Uitleg: Is ophalen IS-kinderen koerswijziging van kabinet?

IS-vrouwen in een kamp in het noordoosten van Syrië. beeld Syria Hasakah

Voor het eerst heeft Nederland maandag twee weeskinderen opgehaald uit een Syrisch detentiekamp voor IS-gangers. Verandert het kabinet daarmee van koers?

Wat is er gebeurd?

In een brief aan de Tweede Kamer melden de ministers Grapperhaus (Justitie) en Blok (Buitenlandse Zaken) de repatriëring van de twee wezen van 2 en 4 jaar oud. Moeder van de twee was volgens bronnen de Zwolse jihadbruid Karenia J. (31), die onlangs in het kamp overleed. Hun vader, een Belgische IS-strijder, sneuvelde al eerder op het slagveld.

Hoewel de brief weinig details bevat, is inmiddels wel duidelijk dat een Nederlandse topambtenaar van het ministerie van Buitenlandse Zaken persoonlijk voor de overdracht is afgereisd naar Ain Issa. Dat is een stad in het door de Koerden gecontroleerde gebied in Noord-Syrië.

Maar Nederland zou toch zelf geen actie ondernemen?

Zeker in relatie tot de volwassen IS-strijders is dat inderdaad wat het kabinet steeds heeft gezegd. De optie om weeskinderen te laten terugkeren is wel steeds opengehouden. In de uitingen van Grapperhaus en Blok over het terughalen van IS-vrouwen en hun kinderen voerde terughoudendheid steeds de boventoon, maar de coalitie is daar verdeeld over. Over deze kwestie wordt waarschijnlijk doorlopend overlegd.

Kleven er risico’s aan het naar Nederland halen van in het kalifaat opgegroeide kinderen?

Volgens de AIVD zijn die risico’s er zeker. In de ideologie van IS zijn kinderen vanaf een jaar of 9 ”welpen” die moeten uitgroeien tot ”leeuwen”, schreef de inlichtingendienst twee jaar geleden. IS prent kinderen vanaf zeer jonge leeftijd in dat ieder die zich niet aan de juiste interpretatie van de islam houdt een ongelovige is en mag worden gedood. De terreurgroep heeft ook video’s verspreid waarin kinderen allerlei gruweldaden plegen.

Naast propaganda waaraan deze kinderen blootstonden, hebben zij geregeld dood en geweld van nabij gezien. Behalve dat ze hierdoor mogelijk getraumatiseerd zijn, kunnen deze ervaringen de drempel verlagen voor het gebruik van geweld.

Toch lijken de door de AIVD geschetste risico’s voor Nederland beperkt. Want driekwart van de ruim 200 „kinderen met een Nederlandse link” die in en rond Syrië vastzitten, is daar geboren en dus nog (lang) geen 9 jaar.

Een ander gevaar voor Nederland zit in de nu gangbare praktijk dat IS-kinderen na op Schiphol te zijn geland worden gescheiden van hun moeder – de vaders zijn vaak buiten beeld. In een opiniestuk in de NRC wezen twee deskundigen erop dat dat een „recept voor radicalisering” is. Het verstoren van de hechting zou de kans op splitsen –zwart-wit denken bij het opdelen van mensen in goed of kwaad– vergroten. Dat splitsen wordt onderdeel van het karakter van het opgroeiende kind en kan vervolgens tot problemen leiden.

Los van alle risico’s die kleven aan het naar Nederland halen van kalifaatkinderen: voor Nederland is het evenmin ongevaarlijk om deze kinderen in de kampen te laten. De kans bestaat dat ze daar (verder) radicaliseren. Om op oudere leeftijd onopgemerkt en op eigen houtje naar Nederland terug te keren om daar een aanslag te plegen.