Uitlevering aan Polen kan worden opgeschort

EU-lidstaten hoeven verdachten niet uit te leveren aan Polen als ze daar geen eerlijk proces dreigen te krijgen. Als grondig wordt aangetoond dat de onafhankelijkheid van de rechtspraak in het geding is moet daarvan worden afgezien.

Het Europees Hof van Justitie heeft dat bepaald in een zaak die het Ierse hooggerechtshof had voorgelegd. Een Poolse verdachte van drugshandel werd ruim een jaar geleden opgepakt in Ierland nadat Polen Europese aanhoudingsbevelen tegen hem had uitgevaardigd. Die worden doorgaans min of meer automatisch uitgevoerd. De man verzet zich tegen uitlevering omdat hij vanwege de hervorming van het rechtssysteem in zijn land de kans loopt geen eerlijk proces te krijgen.

Als het Ierse hof vaststelt dat er een reëel risico is dat er gaten zitten in het Poolse rechtssysteem én het recht van de man op een onafhankelijk proces gevaar loopt, moet de verdachte niet worden overgedragen, aldus het EU-hof. De rechters verwijzen in dat verband naar de artikel 7-procedure die de Europese Commissie in december tegen Warschau heeft gelanceerd. Volgens Brussel is de Poolse rechtsstaat in gevaar door de hervormingen.

Volgens D66-Europarlementariër Sophie in ’t Veld betekent de uitspraak dat de Poolse „afbraak” van de rechtsstaat de veiligheid van alle Europeanen aantast. „Europese rechters kunnen er niet zonder meer op vertrouwen dat Europeanen een eerlijk proces krijgen in Polen. En juist dit wederzijds vertrouwen vormt de basis van de Europese politie- en justitiesamenwerking. De Poolse regering moet nu zo snel mogelijk de gewraakte maatregelen ongedaan maken, en zorgen dat rechters onafhankelijk hun werk kunnen doen.”

Deze situatie toont volgens D66 opnieuw de dringende noodzaak aan voor een mechanisme om alle lidstaten jaarlijks langs de meetlat te leggen. Zo’n ‘grondrechten-apk’ stelde het Europees Parlement in 2016 voor op voorspraak van In ’t Veld.