Meditatie: Gebed
„Versmaad ons niet om Uws Naams wil; werp de troon Uwer heerlijkheid niet neer; gedenk, vernietig niet Uw verbond met ons.”
Jeremia 14:21
God wekke Zijn ware dienstknechten daartoe op, opdat Zijn kudde bewaard mag blijven. Dat Hij ook aan de vorsten en magistraten zo’n ijver moge geven, dat zij Zijn eer zoeken, omdat Hij genade geve om voor Zijn roem te leven, verbeterende alle ongerechtigheid, opdat allen tezamen Hem de eer mogen geven, die Hem toebehoort.
Daarom bidden we: „Almachtige God, hoewel wij met U verzoend zijn, waarvan wij ook verzekerd zijn door het getuigenis van Uw Evangelie, zo houden wij sedertdien toch niet op om U dagelijks te vertoornen, waarvoor Gij ons Uw genade moge bewijzen, opdat wij er ten minste onder zuchten en kermen, en wij onze gebreken zonder enige geveinsdheid veroordelen en dat wij er bedroefd over zijn. En dat wij door dit middel ons keren tot Uw barmhartigheid, en dat maar niet één keer, maar heel ons leven, ja iedere minuut van de tijd, totdat Gij ons eindelijk doet verstaan dat Gij ons genegen zijt en dat Gij ons niet wilt doen naar wij verdiend hebben. Maar dat het U behaagd heeft om ons Uw vaderlijke liefde in de gunst van Uw enige Zoon te betonen, dat Gij zo’n goedheid en genade jegens ons wilt geven, totdat wij ten slotte gereinigd zijn van onze verkeerdheden en vuiligheden en wij Uw hemelse heerlijkheid deelachtig zijn, door Jezus Christus Zelf, onze Heere. Amen.”
Johannes Calvijn,
reformator te Genève
(”27 preken over Jeremia 14-18”)
Dit was de laatste van een serie meditaties genomen uit een preek van Johannes Calvijn.
- Meer over
- Meditatie




