Vechten voor de zwaksten, desnoods ten koste van zichzelf

Nieuw in de Kamer
Femke Merel Arissen. beeld RD, Henk Visscher

Waartoe zijn wij op aarde? Hoe kun je goed leven? Dat soort vragen hield Femke Merel Arissen (33) als kind al bezig. Als politica probeert ze nu de wereld beter te maken. „Ik ben hier om dingen ten goede te veranderen.”

Van alle kanten werd Arissen op de verkiezingsavond gefeliciteerd met haar Kamerlidmaatschap. Zelf onderdrukte ze haar vreugde: stel dat het tóch nog mis zou gaan. Pas twee dagen later, op 17 maart, was definitief duidelijk dat de laatste van de acht te verdelen restzetels aan de PvdD toeviel en dat ze dus in de Kamer zou komen. Arissen heeft zich sindsdien rap ingewerkt: „Als nieuweling zag ik in eerste instantie erg op tegen het wegwijs worden op mijn beleidsterreinen. Maar ik draaide meteen op volle toeren mee, heb nu al invloed. Sneller dan verwacht. Ik heb echt een vliegende start gemaakt.”

PERSOON

Opkomen voor kwetsbare waarden en een stem geven aan diegene wiens stem niet wordt gehoord, waaronder de dieren, dat doel heeft Arissen zichzelf gesteld.

Wat drijft u daartoe?

„Om mij heen zie ik heel veel onrecht. Mensen die anderen onder de duim houden ter meerdere eer en glorie van zichzelf. Dat vind ik heel kwalijk. Daar kan ik echt niet tegen. Daar wil ik iets aan doen. Ik heb een enorme vechtlust om op te komen voor het belang van de zwaksten, om ook voor hen de wereld beter te maken. Ik geloof dat iedereen evenveel recht heeft op een gelukkig leven.”

Waar komt dat geloof vandaan?

„Dat heb ik thuis meegekregen. Mijn rooms-katholieke vader en hervormde moeder hebben mij opgevoed met christelijke waarden. Ik groeide op in de Alblasserwaard, een heel gelovige omgeving. Gedoopt ben ik niet, naar de kerk ga ik evenmin. Maar ik geloof zeker in God.

Van jongs af aan heb ik grote belangstelling voor religie en voor levensvragen als: Wat is goed leven? Wat beweegt de mens? Mijn ouders gaven me alle ruimte om mijn eigen weg te vinden. „Onderzoek alle dingen en behoud het goede”, was de mantra van mijn moeder. In de biebbus –veel andere vormen van vermaak waren er niet in het oud gereformeerde dorpje Brandwijk, waar wij woonden– leende ik bijvoorbeeld alle boeken van Thea Beckman. In mijn tienerjaren ging ik me in filosofie verdiepen: Aristoteles, Plato, Kierkegaard, Schopenhauer, Simone de Beauvoir. Via die zoektocht naar antwoorden op ethische vragen maakte ik kennis met bijvoorbeeld vrouwen-, kinder- en dierenrechten. Zaken die te maken hebben met opkomen voor zwakkeren in de samenleving. Dat is in een notendop mijn weg geweest; dat pad hoop ik voort te zetten in de politiek.”

Welke boeken hebben u sterk gevormd?

„Ik ben een boekenwurm en lees alles wat los en vast zit. Het interessantst vind ik boeken die me op een heel andere manier naar het leven laten kijken, die me aan het denken zetten, waardoor ik zelfs mijn visie bijstel. Zoals ”Allerzielen” van Cees Nooteboom, over het vastleggen en bewaren van herinneringen. En ”Zen en de kunst van het motoronderhoud” van de Amerikaanse filosoof Robert M. Pirsig, over een vader die tijdens een toertocht met zijn elfjarige zoontje de fundamentele vragen van ons bestaan bespreekt.”

Wat is de belangrijkste levensles die u hebt opgestoken?

„Die komt, realiseer ik me nu, uit de Bijbel: „Wat jij niet wilt dat jou overkomt, doe dat ook een ander niet aan.” Dat vat samen hoe ik in het leven sta: ik wil dat een ander het goed heeft. Met mededogen mens en dier tegemoet treden.”

Wie is uw politieke voorbeeld?

„Mijn moeder droeg vroeger een gouden armbandje met een bedeltje met het gezicht van Martin Luther King erop. Ze vertelde mij over zijn invloed op de burgerrechtenbeweging in de VS, over hoever hij ging voor zijn idealen – hij werd er zelfs om vermoord. Dat raakte me. Toen ik volksvertegenwoordiger werd, heeft mijn moeder die armband aan mij gegeven.”

POLITIEK

Arissen had „nooit gedacht” dat ze de politiek in zou gaan. Een politiekebaantjesjager is ze allerminst. „Dan ga je alleen maar voor je eigen ego.” Haar idealisme dreef haar naar de PvdD. Kort na de oprichting in 2002 maakte ze kennis met de partij. „Op een van de eerste bijeenkomsten kwam ik heel veel gelijkgestemden tegen. Mensen met een sterke focus op duurzaamheid, op het leefbaar houden van de aarde. Geen politiek om de politiek, maar om de wereld beter te maken. Dáár wil ik bij horen, dacht ik toen.

