Vrouw vraagt van SGP stuurmanskunst

Christen in de raad
beeld Jos Ansink
2

Meer vrouwen, minder vrouwen, of helemaal geen. Wat vinden SGP-raadsleden nu echt? Hoe blij zouden ze zijn met vrouwelijke collega’s? Of doet een dame op de lijst nog altijd pijn?

Twee kampen, ingegraven in de loopgraven van het eigen gelijk? Zo kun je SGP-raadsleden niet opdelen als het gaat over vrouwen in de politiek. Alleen al omdat de grootste groep (40 procent) geen uitgesproken voor- of tegenstander is van flink meer vrouwelijke raadsleden. Daarnaast is het ook niet zo dat iedereen die blij is met meer vrouwen zo snel mogelijk het beginselprogramma wil aanpassen, zo blijkt tijdens een belronde onder raadsleden die de enquête van het Reformatorisch Dagblad invulden.

Sommige SGP’ers die negatief staan tegenover meer politiek actieve partijgenotes, hebben zich puur om pragmatische, en niet om principiële redenen in het neekamp geschaard. Het moet allemaal niet te snel gaan, is hun boodschap. Want dat zorgt voor te veel spanning.

En om er nog wat meer nuance in aan te brengen: niet alle raadsleden met principiële bezwaren willen het openstellen van politieke functies voor vrouwen koste wat het kost tegenhouden. Sommigen hebben zelfs liever dat het partijstandpunt verdwijnt, zodat er een eenduidige lijn komt.

Vrouwelijke wethouder

Achter de op het eerste gezicht harde cijfers van de enquête gaan vaak genuanceerde visies schuil. Misschien past dat ook wel bij de positie van raadsleden, suggereert Adriaan van der Wulp (41), raadslid in de gemeente Binnenmaas. „Met 2 van de 21 zetels krijg ik niet veel voor elkaar. Soms moet ik een motie afzwakken om een meerderheid te krijgen. Dan kun je me verwijten dat ik water bij de wijn doe, maar we hebben nu eenmaal met een democratische werkelijkheid te maken.”

ANP-26363796_webEen derde SGP-raadsleden positief over meer SGP-vrouwen in raad

Zo kijkt hij ook naar het vrouwenstandpunt. „Ons ideaal is een theocratie, maar we leven in een democratie. Blijkbaar is dat overal geaccepteerd: als in kerkelijk verband een meerderheid ergens voorstemt, gaat het door. En bij een tweederdemeerderheid worden de statuten gewijzigd.”

Zelf is Van der Wulp geen voorstander van vrouwen in politieke functies. Maar de panelen schuiven, ziet hij. Het gemak en de zekerheid waarmee zijn fractie vroeger per definitie tegen vrouwelijke wethouders stemde, behoort tot het verleden. Na een gemeentelijke fusie van ’s-Gravendeel en de oude gemeente Binnenmaas in 2007 moesten twee SGP-fracties die één werden, daarover opnieuw een afweging maken. „We zijn niet blind voor nieuwe inzichten.”

Ook bij een fusie in 2019 van vijf gemeenten in de Hoeksche Waard zal een ineengesmolten SGP-fractie „liggingsverschillen” over vrouwelijke vertegenwoordiging moeten bespreken. „Het vooraf doordenken en respecteren van elkaars standpunten leidt tot begrip en verdraagzaamheid”, weet Van der Wulp.

Ruimte voor verschil

De SGP’er zou graag maximale duidelijkheid van het hoofdbestuur willen over de vraag of er nu wel of geen vrouwen op de lijst mogen. Hoe kan dat, zonder één groep los te laten? „Misschien moet je erkennen dat het, gelet op de discussie en de statuten, onmogelijk is om de komst van meer vrouwen tegen te houden. Punt. Dan geef je hun de ruimte. Hoewel ik persoonlijk een andere mening heb, verdienen dames die zich kandideren wel steun.” Hij wijst erop dat in Amsterdam en Vlissingen een autonome beslissing is genomen door de leden. Dat moet de partij volgens hem dan accepteren, net zoals dat in de kerk gaat met kerkelijke besluiten die door een meerderheid zijn aanvaard. „Hoewel ik het persoonlijk oneens ben met zo’n besluit, kan ik er toch respect voor hebben.”

