SGP Rotterdam brengt in campagnetijd boodschappen bij alleenstaande moeder
Hoe proberen kleine christelijke partijen een zetel te veroveren in grote steden? Op pad met de ChristenUnie in Amsterdam en de SGP in Rotterdam, die beide een twintiger als lijsttrekker hebben.
Voorzichtig zet SGP-lijsttrekker Maurits Verhoeven (23) de zware boodschappentas op de grond in de metro. Bovenop liggen beschuit, bastognekoeken en boter. Bestemd voor Autar Shalini, een alleenstaande moeder uit Rotterdam. Zij kan wel een extraatje gebruiken.
„Armoede is meer dan geldgebrek”, zegt Corine de Jong, nummer drie op de Rotterdamse SGP-lijst, terwijl de ondergrondse richting Zuid zoeft. „Mensen met schulden ervaren voortdurend stress en voelen zich constant tekortschieten, omdat ze bijvoorbeeld geen verjaardagscadeau voor hun kind kunnen kopen.”
Armoedebestrijding staat niet echt bekend als een speerpunt van de SGP. „Dat is het beeld”, denkt Verhoeven. „In steden is de SGP socialer. Wat ook meespeelt, is dat wij hulp aan de naaste graag overdragen aan maatschappelijke organisaties. Zij kennen de mensen en weten het beste wie welke hulp nodig heeft.”
Bij Slinge stappen de twee SGP’ers uit. „Als de overheid maatschappelijke hulp gaat regelen, moeten mensen aan allerlei regeltjes voldoen. Dan valt er altijd een groep tussen wal en schip”, zegt Verhoeven, terwijl hij de boodschappen naar het appartementencomplex even verderop sjouwt.
Oproep tot gebed
De agenda van de SGP in Rotterdam is in campagnetijd vooral gevuld met werkbezoeken. Flyeren op straat heeft volgens de lijsttrekker weinig zin in een grote stad. Verhalen ophalen heeft prioriteit. „Ik heb wel ideeën over oplossingen. Maar laten we eerst luisteren voordat we beleid bedenken dat er op papier leuk uitziet, terwijl we niet goed weten wat er speelt.” Zo ging Verhoeven langs bij een synagoge, Stichting Ontmoeting en SKIN, een organisatie voor migrantenkerken.
Zelf verruilde hij zo’n anderhalf jaar geleden het ouderlijk huis in Sliedrecht voor een studentenkamer in Rotterdam. Toen hij vorig jaar gevraagd werd voor de kandidatenlijst, hield hij de boot af – druk met de studie, krap in de tijd. Afgelopen januari deed het bestuur een dringend beroep op hem, omdat er nog geen lijsttrekker was gevonden. „Ik raakte ervan overtuigd dat ik het moest doen.”
Bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen waren zo’n 4400 stemmen nodig voor een zetel. De SGP trok bij de laatste landelijke stembusgang nog geen 2000 kiezers. „De kans dat we in de raad komen is klein”, erkent Verhoeven. Toch denkt de student economie, die ook vicevoorzitter van SGP-jongeren is, dat genoeg Rotterdammers zich kunnen vinden in het verhaal van zijn partij. Behalve de traditionele SGP-achterban rekent hij ook migrantenchristenen en de Joodse gemeenschap tot potentiële kiezers.
Hen probeert de SGP te bereiken middels een brief aan kerken met oproep tot gebed, met banners in de stad en via sociale media. „We zijn vrij laat begonnen met de campagne, omdat we lang geprobeerd hebben de samenwerking met de CU nog voort te zetten”, legt Verhoeven uit. Beide partijen werden het niet eens over de vorm van samenwerking: de SGP wilde een gecombineerde lijst, de CU een kieslijst onder haar naam met een aantal SGP-kandidaten.
Wat zegt Verhoeven tegen kiezers die twijfelen SGP te stemmen, omdat de CU meer kans maakt op een zetel? „Mensen moeten in hun eigen geweten voor Gods aangezicht een keuze maken. Ik ga me niet tegen de CU afzetten en hoop van harte dat zij ook een zetel haalt.” Hij ontkent dat de SGP door deelname de enige CU-zetel in gevaar brengt. „Wij doen al sinds 1923 mee aan de verkiezingen; sinds 1982 samen met de ChristenUnie en haar voorlopers. Nu de CU geen gezamenlijke lijst wil, doen we dus zelfstandig mee.”
Hij vindt het van groot belang dat het SGP-geluid gehoord wordt, ook al zou de partij geen zetel halen. „Op woningbouw doen we het niet per se beter dan bijvoorbeeld de VVD. Maar als het gaat om christelijke politiek, dan hebben we een eigen stem.”
Gelijmde schoenen
In de krappe woonkamer van Shalini vist Verhoeven de pakjes boter uit de boodschappentas. „Die kun je het beste gelijk even in de koelkast leggen”, adviseert hij. „Eerst een foto voor de socials!” roept De Jong. Ze zoekt in haar tas naar een verkiezingsflyer.
Shalini houdt het SGP-promotiekaartje in de ene hand, de boter in de andere hand. „’t Is een plaatje”, vindt De Jong. Tegen Shalini: „Wil je nog wat flyers in je omgeving uitdelen?”
„Sinds ik moeder ben, probeer ik uit de shit te komen”, vertelt de vrouw even later. Toch bekruipt haar steeds vaker het gevoel dat ze voor niets knokt. „Alles wordt zo duur!” Van de week waren de schoenen van haar dochter kapot. „Ik heb de lijm maar gepakt. Het is bijna april, hopelijk houdt ze het nog even vol.”
Shalini volgt momenteel een opleiding voor maatschappelijk werk en loopt stage bij House of Hope, een organisatie die mensen in armoede bijstaat. „Als ik mijn diploma heb, hoop ik weer een goed leven te krijgen. Dat ik me niet schuldig hoef te voelen als ik een keer iets leuks koop of wat lekkers eet.”
Ze zucht. „Het liefst wil ik gewoon een sterke vrouw zijn die geen toeslagen nodig heeft. Maar ik kan die euro’s absoluut niet missen.” Verhoeven knikt. „Ik herken dat wel. Mijn moeder kwam vroeger ook voor de keuze te staan: in de bijstand blijven of werken en met minder rondkomen?”
Indicatie
Een blik op de klok leert dat het tijd is om naar House of Hope te gaan, waar Shalini stageloopt. „Elke politicus zou een week moeten meelopen met een maatschappelijk werker”, vindt ze.
Bij House of Hope schenkt de Rotterdamse koffie in voor de SGP’ers. Dit soort laagdrempelige huiskamers heeft de stad nodig, zegt De Jong, die bij de organisatie werkt. „Plekken waar mensen kunnen inlopen zonder dat ze een indicatie nodig hebben.” Verhoeven vindt het problematisch dat de zorg zo formeel is geworden doordat de overheid een dikkere vinger in de pap kreeg. „Uiteraard moeten we toezien op publieke uitgaven, maar nu stelt de overheid soms krappe criteria waaraan hulpvragers moeten voldoen. Als we maatschappelijke organisaties meer vertrouwen geven, kan er veel geld bespaard worden, omdat hulpverleners nu soms de helft van de tijd bezig zijn met formulieren invullen.”