Een paar jaar later ben ik gevraagd om coördinator te worden van de werkgroep in Utrecht. Ludieke acties opgezet, campagne gevoerd. Heel fanatiek staan flyeren op stations, posters geplakt. Terwijl ik dat handwerk deed, raakte ik helemaal in de greep van het enthousiasme dat in de partij heerst. Zo is het balletje gaan rollen.”

Uiteindelijk bent u dus Kamerlid geworden. Waarmee onderscheidt u zich van uw fractiegenoten?

„Met mijn vechtlust, al geloof ik dat mijn collega’s die ook hebben. Ik geef nooit op in mijn strijd voor dingen waar ik in geloof, zaken die de samenleving of het leven van mens en dieren verbeteren. Ik ben een bijtertje. Ik zet ergens mijn tanden in en laat niet los totdat ik mijn doel heb bereikt.

Ik ga er graag vol in, soms met twee gestrekte benen. Al blijf ik natuurlijk altijd wel netjes.”

„Als volksvertegenwoordiger opkomen voor de meest kwetsbaren geeft mij power”, zei u ergens. U vervult dit ambt dus niet alleen voor anderen?

„Het werk is moeilijk vol te houden als je er zelf geen voldoening uit haalt. Maar ik doe dit werk expliciet niet voor mezelf of vanwege mijn eigen behoeftes.

Het geeft mij een goed gevoel als ik anderen een goed gevoel kan geven door wat ik doe. Daarin ga ik tot het uiterste, soms zelfs over mijn fysieke grenzen heen. Als ik heel lange dagen maak, bijvoorbeeld. Dat is soms uitputtend en niet goed voor mezelf.

Ik zit in de politiek om dingen ten goede te veranderen. En als ik dan zie dat mijn inspanningen vruchten afwerpen voor het welbevinden van mensen en dieren, ben ik weliswaar soms moe, maar haal ik daar tegelijkertijd heel veel energie uit.”

De PvdD bezet 5 van de 150 zetels. Lukt het dan wel om iets te bereiken?

„Wij zijn de groene buitenboordmotor van de politiek. Het is een enorme uitdaging, ja, om andere politieke partijen en kiezers te overtuigen van onze idealen. Maar de afgelopen jaren hebben we laten zien dat we heel succesvol zijn: er wordt nu bijvoorbeeld veel meer over klimaat en dierenwelzijn gesproken in de Kamer en daarbuiten. Dat zou zonder ons niet zijn gebeurd.”

Politieke resultaten boeken gaat niet zonder slag of stoot. Hoe gaat u om met teleurstellingen?

„Als ik tegenwind krijg, verschuil ik me niet in een hoekje. Dan loop ik bijvoorbeeld desnoods drie keer terug naar de interruptiemicrofoon om een bewindspersoon te manen dat hij écht iets moet doen.

Ik ben er niet goed in om mezelf af te sluiten. Ik lig weleens wakker van kwesties die mij aangrijpen. Zoals van de suïcidale tiener Emma voor wie geen opvang beschikbaar was.

Of de Q-koortspatiënten die dankzij overheidsbeleid ziek zijn geworden. Zulke dingen maken mij ontzettend kwaad.

Onze fractievoorzitter Thieme heeft me de goede raad gegeven zulke zaken gewoon binnen te laten komen, te doorleven. „Blijf vooral kwetsbaar en wees moedig in je strijd voor de partijidealen en voor een betere wereld”, zei ze.”

Wat heeft u tot nu toe verrast?

„De hardheid van politici die vinden dat mensen hun eigen broek maar moeten ophouden en dat er flink kan worden gekort op uitkeringen, vind ik stuitend.

Waar ik ook ontzet over ben, is dat rechtse partijen de angst voor terrorisme misbruiken om hun eigen politieke agenda door te drukken en de rechtsstaat aan te tasten. Door onder het mom van veiligheidsmaatregelen te tornen aan burgerrechten en de privacy in te perken, bijvoorbeeld. Heel schrijnend.”

DILEMMA’S

Vasthouden aan je politieke idealen of compromissen sluiten?

„Het eerste, natuurlijk. Dat moet je niet verwarren met een soort starheid, alsof wij nooit compromissen zouden sluiten.

Alles in dit land wordt kapotgepolderd: compromissen sluiten lijkt een doel op zich geworden. Ik vind het niet vreemd dat mensen zich niet meer vertegenwoordigd voelen door traditionele politieke partijen die zo politiek bedrijven.

Wij willen geen partij zijn die na de verkiezingen haar idealen overboord zet. Dat zou ontrouw zijn richting onze kiezers.”

Geloof moet achter de voordeur blijven of geloof mag een rol spelen in de politiek?

