Vier politieke jongerenorganisaties doen meer dan alleen kriebelen

Voorzitters van de politieke jongerenorganisaties van links naar rechts: Splinter Chabot, Jarin van der Zande, Lotte Schipper en Kevin Brongers. beeld Dirk Hol

Tientallen uren per week zijn ze vrijwillig actief in de politiek. De vier voorzitters van de politieke jongerenorganisatie in de nieuwe coalitie zijn bezige bijtjes.

Ze zitten nog maar nauwelijks of ze vliegen elkaar al verbaal in de haren. Op een sportieve manier. Over de plannen van het nieuwe kabinet om de btw van 6 naar 9 procent te verhogen, over legale wietteelt en over de basisbeurs die Lotte Schipper (24), voorzitter van het Christen Democratisch Jongeren Appèl (CDA), alsnog in het regeerakkoord wil krijgen.

Ze verdedigen hun idealen met verve en zijn tegelijkertijd dol op elkaar. Want alle vier zijn ze jong, runnen ze een eigen organisatie en waren ze nauw betrokken bij het formatieproces. Als de vier voorzitters op de foto moeten, vraagt de serveerster in het restaurant nieuwsgierig wie er staan te poseren. Lotte en haar drie conculega’s Jarin van der Zande (25) van PerspectieF (CU), Kevin Brongers (23) van Jonge Democraten (D66) en Splinter Chabot (21) van Jongerenorganisatie Vrijheid en Democratie (VVD) kijken lachend in de lens.

Vlak bij het Tweede Kamergebouw treffen de voorzitters elkaar in een restaurantje om te praten over het voorzitterschap, de nieuwe coalitie en het regeerakkoord. Met een nat pak –het regent dat het giet– schuiven Lotte, Kevin en Splinter aan voor een kopje muntthee. Jarin neemt cappuccino en een glaasje water.

Uitdaging

Het kabinet begint aan een enorme uitdaging, daar zijn de vier het wel over eens. Van dichtbij maakten de jongeren het formatieproces mee. Ze waren erbij als de onderhandelaars aan ‘hun’ partij verslag uitbrachten aan de Tweede Kamerfractie. Ze luisterden, adviseerden, en spraken met betrokkenen. En nu ligt er een regeerakkoord waarop zij, nog geen kwart eeuw oud, directe invloed hadden.

En nu begint de uitdaging pas echt. Zou de coalitie de vier jaar kunnen uitzitten? Daar durft niemand de hand voor in het vuur te steken. Want het regeerakkoord is vaag. Erg vaag, vinden de jongeren. En dus voor meer dan één uitleg vatbaar.

„De uitdaging bestaat vooral uit het concretiseren van de nu vrij abstract geformuleerde doelen in het regeerakkoord”, meent Kevin. De anderen vallen hem bij. „Het kabinet heeft uitgesproken dat het de CO2-uitstoot wil verminderen. Maar hoeveel precies, daarover bestaan verschillende inzichten”, legt Splinter uit. „De afspraken met het bedrijfsleven –die heb je toch nodig om dit voor elkaar te krijgen– zijn nog niet gemaakt.” „Voor ons als jongerenorganisaties ligt er de taak scherp te letten op de uitvoering van de plannen van de regering”, vindt Kevin. Daar zijn de anderen het roerend mee eens.

De medisch-ethische kwesties zullen het grootste probleem niet zijn, legt Jarin uit. „Naar de mogelijkheden rondom bijvoorbeeld meerouderschap moet nog zo veel onderzoek gedaan worden dat daar binnen vier jaar geen ingrijpende beslissingen over genomen kunnen worden.” Zowel hij als Kevin vindt dat de verschillen tussen de CU en D66 door de media worden uitvergroot.

Luis in de pels

De positie van de politieke jongerenorganisaties is een lastige. Aan de ene kant associëren ze zich met een landelijke gevestigde partij. Tegelijkertijd willen ze geen kopie zijn van de moederpartij, maar haar af en toe kunnen plagen en schoppen. Om haar scherp te houden.

De jongerenorganisaties staan vlak bij hun moederpartij en zijn tegelijkertijd onafhankelijk van de oude garde. Een lastige positie.

„Wij zijn een luis in de pels”, vertelt Lotte. „Het CDA heeft bijvoorbeeld beloofd de basisbeurs weer in te voeren. Dat staat nu niet in het regeerakkoord. Wij gaan proberen dat alsnog voor elkaar te krijgen.”

