Zwemtocht van Van der Weijden kreeg religieuze trekken

Zwemmer Maarten van der Weijden werd maandag gehuldigd in Leeuwarden. Hij moest op last van zijn arts zijn marathon-zwemtocht in Friesland afbreken. beeld ANP, Remko de Waal

Het kan niemand zijn ontgaan: Nederland beleefde de afgelopen dagen een spektakel dat zijn weerga niet kende.

Olympisch zwemkampioen Maarten van der Weijden had besloten om zwemmend de Elfstedentocht af te leggen en zo geld op te halen ten bate van wetenschappelijk onderzoek naar kanker.

Wat bescheiden begon, groeide uit tot een evenement met religieuze trekken. Vooral toen Van der Weijden na 55 uur zwemmen en 163 kilometer achter zich door zijn arts uit het water werd gehaald omdat doorgaan lichamelijk riskant werd. Tienduizenden mensen zagen vervolgens hoe Van der Weijden „met gevouwen handen” op een brancard werd afgevoerd. Vooral toen kreeg het hele gebeuren ongrijpbare trekjes.

We gaan hier niet afgeven op Van der Weijdens initiatief; om wat hij deed en aan geld wist los te krijgen –3,5 miljoen euro– verdient hij respect.

Maar de vraag blijft klemmen: Wat gebéúrde daar?

Dat de sportieve actie van Van der Weijden zó kon uitgroeien tot een ongekend spektakel en de man bijkans Messiaanse allure kreeg, was toe te schrijven aan een aantal helpende factoren.

Zo was er de uitgekiende media-aandacht, waardoor lezers, luisteraars en kijkers dicht op de huid van de zwemmer zaten en alles wat hem overkwam tastbaar meevoelden.

De gekozen route was ook een schot in de roos: die van de Friese Elfstedentocht. Zodra die naam in Nederland valt, spelen emoties hoog op. Dus de ”tocht der tochten” uitbaten voor een goed doel ligt voor de hand. Dat die dit keer zwemmend werd gemaakt, was geen punt. Integendeel. Frieslands nostalgisch knuffelevenement kreeg weer even het karakter van een extreme sportprestatie waarin sporters afwisselend figureren als helden en martelaars.

En dan was er nog het doel dat Van der Weijden voor ogen had: de financiering van onderzoek naar kanker. Ook dat spreekt menige Nederlander aan, bleek uit reacties. Mede door de vergrijzing van de bevolking wordt immers vrijwel iedereen geconfronteerd met deze vaak slopende ziekte.

Intussen is er de vraag of Nederlanders straks steeds extremere evenementen nodig hebben om warm te lopen voor goede doelen. Als dat zo is: wat komt er dan terecht van goede doelen die niet in staat zijn zich mediageniek te presenteren? Omdat zoiets klauwen met geld kost?

Eén ding mag zeker zijn: binnen de christelijke gemeente zijn goede doelen veilig, ook al brengen ze niets van spektakel mee. Barmhartigheid behoort immers tot het merg en gebinte van het christelijk geloof. Weldoen is er niet het unieke talent van een of andere sportheld, maar kenmerk van hen die leven van genade. Die connectie is Bijbels gezien volstrekt vanzelfsprekend, maar soms is een evenement als in Friesland nodig om iedereen daarop weer attent te maken.