezien het gelijk aan hun kant. Maar deze krant moest er komen.”

Het comité werd omgezet in de Stichting Reformatorische Publicatie (SRP). Ds. Budding bleef tot 2021 bestuurslid. „Inmiddels was 75 jaar statutair de maximumleeftijd. Vanwege het aantal wisselingen kreeg ik de vraag te blijven tot ik 77 was.”

Zelfs in de tweeënhalf jaar dat ds. Budding in het Amerikaanse Grand Rapids werkte, bleef hij bij de krant betrokken. „Mijn leven was zo met het RD verweven; ik kon het niet loslaten. Ik kwam driemaal per jaar naar Nederland, dus kon ik toch regelmatig een vergadering bijwonen. Het bestuur was destijds zo groot dat vergaderingen toch nooit voltallig waren.”

Het penningmeesterschap droeg ds. Budding al eerder over. Wel zat hij in de identiteitscommissie van de SRP, die de inhoud van de krant besprak met de hoofdredactie.

Verschuivingen

Doel van de RD-oprichters was het opwerpen van een dam tegen de tijdgeest; ds. Budding komt er tijdens het interview meermalen op terug. Want hij is bezorgd, zeer bezorgd. „Er zijn in onze gezindte flinke verschuivingen, en de gezindte weerspiegelt zich in de krant.”

Een van de vijf uitgangspunten van de oprichters was artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. „Het gaat om Gods eer. Durven we zaken die tegen Gods Woord ingaan klip en klaar af te wijzen, of zijn we vooral heel tolerant en respectvol? „Zo zegt de Heere...”, daar moeten we helder in zijn.”

Waarschuwend voorbeeld zijn voor ds. Budding de Gereformeerde Kerken. „Als Abraham Kuyper zou zien wat er van zijn erfenis terechtgekomen is, zou hij het niet geloven.”

Een van de verschuivingen doet zich volgens de predikant voor in de gezinsvorming. „Ik ben een man van getallen en statistiek, dus ik vergelijk de huidige tijd weleens met eerdere perioden. Urk staat bekend als de kinderrijkste gemeente van Nederland, maar ook daar is het geboortecijfer nog maar de helft van wat het dertig jaar geleden was.”

„Laat de krant de geesten beproeven. En tegengif bieden”

Ds. D.J. Budding, oud-bestuurslid SRP

Verschuiving ziet ds. Budding ook in theologische opvattingen. „Niet iedereen houdt vast aan een schepping in zes dagen. Dat ondermijnt het Schriftgezag. Niet iedereen houdt eraan vast dat bekering nodig is en dat je niet elke dopeling als kind van God kunt beschouwen. Begaafde schrijvers verwoorden hun veranderde opvattingen en helaas heeft dat invloed. Het zijn opvattingen die dodelijk gevaarlijk zijn en haaks staan op die van de RD-oprichters. Dit zijn geen nuanceverschillen, maar fundamentele verschillen. Laat de krant de geesten beproeven. En tegengif bieden.”

Dankbaar

Ondanks zijn bezorgdheid over de gereformeerde gezindte telt ds. Budding bij het 55-jarig bestaan van het Reformatorisch Dagblad de zegeningen, zegt hij. „We mogen uitermate dankbaar zijn dat we een krant hebben waarin we Gods Woord tot gelding mogen brengen. Het is mijn zorg en verlangen dat het RD dicht bij dat Woord blijft.”

In elk van de gemeenten die ds. Budding diende, hield hij doordeweekse Bijbellezingen over het boek Openbaring. „De eindtijd ontwikkelt zich snel. Laat de redactie de tekenen van de tijd maar aanwijzen. En leg als abonnee de krant naast de Bijbel.”