„Ik geloof heel erg in de scheiding van kerk en staat: geloof is voor mij een privézaak, je moet proberen dat buiten de politiek te houden. Natuurlijk komen mijn idealen ergens vandaan en werkt religie of levensovertuiging door in hoe je denkt en bent als mens. Maar het is niet nodig om dat geloof dan ook als stempel op de partij te drukken.

Wij hebben bewust een seculiere partij opgericht die toegankelijk is voor alle mensen. Dat is volgens mij de beste manier om de politiek in te richten.

Partijen als CU en SGP maken daarin een andere keuze, ja. Het staat ze helemaal vrij om dat te doen. Onze manier hoeft niet die van andere politieke partijen te zijn.”

De politiek geeft richting aan de samenleving of de politiek volgt de samenleving?

„Naar mensen luisteren is heel goed. Ze moeten worden gehoord. Misstanden moeten worden aangepakt. De politiek moet ook niet met oogkleppen op als een autonoom instituut haar gang gaan. Maar ik denk dat de politiek ook leidend kan zijn en het voortouw kan nemen om veranderingen in gang te zetten. Wij willen bijvoorbeeld heel graag dat hét grote gevaar van onze tijd, de klimaatverandering, wordt aangepakt. Er moet nu echt iets gebeuren, of mensen dat willen of niet.”

Democratie is: de meerderheid beslist. Of democratie is: de meerderheid houdt rekening met de minderheid?

„De meerderheid moet wel degelijk rekening houden met de minderheid. Waar de grens ligt? Dat vind ik moeilijk om te zeggen. Ik denk dat je altijd moet luisteren naar minderheden, maar het zal van geval tot geval verschillen in hoeverre je meegaat in hun wensen of bezwaren.”

Economische en materiële belangen prevaleren boven ecologische en immateriële belangen, of andersom?

„Andersom. Een schone lucht, bodem en water zijn van levensbelang. Andere politieke partijen zijn heel goed in het behartigen van allerlei kortetermijnmensenbelangen.

De aarde biedt genoeg voor ieders behoefte, maar niet voor ieders hebzucht. Daarom hebben wij in ons laatste verkiezingsprogramma, ”Plan B”, meer dan 550 voorstellen gedaan voor een heel andere politiek, waar de héle planeet baat bij heeft. We willen bijvoorbeeld arbeid goedkoper maken en het gebruik van niet-duurzame grondstoffen zwaarder belasten. Die voorstellen zijn helemaal niet duur in termen van geld; het vergt wel moed om ze uit te voeren.”

Deze kabinetsperiode moet er wel of geen wet komen voor stervenshulp aan ouderen die hun leven voltooid achten?

„De wetgeving die er nu is op het gebied van euthanasie vind ik persoonlijk prima. Die lijkt mij afdoende.

Het politieke debat over een wet rondom het levenseinde moet nog worden gevoerd; ik heb nog geen idee aan welke voorwaarden stervenshulp wordt gebonden en wat voor regelingen er komen. Ik vind het dus lastig om op voorhand al te zeggen dat ik ertegen ben. Het debat daarover ga ik te zijner tijd graag aan.

Ons partijprogramma is gestoeld op liberale beginselen. Ik wil anderen ook niet voorschrijven dat ze hoe dan ook tot het bittere einde moeten volhouden, maar ik hecht zelf heel erg aan het leven. Ik zou dus niet het initiatief hebben genomen tot het indienen van een wet op dit gebied.”

Femke Merel Arissen

Geboorteplaats en -datum: Huizen, 9 november 1983. Woonde in haar jeugd in het dorpje Brandwijk, in de Alblasserwaard.

Opleiding: atheneum te Gorinchem, deeltijd rechtenstudie aan de Universiteit Utrecht (2003-2011), met bijvakken economie, filosofie, ethiek en literatuur.

Loopbaan: medewerkster gemeenteraadsfractie PvdD in Utrecht, medewerkster Tweede en Eerste Kamerfractie PvdD (2014-2017), medewerkster gemeenteraadsfractie PvdD in Den Haag (2017), lid Provinciale Staten Utrecht (2015-heden).

Portefeuille: Arissen voert het woord over veiligheid en justitie, defensie, zorg en preventie, emancipatie, dierenwelzijn niet-landbouwdieren, dierenmishandeling, chemiebedrijven en veiligheidsregio’s, infrastructuur en binnenvaart.

Woonplaats: Huis ter Heide.

Burgerlijke staat: ongehuwd, niet-samenwonend.

Socialemedia-accounts: Twitter: @FemkeMerel; Facebook: femkemerel.arissen.

zomerserie Nieuw in de Kamer

Dit is het derde deel in een vijfdelige serie over nieuwe, dit jaar aangetreden Kamerleden. Wat is hun achtergrond? Wat verbaast hen als nieuwkomer in het parlement? Over twee weken deel 4: een vraaggesprek met GroenLinks-Kamerlid Westerveld.