Tweede Kamer: Zondag ‘testcase’ voor grote kerken

Kerk en corona
beeld ANP, Remko de Waal

Er is een gerede kans dat de Tweede Kamer afwacht welke vrijwillige initiatieven grote kerken zondag nemen om de bezoekersaantallen af te schalen, alvorens te besluiten of alsnog in de coronawet moet komen te staan dat de minister kerken bindende maximumaantallen mag opleggen.

Dat viel op te maken uit het eerste deel van het Kamerdebat over de coronawet dat woensdag werd gevoerd.

Artikel 58g van deze wet biedt zorgminister De Jonge de bevoegdheid bindende regels op te stellen over de maximaal toegestane groepsgroottes. In lid 2c van datzelfde artikel staat echter te lezen dat die bevoegdheid niet mag worden ingezet ten aanzien van een persoon „die in gemeenschap met anderen zijn godsdienst of levensovertuiging belijdt.”

Na de media-ophef over de kerkgang in Staphorst, waar zondag conform de huidige regels 600 kerkgangers de dienst konden bijwonen, staat deze uitzonderingsbepaling ernstig onder druk. Het onafhankelijke Kamerlid Femke Merel van Kooten-Arissen kwam woensdag al vrij snel na het begin van het debat met een langverwachte aankondiging: zij dient een wijzigingsvoorstel in met als strekking dat de uitzonderingsbepaling moet worden geschrapt.

Opvallend genoeg sprak vrijwel geen enkele partij zich in het debat al expliciet voor of tegen dit voorstel uit. De naar het debat afgevaardigde woordvoerders gaven de voorkeur aan abstractere beschouwingen over het oplaaiende virus, de grondrechten en de consistentie van de coronawet.

Niettemin vielen in het debat al wel enkele voorlopige standpunten te ontwaren. Zo loste CDA-Kamerlid Van Dam een stevig schot voor de boeg. „Het uit de wet gummen van de uitzonderingsbepaling voor levensbeschouwing; daar gaat het CDA niet aan beginnen”, zei hij.

Diezelfde Van Dam vroeg echter wel aan SGP-Kamerlid Van der Staaij of die het met hem eens was dat het maatschappelijk ongenoegen over de uitzonderingsbepaling voor kerken „een zeer relevant onderdeel” van de discussie zou moeten zijn. Van Dam maakte ook duidelijk dat het in de optiek van het CDA aan kerken is om consequenties aan dat signaal te verbinden. Toen Van der Staaij de uitzonderingsbepaling in zijn ogen wat al te vurig verdedigde, zonder concreet te maken wat dat volgens de SGP zou moeten betekenen voor de kerkgang van komende zondag, sprak de CDA’er veelbetekenend: „Ik hoop toch dat we hier samen uitkomen.”

De woordvoerders van VVD en D66 wilden de kwestie-Staphorst woensdag nog niet op de spits drijven; wat er ongetwijfeld mee te maken heeft dat de steun voor de coronawet wankel is. Om deze te redden, moesten de regeringspartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie onderhandelen met een bont gezelschap van oppositiepartijen: PvdA, GroenLinks, 50PLUS en SGP. Die denken onderling zeer verschillend over de godsdienstvrijheid.

D66-woordvoerder Groothuizen stipte de uitzonderingsbepaling in het geheel niet aan. Een stuk concreter was VVD’er Veldman die alvast ondubbelzinnig duidelijk maakte dat zijn partij het niet zal accepteren als kerkdiensten met honderden aanwezigen mogelijk blijven: „We vragen in deze tweede coronagolf dezelfde verantwoordelijkheid van kerkgemeenschappen als in de eerste”, zei hij.

Van het gelegenheidsbondgenootschap van GroenLinks, PvdA, 50PLUS en SGP waren het GroenLinks en de SGP die de kerkgang expliciet ter sprake brachten. GroenLinkswoordvoerster Buitenweg nam geen blad voor de mond: zij vindt dat in de coronawet inconsequent met de Grondwet wordt omgegaan. Volgens haar wordt het recht op godsdienstvrijheid nu veel meer beschermd dan het recht op vereniging; ook voor verenigingsgebouwen zou de overheid volgens haar niet van bovenaf maximumgroepsgroottes mogen opleggen. Buitenweg bestreed verder dat het opleggen van groepsgroottes de vrijheid van godsdienst beperkt. Artikel 6 van de Grondwet beoogt volgens haar slechts te borgen dat overheden niet bevoegd zijn kerken binnen te treden als daar diensten gaande zijn.

Het verzoek aan het kabinet waarin Buitenweg haar betoog liet uitmonden, liet aan duidelijkheid weinig te wensen over: Ga voor “gelijke monniken, gelijke kappen.” Oftewel, bejegen kerken net zo als iedere andere (ideële) vereniging.

SGP-leider Van der Staaij wees bezorgd op de harde botsingen tussen kerken en overheden in de 19de eeuw. Hij riep in herinnering dat kerkgangers destijds zelfs in de gevangenis belandden omdat ze met meer dan twintig personen in een kerk bijeen waren gekomen. In een redelijke uitleg van het grondwetsartikel over godsdienstvrijheid is volgens hem geen plaats voor het opleggen van één maximumgroepsgrootte aan alle kerken, ongeacht de grootte van hun kerkgebouw. Wel benadrukte Van der Staaij dat kerken behalve vrijheden ook verantwoordelijkheden hebben en als het even kan een goede dialoog met de overheid moeten nastreven. Vaststellen hoeveel kerkgangers er tot een dienst worden toegelaten, behoort volgens hem primair tot de vrijheid en verantwoordelijkheid van kerken, „in goed overleg met de burgerlijke overheid.”