„Dat was geen belofte van het CDA”, zo springt D66’er Kevin op felle toon in de bres voor het CDA. Of beter gezegd: voor politici in het algemeen. „Met zo’n uitspraak ondermijn je het vertrouwen in de politiek. De partij zei dat ze zich hiervoor wilde inspannen.” Splinter onderschrijft dat. „In zo’n diverse coalitie moet je nu eenmaal compromissen sluiten, je kunt niets beloven”, vindt hij. Jarin vraagt zich zelfs hardop af of het wel verstandig is om zó hard kritiek te leveren op je moederpartij. „Je kunt haar dan ook van je vervreemden. Dan neemt ze je niet meer serieus.” Hoewel Lotte dat erkent, blijft ze bij haar standpunt. „Dit is superbelangrijk voor ons.”

De andere voorzitters herkennen Lottes kritische houding wel. Splinter: „De JOVD vormt haar mening onafhankelijk van de VVD. We denken lang niet overal hetzelfde over. We merkten dat de VVD wat koudwatervrees had als het gaat om duurzaamheid. Maar dat is niet meer van deze tijd. Een duurzaam beleid biedt –gekoppeld aan een economische agenda– juist kansen.”

Eerder die week belde Kevin nog met D66-Kamerlid Bergkamp om mee te delen dat hij meewerkte aan dit interview in het Reformatorisch Dagblad. „Zo komt niemand voor verrassingen te staan.” Maar wat hij zegt, bepaalt hij zelf. Dat geldt ook voor de andere voorzitters. Het gebeurd regelmatig dat een Kamerlid even opbelt om het standpunt van de Kamerfractie nog eens „uit te leggen.”

Het is niet enkel vrijheid, blijheid voor de voorzitters. Communiceren met de moederpartij is de sleutel tot succes. Jarin: „Het middel mag nooit ten koste gaan van het doel.” Met andere woorden: het lost niets op als hij de CU tegen zich in het harnas jaagt door uitingen te doen waar de partij niets van weet of niet achter staat. „Je bereikt veel meer door te overleggen. Het met elkaar oneens zijn, kan dan alsnog. Maar dan weten we dat van elkaar.”

„Ze vinden het wel leuk als we een beetje schoppen, ze verwachten niet anders van ons”, vertelt Splinter over de VVD. „Klopt”, vindt Lotte, „wij mogen nog idealistisch zijn.”

Kevin vat de verhouding van de politieke jongerenorganisaties tot hun moederpartij samen met een cliché dat iedereen aan tafel kent: „We zijn partner waar het kan en kritisch als het moet.”

Vinger in de pap

Kriebelt de luis in de pels af en toe de gevestigde partijen, of hebben de voorzitters –van wie alleen Jarin meer dan een jaar ervaring heeft– daadwerkelijk invloed in Den Haag? Bij die vraag veren ze alle vier op. „We hebben zeker invloed”, vertelt Kevin enthousiast. Regelmatig dient Jonge Democraten (JD) moties in op het partijcongres. De gloednieuwe voorzitter schroomt niet om zijn stem te laten horen. „JD heeft zich hard gemaakt voor de persoonlijke pensioenpotten. Het is mooi om te zien dat dit nu is opgenomen in het regeerakkoord.”

Het CDJA laat zijn stem vooral horen op het CDA-partijcongres. Op de komende bijeenkomst gaat Lotte zich ervoor hard maken om de basisbeurs alsnog in het regeerakkoord te krijgen. „Ik weet niet of het lukt, maar in het verleden hebben we successen geboekt door moties in te dienen.” Voor haar gloort er dus hoop.

PerspectieF heeft zo hard mogelijk op de rem getrapt als het gaat over de maatschappelijke dienstplicht. Jarin is tevreden dat het hen gelukt is die uit het regeerakkoord te houden. Ook pleitten de CU-jongeren ervoor om in te zetten op de preventie van psychische problemen, zoals depressies.

Splinter schuift regelmatig aan als adviseur bij de VVD om het geluid van de JOVD te laten horen. Onder het genot van nog een kopje thee begint hij over zijn vermeende wapenfeit: legalisering van de wietteelt. Hij is er heilig van overtuigd dat de VVD op dat punt „de blinddoek moet afdoen.” „Wiet mag wel worden verkocht, maar niet worden geproduceerd. Ik vind dat hypocriet.”

