Weekt corona de politiek los van cijfers- en centenaanbidding?

Nederland
Wouter Bos, beeld ANP, Remko de Waal

„Een goede crisis mag je nooit verspillen”, zei Winston Churchill. Mooi gezegd. Maar welke verbetering zou de coronacrisis ons kunnen opleveren? Dat de politiek eindelijk afziet van cijferfetisjisme.

Politiek moet gebaseerd zijn op harde feiten. Liever geen luchtfietserij op het Binnenhof. En bewaar ons voor vage plannen, fata morgana’s, die een solide financiële onderbouwing missen.

Om ons voor dat laatste te behoeden, hebben we het Centraal Planbureau (CPB). Dat becijfert voor ons, tot achter de komma, hoe het land er financieel-economisch voor staat. En hoeveel economische groei onze beleidsplannetjes opleveren. Heerlijk toch?

Verrukkelijk. Vooral in verkiezingstijd. Tijdens de campagne kunnen we elkaar om de oren meppen met cijfers, tabellen en statistieken. En de ander knockout slaan met frases als: „Mooi plan, meneer Jansen. Maar hoe gaat u dat betalen? En weet u wel dat dit slecht uitpakt voor de werkgelegenheid?”

Toch wordt er geregeld kritiek geuit op de verregaande invloed van het CPB bij het opstellen van verkiezingsprogramma’s. En bij verkiezingsdebatten. En bij het schrijven van regeerakkoorden of rijksbegrotingen.

De bezwaren die keer op keer klinken uit de mond van politici, wetenschappers en opiniemakers, zijn drieledig. Eén: hoe betrouwbaar zijn die getallen, grafieken en modellen nu eigenlijk en hoeveel houvast bieden ze ons? Is de samenleving van de 21e eeuw niet zo dynamisch dat elke concrete voorspelling over de ontwikkeling van de economie als een zeepje uit je handen glipt?

Sprekend voorbeeld is de door PvdA’er Bos opgestelde Miljoenennota voor het jaar 2009. Die was, door de bankencrisis in het najaar van 2008, al haast meteen achterhaald.

Bezwaar twee: verleiden juist die theoretische modellen van het CPB politici en bestuurders niet voortdurend tot manipulatie en twijfelachtige Haagse spelletjes? Elke politieke partij en elke schrijver van een verkiezingsprogramma weet immers aan welke knoppen hij moet draaien om bij ‘s lands rekenmeesters een fraai rapportcijfer te scoren ten aanzien van werkgelegenheidsgroei. Of ten aanzien van reductie van de staatsschuld.

Derde bezwaar: de dominantie van het CPB in verkiezingscampagnes reduceert debatten tot gesteggel over cijfers en centen, brengt de werkelijkheid terug tot uitsluitend stoffelijke aspecten, en maakt politiek bedrijven tot een technocratische bezigheid en tot geneuzel over details en tienden van procenten.

Waar blijft, zo vragen critici, op deze wijze het elan, het idealisme? Vergeet de politiek niet vaak zich af te vragen wat zij eigenlijk met ons land en onze samenleving wil, doordat zij zich laat gijzelen door wat zogenaamd economisch kan of niet kan?

Juist op dat laatste punt gloort, als het om de Kamerverkiezingen van 2021 gaat, misschien enige hoop. Ga maar na: Wie weet in coronatijd, als het om de ontwikkeling van onze economie gaat, eigenlijk nog íéts zeker?

Jawel, dat we een diepe crisis tegemoet gaan, staat min of meer vast. Maar nu de hele wereld op zijn kop staat en alles anders gaat dan anders, kunnen modellen van het CPB voorlopig de prullenbak in. Dat zou volgend jaar ruimte moeten bieden voor een verkiezingscampagne die in de eerste plaats gaat over visies en idealen. En pas daarna over cijfers en centen.