Europees Parlement tikt Turkije op de vingers: „Ik hoop dat ze daar gevoelig voor zijn”
Het Europees Parlement (EP) sprak zich donderdag in een resolutie uit tegen de uitzetting van christenen uit Turkije. „Ik hoop dat de Turken daar gevoelig voor zijn”, zegt SGP-Europarlementariër Bert-Jan Ruissen.

Sinds 2020 werden er van meer dan 300 zendelingen of kerkelijk werkers verblijfsvergunningen voor Turkije ingetrokken of werd hun toegang tot het land ontzegd. Sommigen van hen woonden er al decennialang. Om deze reden leidde SGP-Europarlementariër Bert-Jan Ruissen het debat op woensdagavond en de onderhandelingen over de resolutie. „Het is mooi om te zien dat er brede consensus was over dit thema; de resolutie wordt van links tot rechts gesteund”, geeft hij desgevraagd aan.
„Eerlijk toegegeven: Europa heeft in de afgelopen jaren behoorlijk zitten slapen. In de internationale politiek ligt de nadruk toch vooral op economische samenwerking en niet op mensenrechten. En als dat wel het geval is, gaat het eerder over vrouwenrechten dan over christenen. Het kost iedere keer weer moeite om christenvervolging te agenderen. Ook bij de Europese Commissie (het dagelijks bestuur van de Europese Unie, AdJ) blijft het erg stil. Dus in die zin is deze resolutie ook bedoeld om de Commissie eindelijk eens in beweging te krijgen.”
Turkije krijgt niet alleen politiek weerstand, maar moet zich ook juridisch verantwoorden. In februari begon bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) een onderzoek naar twintig voorvallen van christenen die de toegang tot Turkije werd geweigerd. In deze zaak zijn de twintig zaken samengevoegd. Aanleiding voor de Europese resolutie was echter een zaak die nog eerder startte en die nog altijd loopt bij het EHRM: een aanklacht door de protestantse Amerikaan Kenneth Wiest, omdat hem in 2019 toegang tot Turkije werd ontzegd. Wiest woonde daar al 34 jaar met zijn vrouw en drie kinderen.
Nationale veiligheid
Turkije geeft als reden voor het niet binnenlaten of uitzetten van christenen het verstoren van de nationale veiligheid. Het land baseert deze aanklacht op geheime veiligheidscodes, zoals N-82 en G-87, die worden toegekend door de inlichtingendienst, aldus het EHRM. De onderliggende informatie wordt niet gedeeld met betrokkenen of rechters, waardoor onduidelijk blijft waarvan deze christenen precies worden beschuldigd.
Voor ADF International, de organisatie die de juridische bijstand verleent in deze zaak, is het duidelijk: „Vredige diensten en deelname aan kerkelijk leven zijn geen bedreiging van nationale veiligheid. Maar omdat de aangeklaagden geen toegang hadden tot de beschuldigingen, was het voor hen moeilijk zich te verdedigen in Turkije.” Daarom is het volgens de organisatie belangrijk dat het EHRM zich uitspreekt over de situatie. „Door deze zaken als één te onderzoeken, moet het hof toegeven dat deze een patroon van discriminatie tegen christenen in Turkije blootleggen”, concludeert Kelsey Zorzi, directeur belangenbehartiging namens ADF voor wereldwijde godsdienstvrijheid.
Sancties
Ruissen heeft de indruk dat de voorgangers heel sterk staan in hun zaak. „Juridisch bekeken staat Turkije toch echt heel zwak. Deze praktijk strijdt met alle basisbeginselen van hoe je met mensen omgaat.” Het is niet bekend wanneer het EHRM zich uitlaat over de zaak. De politieke druk wordt in ieder geval opgevoerd.
„Als Turkije geen gehoor geeft aan deze oproep, moeten wij sancties overwegen, zoals het heroverwegen van de douane-unie”, geeft Ruissen aan. Deze overeenkomst bevordert vrij verkeer voor industriële producten en verwerkte landbouwproducten. Sancties kunnen echter alleen worden opgelegd door de Raad van de Europese Unie, waar regeringsleiders van EU-landen elkaar treffen. Voor sancties is unanieme instemming van alle 27 lidstaten vereist. „Een best zware procedure, dus we hopen dat het niet zover komt en deze tik op de vingers voor Turkije voldoende is.”
Of een resolutie daadwerkelijk effect zal hebben, is maar de vraag. Zo sprak het EP zich in februari 2025 ook uit tegen de Turkse behandeling van de Koerden, maar dit heeft nog geen zichtbaar effect gehad. En de sinds 2017 gedetineerde activist Osman Kavala zit nog altijd vast in Istanbul, ondanks politieke druk en herhaalde oproepen door het EHRM om hem vrij te laten. Wederzijdse economische afhankelijkheid blijkt vaak toch zwaarder te wegen dan mensenrechten.
