Voorzichtige opleving Russisch-Orthodoxe Kerk

De kathedraal van de Moeder Gods van Smolensk (1524) is het oudste gebouw van het Novodevitsjijklooster in Moskou. beeld Adam Jones Adam Jones
2

AMSTERDAM. De Russisch-Orthodoxe Kerk lijkt in grote opkomst te zijn. Maar het herstel van 
de kerk is minder spectaculair dan weleens wordt gedacht, stelt dr. Ivan Zabaev.

De Russische godsdienstsocioloog, die verbonden is aan de St. Tichon Orthodox University in Moskou, sprak vrijdag aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij doet onder meer onderzoek naar de opleving van de Russisch-Orthodoxe Kerk na de tijd van het communisme. Uit cijfers blijkt bijvoorbeeld er in 1914 zo’n 70.000 priesters waren. Dat aantal daalde naar ongeveer 7500 in 1990. Op dit moment zijn er zo’n 20.000 priesters. Ook het aantal Russen dat zich Russisch-orthodox noemt, steeg de laatste twintig jaar spectaculair: van 
30 procent in 1991 tot meer dan 70 procent in 2010.

Toch maakt dr. Zabaev een aantal kanttekeningen. Het aantal Russen dat regelmatig een kerk bezoekt, is niet veel gestegen. Naar schatting gaat slechts 10 procent regelmatig naar de kerk. Dat aantal stijgt slechts langzaam. Het percentage mensen dat maandelijks aan de eucharistie deelneemt, verandert niet. Dat ligt al jaren op 3 procent, aldus de godsdienstsocioloog.

De kerk is in Rusland weinig verweven met de maatschappij. In de kranten komt de kerk de laatste jaren weliswaar meer aan de orde, maar meestal niet in verband met de samenleving. Het gaat dan over kerkbouw, bisschoppen of de christelijke feestdagen.

Onderzoek in een plaatselijke gemeente leerde dat betrekkelijk weinig kerkelijk betrokken personen aan sociaal werk doen. Als dat wel gebeurt, gaat het vaak om onder meer hulp aan vrouwen en werk in de gevangenis.

Dr. Zabaev zei desgevraagd dat groot- en overgrootmoeders in Rusland een belangrijke rol hebben gespeeld in het door­geven van de Bijbelse verhalen in de communistische tijd, toen er op kerkelijk gebied een enorme kaalslag plaatshad. „De kerk staat nu voor de taak om haar theologie, op welke manier dan ook, geschikt te maken voor de uit­dagingen van de moderne tijd.”