BinnenlandInterview

Als de juf twijfelt of het bij haar leerling thuis veilig is

Signalen van kindermishandeling zijn in de klas soms moeilijk waar te nemen. Driestar educatief organiseert daarom woensdag een symposium over onveilige thuissituaties. Welke rol heeft de juf of meester?

Verschillende kleuren tassen en twee kinderjassen hangen aan kapstok met groene achtergrond. Op de kapstok ligt knuffel en erboven hangen twee posters met dieren.
Janna van Eldik-Verdoold, orthopedagoog: „Als een kind vaak dezelfde kleding aanheeft naar school en teruggetrokken is, ga je als leerkracht denken: ik wil met de ouders praten.” beeld ANP, Jeffrey Groeneweg

Blauwe plekken. Een leerling die plotseling afwezig is, zonder verklaring van de ouders. Een leerling komt laat op school, ziet er bleek uit of is teruggetrokken. Signalen van verwaarlozing of mishandeling zijn niet eenvoudig waar te nemen voor een leerkracht. Toch zit naar schatting in elke schoolklas een kind dat slachtoffer is van mishandeling. Dat zijn zo’n 119.000 kinderen in Nederland.

Alert

„Een juf kan zich door verschillende signalen afvragen: redden de ouders het thuis?” zegt Judith Kuypers, voorzitter van het landelijk netwerk van Veilig Thuis. De meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld, die sinds 2013 van kracht is, helpt een leerkracht actie te ondernemen bij vermoedens van mishandeling bij een leerling (zie kader).

„Kindermishandeling is meer dan met blauwe plekken op school komen”

Janna van Eldik-Verdoold, orthopedagoog-generalist

Wanneer moet de leerkracht alert zijn? „Ken je leerlingen, want mishandeling uit zich in meer dan alleen blauwe plekken.” Dat stelt Janna van Eldik-Verdoold, die als orthopedagoog-generalist bij Driestar educatief leerkrachten adviseert in het basisonderwijs. „Een verwonding bij een kind betekent uiteraard niet per se dat het kind slachtoffer is van mishandeling. Hoe meer signalen, bijvoorbeeld als het kind vaak dezelfde kleding draagt of geen middageten mee naar school heeft, hoe meer je als leerkracht denkt: ik wil het gesprek aangaan met de ouders en met het kind.”

Vrouw met grijs halflang haar en bordeauxrood tuniek
Janna van Eldik-Verdoold, orthopedagoog-generalist bij Driestar educatief. beeld Judith Leroy

Van Eldik vertelt dat een klein gesprekje aanknopen met een kind het eerste is dat een leerkracht kan doen. „Vraag de leerling: Hé, ik zie een blauwe plek, vertel eens? Dan houd je het luchtig.” Een leerkracht toont belangstelling voor het kind door een praatje. „Je praat met een leerling om te weten of het klopt dat je bijvoorbeeld merkt dat het kind stiller en bleker is dan anders. Ook wil je het kind steunen.”

De orthopedagoge merkt dat leerkrachten het niet altijd makkelijk vinden om vermoedens die zij rondom een leerling hebben met collega’s of met ouders te delen. Een leerkracht wil eerst zeker weten dat vermoedens terecht zijn. „Je hoeft kindermishandeling als leerkracht niet te bewijzen. Dat is niet je taak”, aldus Van Eldik.

Pakketje

Achter de voordeur kunnen verschillende problemen spelen die de thuissituatie van een kind ingewikkeld maken. Als een gezin groot is of ouders een temperamentvol kind hebben, vraagt dat veel. Soms kunnen ouders niet de nodige zorg bieden. Een laag inkomen, psychische klachten van vader of moeder of een verslaving bij een van de ouders maken het huishouden moeilijk. „Het pakketje van ouders kan echt zwaar zijn en zij willen ook dat het goed gaat thuis”, weet Van Eldik.

Als bij een gezin meerdere problemen spelen, is de meldcode bedoeld om hulp vroegtijdig in te schakelen. De leerkracht kan met ouders in gesprek over zorgen. Van Eldik: „Zeg als leerkracht bijvoorbeeld: Ik merk dat uw kind bleek ziet, zich terugtrekt, soms naar urine ruikt, en ik maak me zorgen. Nodig de ouders uit hierop te reageren. Soms gaat het gesprek met de ouders niet meer over het kind in de klas, maar over de moeder zo ver krijgen dat ze hulp in het gezin accepteert.”

Bij Veilig Thuis kunnen leerkrachten advies vragen over hoe zij bijvoorbeeld de juiste toon kunnen aanslaan in gesprekken met ouders. „Als scholen ervaren dat ze laagdrempelig naar Veilig Thuis kunnen bellen voor advies, doen zij dat vaker. Als orthopedagoog adviseer ik op scholen ook: Bel gewoon Veilig Thuis”, vertelt Van Eldik.

Samenwerking

De samenwerking tussen Veilig Thuis en basisscholen groeit. „De laatste jaren steeg het aantal adviesvragen van het onderwijs aan Veilig Thuis”, zegt Kuypers. Van het totaalaantal adviesvragen in de eerste helft van 2025, zo’n 85.000, zijn ongeveer 8500 van een leerkracht of intern begeleider bij een school, laten CBS-cijfers over Veilig Thuis zien. Verdere adviesvragen komen van onder anderen familieleden, buurtbewoners of psychologen.

„Leerkracht, toets je onderbuikgevoelens”

Judith Kuypers, voorzitter landelijk netwerk Veilig Thuis

Vrouw met kort bruin haar, zittend, blauwe blouse en zwart gebloemde broek
Judith Kuypers, voorzitter landelijk netwerk Veilig Thuis. beeld Katinka Tromp

Ook Kuypers weet dat leerkrachten twijfelen om advies te vragen. „Toets je onderbuikgevoelens”, adviseert zij daarom aan juffen en meesters.

De adviesvrager hoeft bij Veilig Thuis geen compleet verhaal te vertellen. Ook loopt een advies niet zonder meer uit op een melding van kindermishandeling, legt Kuypers uit. „Een expert denkt mee om de situatie waar de leerkracht een vermoeden bij heeft duidelijk te krijgen. Die vraagt: Wat zie je precies? Wanneer komt dat gedrag voor, alleen ’s ochtends of ’s middags? Hoe reageert het kind als de ouder of verzorger op school komt? Dit meedenken zet de informatie van een leerkracht feitelijk op een rij.”

De Veilig Thuis-expert adviseert ook wat de leerkracht kan doen. Kuypers: „Soms is dat een oogje in het zeil houden of een gesprek voeren met de leerling. Bij ernstige vermoedens en directe onveiligheid voor het kind stuurt Veilig Thuis zelf een hulpverlener.”