Verstilde beelden uit het Friese Jorwerd

Harry Kaspers. beeld Louis Meulstee
2

Een rouwende vader, een zonderlinge boerin, een paardenminnend tienermeisje: bladzijde na bladzijde vertellen paginagrote beelden, in zwart-wit, een woordeloos verhaal in het boek van fotograaf Louis Meulstee uit Krimpen aan den IJssel. Hij maakte de foto’s in het dorpje Jorwerd, onder de rook van Leeuwarden. „Ze begraven hun doden er nog met de hand.”

Van Jorwerd had hij nog nooit gehoord. Evenmin van het boek ”Hoe God verdween uit Jorwerd”, waarmee schrijver Geert Mak het dorp in 1996 landelijk op de kaart zette. Meulstee (1962): „Ik dacht dat ik als eerste westerling deze enclave had ontdekt.”

Desondanks zette hij zijn plan om de bevolking ervan te portretteren door. „Ik ben tenslotte geen schrijver, maar fotograaf. Verder vertelt Geert Mak het verhaal van vroeger. Mijn boek gaat over nu.” Na zes jaar staat het resultaat er, in de vorm van het 196 bladzijden tellende boek ”Dorpsgezichten. Mensen uit Jorwert”, dat bij Studio Kers is uitgegeven.

Leuk, een kasteeltje, dacht Meulstee in de zomer van 2009. Samen met zijn vrouw en hun dochtertje toerde Meulstee door Friesland, toen hij een zadeldaktoren zag. Even viel het tegen, toen hij eropaf ging: de toren bleek bij een kerkje te horen. „Zulke kerktorens komen daar veel vaker voor, maar dat wist ik niet.”

De charme van het eeuwenoude godshuis raakte hem echter. „Het ging om een terpkerk uit de twaalfde eeuw, met letterlijk een kerkhof eromheen.” Dat was zelfs nog als zodanig in gebruik. Dit bleek toen hij een rondje liep en twee doodgravers tegenkwam. „Met schoppen stonden ze een gat te graven. Zonder graafmachientje.” Voor een dorpje met 325 inwoners valt het handmatig grafdelven ook wel te overzien. „Je spreekt over twee tot drie sterfgevallen per jaar. Inmiddels ligt er onder anderen een 18-jarige jongen begraven die ik voor mijn boek heb gefotografeerd. Hij is later verongelukt.”

Aan de praat

Terwijl Meulstee de verstilde sfeer op zich liet inwerken en per camera vereeuwigde, hoorde hij een stem achter zich. Meulstee: „Ze zei: „Vindt u het hier mooi, meneer?” Ik draaide mij om en zag een oude vrouw.” Toen hij met haar aan de praat raakte, bleek Gais Meinsma-Greydanus (1926) een boeiende figuur. „Een pittige, bijzondere vrouw die veel heeft meegemaakt. Vorig jaar is er een boek over haar verschenen waarvan nu al 5000 exemplaren zijn verkocht. Met de schrijver ervan, Dick Witte, ben ik bevriend geraakt. Meinsma is nu helaas dement.”

Tijdens het gesprek vroeg Meulstee of hij haar mocht portretteren. Meinsma –momenteel de oudste inwoner van het dorp– vond dit goed. Vervolgens kwam haar schoondochter erbij, die als weduwe naast haar woonde. Zij wilde ook wel voor de lens. Zo groeide bij Meulstee het plan om alle inwoners van Jorwerd vast te leggen. Als een geheel eigen project, zonder winstoogmerk. „Het is een heel bijzonder dorp. Ik voel daar een vibratie die je in plaatsen eromheen niet ervaart.”

Jorwerd is een kleine gemeenschap. Met veel kunstzinnige inwoners, een café uit begin 1500 en openluchtspelen waar jaarlijks duizenden mensen op afkomen. In de middeleeuwse kerk zat in de oorlogsjaren de dorpsdominee ondergedoken. „In de bewuste toren. Hij schreef er later een boek over: ”Nachtboek van een kerkuil”.”

Spijt

Ook de beroemde dichter J. Slauerhoff schreef begin vorige eeuw over Jorwerd. Veruit het bekendst is echter het boek dat Geert Mak erover publiceerde. „Later heb ik Geert daar weleens ontmoet, want hij heeft er tot twee jaar geleden gewoond.”

Over belangstelling had Meulstee niet te klagen. „Eerst wilde ik maximaal honderd beelden. Uiteindelijk heb ik de grens losgelaten. Nu zijn het er 209.” Zeker de eerste twee jaar waren er genoeg dorpelingen die op de foto wilden. Later kwamen de mensen die niet wilden achterblijven. Toch bleven er inwoners die niet wilden. „Sommigen van hen hebben daar nu spijt van.”

Bij een enkeling lukte het hem om na lange tijd alsnog het vertrouwen te winnen. „Een vrouw schoot mij de eerste keer bijna haar erf af, toen ik er liep. Maar ik moest over haar grond om mensen te kunnen fotograferen.” Omdat ze hem boeide, bleef Meulstee in het contact met haar investeren. „Na drie jaar was ze een vriendin geworden. Ze staat nu ook in het boek.”

Aan elke portretsessie ging een kennismakingsgesprek vooraf. „Ik wilde iemands ziel ontdekken, weten wat hem of haar bezighield.” Een vader rouwde om zijn verongelukte jongen. Meulstee fotografeerde hem met het voetbalshirt van zijn zoon om de schouders. Een vrouw begeleidde depressieve mensen: hij legde dit zorgvuldig vast. Gaiske, een kleindochtertje van Gais Meinsma, klom graag in haar boomhut. Het werd een plaatje.