Splinter is blij dat de discussie over de legalisering van wietteelt mede door toedoen van de JOVD is aangewakkerd. „Er is nu een proef gestart in tien gemeenten. Na enige tijd zal blijken of het legaliseren van wietteelt invloed heeft op de mate van criminaliteit.” Zelf ziet hij de resultaten van de proef rooskleurig in. „Misschien kunnen we een volgend gesprek onder het genot van een jointje houden”, lacht hij.

Superkabinet

Of ze met z’n vieren een kabinet zouden kunnen vormen? „Dat zou een superkabinet worden”, lacht Kevin. Dat vinden de anderen ook. „Wat ons bindt is de passie voor politiek en voor jongeren. Inhoudelijk verschillen we wel, maar over veel zijn we het eens”, vertelt Jarin. Splinter vult aan: „Ja, niemand van ons wil tenslotte dat armen steeds armer worden.” Jarin: „Je hoort alleen minder over de overeenkomsten dan over de verschillen.”

Hoewel ze alle vier niet direct de ambitie hebben om beroepspoliticus te worden, zien ze een kabinet met zijn vieren wel zitten. „We kunnen het in ieder geval al goed met elkaar vinden”, glimlacht Kevin.

Splinter Chabot

Het enige vak waarbij Splinter Chabot op de middelbare school altijd present was, was maatschappijleer. Terugkijkend op zijn middelbareschoolperiode typeert de Hagenaar zichzelf als een onhoudbare scholier die niet wist wat-ie wilde worden. „Het enige wat me interesseerde was politiek, daarom ben ik politicologie gaan studeren. Ik wilde graag politiek actief worden.”

De keuze voor JOVD is snel gemaakt. Vrijheid, verdraagzaamheid en verantwoordelijkheid, de drie pijlers van JOVD, zijn hem op het lijf geschreven. Op 1 oktober werd hij verkozen tot lid van het hoofdbestuur van de JOVD en aangesteld als landelijk voorzitter ad interim. Op 13 december staat hij kandidaat als de landelijk voorzitter.

Jarin van der Zande

De Apeldoornse voorzitter van PerspectieF, Jarin van der Zande, komt uit een maatschappelijk betrokken gezin. Thuis werd politiek serieus genomen, zo serieus zelfs dat hij nog altijd niet weet wat zijn vader stemt. Hij koos voor de ChristenUnie vanwege de ideologie die aan deze partij ten grondslag ligt. Die gaat terug naar Abraham Kuypers principe van soevereiniteit in eigen kring. Wat wil dat zeggen? „Iedereen heeft een directe zorgplicht voor mensen binnen de eigen kring, zoals familie, kennissen of geloofsgemeenschap. Anderzijds heeft de overheid de verantwoordelijkheid om zorg te dragen waar dat nodig is.” Jarin is inmiddels voor het tweede jaar voorzitter van PerspectieF.

Lotte Schipper

Een steentje bijdragen aan de samenleving, dat is wat Lotte Schipper altijd al wilde. Steevast keek ze met haar ouders het achtuurjournaal om van al het nieuws op de hoogte te blijven. Daar is haar interesse voor politiek begonnen. Op een zondagmiddag surfte ze langs alle politieke jongerenorganisaties op internet. „Behalve langs de SGPJ, want die site werkt niet op zondag”, lacht ze. Uiteindelijk koos ze de partij waar ze voor haar zoektocht toch al de meeste feeling mee had; het CDJA. Meteen op de eerste bijeenkomst van de organisatie werd ze gevraagd secretaris te worden in het landelijk bestuur. In mei 2017 werd ze landelijke voorzitter.

Kevin Brongers

Een atypische voorzitter noemt hij zichzelf. De Rotterdamse Kevin Brongers groeide op in de achterstandswijk Charlois. Hij zat op een –zoals hij het zelf noemt– slechte basisschool. Toen hij op de middelbare school kwam, liep hij qua kennis flink achter op zijn klasgenoten. Hoe kan het dat het onderwijs op de ene school beter is dan op de andere, vroeg hij zich af. Het belang van gelijke kansen voor iedereen heeft Kevin aan den lijve ondervonden. „D66 maakt zich daar hard voor, dat spreekt me aan.” Enkele maanden na zijn eerste bezoek aan JD trad hij toe tot het plaatselijk bestuur. Sinds september 2017 is hij de kersverse landelijke voorzitter.