Van der Wulp roept zijn partijgenoten op elkaar de ruimte te geven om verschillend over het vrouwenstandpunt te denken. „Kijk niet neer op mensen die moeite hebben met vrouwen op dergelijke posities. Zowel voor- als tegenstanders hebben serieuze argumenten. Misschien is het verstandig dat fervente voorstanders juist niet voor een vrouw kiezen, omdat ze daarmee anderen voor het hoofd stoten. Laten we er, juist in deze tijd, alles aan doen om elkaar vast te houden. Zoek naar wat ons bindt.”

Eén partijlijn

Jan-Willem Rouwendal (46) uit Leidschendam-Voorburg kruiste het hokje ”zeer negatief” aan bij de vraag naar zijn waardering van een groter aantal vrouwen in de raad. Hij vindt het procedureel onjuist dat de partij op papier haar beginsel ongewijzigd laat, maar tegelijk gebruikmaakt van de ruimte die ze volgens de rechter verplicht is te geven. Of hij zelf voorstander is van aanpassing? „Ik zal de partijlijn daarin volgen. Maar zeggen we nee, dan moeten we niet ja doen. Dat verwacht ik ook van partijgenoten.”

De SGP kan volgens hem twee dingen doen: óf het beginselprogramma serieus nemen óf aanvaarden dat er verschillend wordt gedacht. „Ik denk dat je niet aan dat tweede ontkomt. Het beginsel wordt niet meer breed gedragen. Nu wordt er soms gedaan alsof er geen alternatief is voor een vrouwelijke kandidaat, terwijl dat in werkelijkheid niet de reden is. Zó kun je in een christelijke partij niet met elkaar omgaan. En dat is geen verwijt aan het hoofdbestuur, maar aan leden die zo handelen.”

Met één duidelijke lijn loopt de partij het risico een groep te verliezen, erkent Rouwendal. „Maar ga niet doen alsof je iets vindt, terwijl je iets anders doet. Dat is op de lange termijn niet vol te houden.”

Niets forceren

Bert-Jan Ruissen (45) uit Krimpen aan den IJssel staat positief tegenover meer vrouwelijke raadsleden, maar benadrukt respect voor elkaar. „Zowel voor- als tegenstanders kunnen volbloed SGP’ers zijn. Het is belangrijk dat we elkaar op dit punt zo veel mogelijk vasthouden en niets forceren”, zegt het raadslid, dat recent werd voorgedragen als lijsttrekker voor de verkiezingen voor het Europees Parlement. „We hebben elkaar heel hard nodig in de politiek, dus laten we ons vooral concentreren op wezenlijke zaken waarvoor we ons als christen willen inzetten.”

Volgens Ruissen volgt de partijtop een wijze route met de huidige koers. „Het hoofdbestuur spreidt, zeker op dit dossier, stuurmanskunst tentoon.” Hij roept op tot voorzichtigheid met het een-op-een doortrekken van de Bijbelse lijn over vrouwen in de kerk naar de politiek. „Laten we samen het gesprek aangaan en anderen niet veroordelen.” Dat respect is er volgens hem ook. „Ik ervaar niet dat één groep zijn zin doordrukt als er geen breed gedragen gevoelen voor vrouwen op de lijst is.”

Lastig punt

Tot de grootste groep raadsleden –positief noch negatief– rekent Henk Boon (53) uit Epe zich. Hij is lijsttrekker bij de komende verkiezingen en momenteel lid van een gecombineerde, drie man sterke CU-SGP-fractie. „Ik vind het een lastig punt en bekijk de kwestie, eerlijk gezegd, wat pragmatisch”, zegt hij. „De SGP heeft hier in Epe geen vrouwen op de lijst; de CU wel. Dat heeft ertoe geleid dat op onze gezamenlijke lijst nu een vrouw op plaats vier staat. Het kan zijn dat zij met voorkeurstemmen wordt gekozen. Ik heb daar totaal geen moeite mee. Kijk, theologisch gezien kun je er van alles van vinden, maar het is nog niet zo gemakkelijk om hierin echt een goede en heldere Bijbelse lijn te krijgen. Want kun je de plaats van vrouwen in de kerk wel vergelijken met die in de staat?”

