BinnenlandReportage

Investeren in erfgoed loont

Het Bergkwartier in Deventer was ruim een halve eeuw geleden grotendeels oud en vervallen. De buurt is niet gesloopt, maar helemaal hersteld. Economen becijferden de maatschappelijke betekenis van deze aanpak. Hun conclusie: investeren in erfgoed loont.

Man loopt langs historische panden.
Prof. dr. Jan Rouwendal in het Bergkwartier in Deventer, een voorbeeld van het behoud van een historische stadswijk dat loont. beeld Ruben Meijerink

Stel, zegt dr. Jan Rouwendal op een zomers terras aan de Brink, het monumentale en centrale plein in de oude binnenstad van Deventer. Hij is hoogleraar ruimtelijke economie aan de Vrije Universiteit (VU) Amsterdam. Stel dat al die oude vervallen woningen in het Bergkwartier waren gesloopt en hier net als in veel andere plaatsen een jarenzestig- of jarenzeventigwijk zou zijn gebouwd. „Dan waren we zonet toch anders naar de Brink gelopen. Het zou misschien wel een leuke route zijn geweest, maar niet zo aantrekkelijk, denk ik. Ik stond net bij de Bergkerk. Daar lopen voortdurend mensen voorbij die een wandeling door de binnenstad maken. Of ze komen speciaal om de kerk te bezichtigen.”

Puinhoop

Het Bergkwartier heeft zijn historisch karakter behouden. „Voor een groot deel is dat te danken aan de initiatieven van een klein aantal enthousiastelingen die halverwege de jaren zestig veel toekomst zagen in het bewaren van het lokale erfgoed”, vertelt Rouwendal. „Het Bergkwartier was er slecht aan toe. Het was één grote puinhoop, zou je kunnen zeggen. Maar die Gideonsbende zette zich actief in om anderen te winnen voor hun ideaal en daar zijn ze, zo zien we nu, wonderwel in geslaagd. Het Bergkwartier is een aantrekkelijk onderdeel van de stad Deventer geworden, dat veel bezoekers trekt. Het is de moeite waard geweest om te restaureren in plaats van te slopen.”

Man krabt onkruid tussen straatsteentjes vandaan.
Groei en bloei. beeld Ruben Meijerink

Rouwendal heeft dat als wetenschapper in cijfers gevat. Samen met zijn collega Thijmen van der Wielen van de afdeling ruimtelijke economie van de School of Business and Economics van de VU bepaalde hij het zogeheten maatschappelijk rendement van de investeringen in het Bergkwartier. „De verrichte inspanningen zijn van grote maatschappelijke betekenis”, stellen ze vast.

De meerwaarde komt onder meer tot uiting in waardestijging van woningen in de nabijheid. Mensen wonen, zo toonde eerder onderzoek aan, graag in een plaats als Deventer met een historisch stadscentrum. Stel dat het Bergkwartier inderdaad in de jaren zestig of zeventig zou zijn gesloopt voor nieuwbouw. Rouwendal en Van der Wielen vergeleken de waarde van woningen in het tegenwoordige Bergkwartier met die van woningen in wijken uit die periode die vlak bij een beschermd stadsgezicht liggen. Uit de berekeningen bleek dat de prijs per vierkante meter in het Bergkwartier zo’n 700 euro lager zou liggen wanneer zou zijn gekozen voor sloop en nieuwbouw in plaats van herstel. Het behoud van het Deventer erfgoed komt daarmee neer op een extra totale maatschappelijke waarde van 29 miljoen euro.

Aantrekkelijk

Daar blijft het niet bij. Het Bergkwartier draagt ook krachtig bij aan de aantrekkelijkheid van wonen in Deventer en omliggende gemeenten. Herstel van stadsgezichten maakt steden geliefder, stellen de onderzoekers. Volgens eerder onderzoek van Rouwendal en anderen is een gemiddeld huishouden bereid 5500 euro meer te betalen voor een woning in een gemeente met een extra vierkante kilometer beschermd stadsgezicht. „Gecorrigeerd voor de omvang van het beschermd stadsgezicht in het Bergkwartier en de woningvoorraad in de gemeente Deventer schatten we de extra betalingsbereidheid dankzij het Bergkwartier op ongeveer 18 miljoen euro. Er is ook sprake van eenzelfde, zij het kleiner effect voor bewoners van omliggende gemeenten, dat in dit geval uitkomt op een totale extra betalingsbereidheid van iets minder dan 10 miljoen euro.”

Versieringen in raam.
Historische decoratie. beeld Ruben Meijerink.

Dat is nog niet alles. De binnenlandse vakantieganger en de dagrecreant zijn bereid verder te reizen voor bestemmingen met meer erfgoed. De onderzoekers becijferden de kosten van die extra kilometers als betalingsbereidheid voor het Bergkwartier. Rouwendal: „Het gaat dan om relatief kleine getallen per reiziger, maar door het grote aantal binnenlandse vakanties en dagtripjes is de totaalwaardering alsnog hoog. Het totaal aan maatschappelijke baten van de toeristen die op Deventer afkomen komt zelfs hoger uit dan dat van het woongenot: 65 miljoen euro, waarvan 20 miljoen uit binnenlandse vakanties en 45 miljoen uit dagtochten.”

„Het is de moeite waard geweest om te restaureren in plaats van te slopen”

Dr. Jan Rouwendal, onderzoeker

Rendement

Investeren in erfgoed loont dus. „De inspanningen voor het Bergkwartier in zijn huidige staat hebben een fors maatschappelijk kapitaal opgeleverd dat continu rendement voortbrengt”, concluderen Rouwendal en Van der Wielen. Dat rechtvaardigt volgens hen ook de subsidies die de overheid voor erfgoed verleent. „Want de baten van instandhouding van een monumentaal gebouw komen slechts voor een klein deel bij de eigenaar terecht. Die zou dan niet voldoende prikkels hebben om het te behouden. De omgeving en de bezoekers profiteren er ook van. Zie onze calculaties voor het Bergkwartier. Daar kun je niet alleen eigenaren voor laten opdraaien. Dat maatschappelijk rendement wordt daarom terecht in het subsidiebeleid meegenomen.”