Van der Staaij (SGP) „teleurgesteld” over antwoorden kerkdiensten

Van der Staaij, beeld ANP, Bart Maat.

SGP-leider Van der Staaij noemt de antwoorden die hij woensdag kreeg op eerder door hem gestelde vragen over ruimere mogelijkheden voor uitvaarten en kerkdiensten „erg teleurstellend.”

Hij typeert de frasen van de ministers Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) en de Jonge (VWS) als „open deuren en formalistische antwoorden” en heeft het kabinet inmiddels vervolgvragen gesteld.

Van der Staaij vroeg de bewindslieden al op 1 mei hoe de strenge regels voor begrafenissen en erediensten zich verhouden tot de ruimte die wordt geboden aan „allerlei vestigingen van warenhuizen, die open zijn voor honderden bezoekers tegelijk.” Ook wilde hij van het kabinet weten „in hoeverre de toenemende commerciële activiteiten de beschikbare ruimte voor versoepeling voor andere activiteiten belemmert.”

De bewindslieden antwoorden daarop dat „winkels waar commerciële activiteiten worden uitgeoefend, niet van overheidswege gesloten zijn.” Wel geldt daar een verbod op samenkomsten. Op het verbod op samenkomsten heeft het kabinet voor uitvaarten en religieuze samenkomsten „een uitzondering gemaakt”, aldus de ministers. Die houdt in dat er in elk geval niet meer dan dertig personen aanwezig mogen zijn.

Op Van der Staaijs vraag aan welke voorwaarden moet zijn voldaan willen de regels voor begrafenissen en kerkdiensten versoepeld kunnen worden, antwoordt het kabinet dat „er ruimte is voor stapsgewijze versoepeling”, maar dat dit wel met „de grootst mogelijke behoedzaamheid zal gebeuren.” Daarbij zijn de belasting van de zorg, bescherming van kwestbaren en inzicht in de verspreiding van het virus belangrijke criteria.

Op basis van deze criteria zal gekeken worden of verhoging naar maximaal honderd personen per 1 juli mogelijk is, schrijven de bewindslieden. „Het OMT zal daartoe om een advies worden gevraagd.”

Behalve in schriftelijke vragen heeft Van de Staaij de wenselijkheid van maatwerk bij erediensten ook in Kamerdebatten over de coronacrisis aan de orde gesteld. Hij deed dat op 7 mei, en ook vorige week, op 20 mei.

In dat laatste Kamerdebat diende CU-leider Segers een motie in waarin hij de regering vroeg om „samen met gemeenten, afspraken te maken met kerken en christelijke netwerken met als doel om op verantwoorde wijze lokaal maatwerk en perspectief te bieden voor de organisatie van kerkelijke activiteiten, waaronder ook jeugdwerk, en waar nodig hiertoe advies te vragen aan het Outbreak Management Team.” Die motie werd dinsdag met algemene stemmen door de Kamer aangenomen.

Na de voor hem teleurstellende antwoorden, heeft Van der Staaij het kabinet woensdagavond vervolgvragen gesteld. Daarin verwijst hij onder meer naar advies dat de Raad van State maandag uitbracht, waarin de raad betoogt dat het maximeren van kerkdiensten op dertig bezoekers eigenlijk alleen kan via een officiële wet.

De SGP’er vraagt het kabinet bovendien waarom het de kerken niet meer eigen verantwoordelijkheid geeft om, binnen de richtlijnen van het RIVM, hun activiteiten te ontplooien. Ook wil hij weten of de regering misschien, net als bij de bezoekregelingen voor verpleeghuizen het geval is, „pilots overweegt”, waarin sommige grote kerken, met inachtneming van alle veiligheidscriteria, méér dan honderd kerkgangers kunnen verwelkomen.