Onder de raadsleden zijn ook uitgesproken voor- en tegenstanders van aanpassing van het beginselprogramma. Zo noemt het Rijssense raadslid Sander Haase (30) de constructie die het hoofdbestuur heeft gekozen „een onhoudbare spagaat.” Liefst wil hij daar zo snel mogelijk vanaf. „De werkelijkheid is nu eenmaal anders dan het partijstandpunt en dat had je kunnen verwachten. Persoonlijk denk ik dat er maar één weg vooruit is: het beginselprogramma in overeenstemming brengen met de realiteit. Dat lijkt me beter dan het geschipper waarmee het hoofdbestuur nu links en rechts tevreden probeert te houden. Volgens mij moeten we gewoon een rechte koers gaan varen.”

Missie

Bang om een deel van de partij kwijt te raken is Haase niet. „Het loslaten van het vrouwenstandpunt doet niets af van de missie van de SGP, namelijk het voeren van politiek op basis van Gods Woord. En daarbij: waar zouden vertrekkende leden naartoe moeten? De Gereformeerde Beginsel Partij in Ede bleek geen succes: die kwam in 2014 niet in de raad, terwijl de SGP met een zetel groeide.”

Bovendien zou aanpassing weleens nieuwe kiezers binnenboord kunnen halen, stelt hij. „Tijdens het flyeren op straat hoor ik vaak dat de SGP goede ideeën heeft, maar dat het vrouwenstandpunt een onneembare hobbel is. Het zit me weleens dwars dat ik daarop aangesproken word. Laten we dit probleem voor de volgende verkiezingen de wereld uit helpen, zodat het dan niet wéér een issue is.”

Het aloude partijbeginsel aanpassen noemt Gert van Leeuwen (49) uit Neder-Betuwe ongeloofwaardig. „Dan zeg je in feite dat onze voormannen de plank hebben misgeslagen. Dat mensen pragmatischer zijn geworden, ligt aan ons, aan het feit dat wij meeseculariseren.”

Betreurenswaardig vindt hij het dat er in Amsterdam en Vlissingen kennelijk geen mannen beschikbaar waren. „Mannen schieten tekort in hun taak en verantwoordelijkheid. Mensen zijn tegenwoordig erg druk en gericht op eigen carrière. Je ziet het vuur van het eerste uur langzamerhand doven, en dat vervult mij met zorg.”

Pijn

De partij moet zich houden aan haar eigen beginselen, meent Van Leeuwen. „Dat dit bij de eerstvolgende verkiezingen na de aanpassing al niet gebeurde, doet pijn. Het ligt nu niet meer aan de ‘boze’ buitenwereld die ons onder druk zette; we doen het onszelf aan.”

Het raadslid uit Opheusden ziet het als een taak van het hoofdbestuur om leden daarop aan te spreken. Het vasthouden van de flanken mag wat hem betreft nooit ten koste gaan van het partijbeginsel. „De Bijbel is de norm, niet de meerderheid. Veel mensen zouden zich niet meer thuis voelen bij de SGP als het principe over de vrouw verandert. Daar wil ik voor waken.”

Post: Blijf spreken vanuit het ”wij”

Wie binnen een organisatie of partij te maken heeft met flanken, moet de verleiding weerstaan om de discussie aan te gaan met die zijkanten, vindt mediator Steef Post. „Blijf je richten op de middengroep. En blijf spreken vanuit het ”wij”.”

Dat SGP-raadsleden het verschillend waarderen als het aantal vrouwelijke SGP-gemeenteraadsleden na de komende verkiezingen flink zou toenemen –van zeer positief tot zeer negatief–, vindt coach, trainer en mediator Post niet vreemd en ook niet per se een probleem. „Christenen verschillen vanouds van mening over allerlei maatschappelijke thema’s. Dat was al zo in Paulus’ dagen.”

Ook zullen er altijd verschillen blijven. „We moeten ons als christenen immers steeds opnieuw verhouden tot een almaar veranderende wereld.”

Aangezien de SGP een organisatie is in het politieke domein „zóú je kunnen zeggen: ga over vrouwelijke volksvertegenwoordigers maar eens een stevig debat met elkaar aan. Discussiëren hoort bij het politieke bedrijf.”

Toch zou dat Posts aanpak niet zijn. „Als je al scherp tegenover elkaar staat, is discussie niet zo’n goede werkvorm. Dat leidt doorgaans alleen maar tot een je nog dieper ingraven in het eigen gelijk, niet tot een beweging naar elkaar toe.”

Post zou de SGP daarom liever benaderen als een gemeenschap van christenen. „Zou ik daar als mediator bij gehaald worden, dan zou ik mensen uitdagen niet op zoek te gaan naar argumenten voor een standpunt, maar naar de belangen. Dus: wat maakt dit item nu zo belangrijk voor jou of voor jullie?”

„Dan komen punten op tafel als: ons belang is de beginselen serieus nemen. Of: mijn belang is relevant blijven voor jongeren.”

De bestuurskundige en coach noemt nóg een rijtje belangen die genoemd zouden kunnen worden: „De partij bij elkaar willen houden; ervoor willen zorgen dat je politiek relevant bent zonder dat elk gesprek met de buitenwereld verzandt in het vrouwenthema; recht willen doen aan de morele eigenaars, de oprichters van de partij; eenheid willen blijven uitstralen; ervoor willen zorgen dat er kandidaten van goede kwaliteit op de kieslijst staan.”

Vervolgens zou de partij over deze belangen intern het gesprek moeten aangaan, vanuit de bereidheid om samen te zoeken naar oplossingen die ook recht doen aan de belangen van anderen. „Je moet samen willen kijken naar de toekomst.”

In Posts waarneming dóét de SGP dit overigens voor een deel al. „De Bijbel zegt ook iets over deze discussie, namelijk hoe je op een geestelijke wijze met elkaar omgaat bij verschil van inzicht. In Romeinen 14 is de boodschap: geen twistige samensprekingen. Veracht elkaar niet en veroordeel elkaar niet. Aanvaard elkaar, zoals ook Christus ons heeft aanvaard.”

De mediator wijst op lessen die getrokken kunnen worden uit theorieën over polarisatie. „Het zijn altijd de flanken, de zogeheten pushers, die de discussie openen. Wat je als bestuurder beslist niet moet doen, is je op die flanken richten, de meeste aandacht aan hén geven. En je moet al zeker niet publiekelijk met hen in discussie gaan. Op die manier geef je hun juist een extra platform om zich te profileren.”

Nee, richt je als partijbestuur juist op de middengroep, adviseert Post. „Dat doen de pushers ook. Het lijkt of Wilders in debat gaat met Pechtold, maar in feite beoogt hij vooral de groep tussen hen beiden in naar zijn kamp te trekken. Zo moet je je als partijbestuur ook primair richten op de brede middengroep.”

En laat je vooral niet meeslepen door de thema’s die de flanken op de agenda zetten. „In dit geval: of je Paula Schot nu wel of niet had moeten feliciteren. Nee, formuleer je eigen thema. Zo van: híér moeten wij het met elkaar over hebben. Dít is onze vraag: hoe zorgen we er met elkaar voor dat de vrouwen die op SGP-lijsten staan enerzijds de spanning met ons principe ervaren én zich anderzijds ook gewaardeerd voelen?”

serie Christen in de raad

Dit is deel 2 van een artikelenserie over een enquête die het Reformatorisch Dagblad hield onder raadsleden van ChristenUnie en SGP.