Tweede Kamer zegt De Jonge de wacht aan

Nederland
Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (CDA) tijdens het debat in de Tweede Kamer over het coronavirus. beeld ANP, BART MAAT

Minister De Jonge (Volksgezondheid) moet de Tweede Kamer wekelijks gaan informeren over het aantal coronatests dat de GGD’s kunnen afnemen.

Een oproep van die strekking van PvdA-leider Asscher en coalitiepartij D66 kreeg dinsdagnacht royale steun.

„Het kabinet staat vanaf nu onder curatele”, constateerde Asscher vervolgens. Vanuit de coalitie werd die conclusie dan weer enigszins genuanceerd, maar dat het vertrouwen van de Kamer in De Jonge dinsdag een forse knauw kreeg is duidelijk.

Vooral de oppositiepartijen namen de geplaagde bewindsman vanaf het allereerste moment onder vuur. „Als u het niet meer aankunt, meneer De Jonge, laat iemand anders het dan doen. We kunnen ons geen minister permitteren die het niet meer aankan”, zo sprak PVV-leider Wilders. SGP-leider Van der Staaij vatte treffend samen om welke twee hete hangijzers het debat draaide: de stroperigheid rond het opschalen van de laboratoriumcapaciteit en de schimmigheid rond de richtlijnen over mondkapjes.

Voorafgaand aan het debat praatten diverse experts de Kamer bij over de stand van zaken inzake de bestrijding van het coronavirus. Directeur publieke gezondheid De Gouw van de GGD-regio Hollands-Midden zei daarbij dat de GGD’s genoodzaakt zijn het aantal testen te beperken tot maximaal 28.000 per dag, terwijl er dagelijks zo’n 38.000 testverzoeken zijn. De begrenzing is noodzakelijk omdat de laboratoriumcapaciteit in Nederland schaars is. Meer dan 28.000 testen per dag analyseren kunnen de laboranten momenteel niet aan.

De Jonge voerde aan dat er begin juli dagelijks nog maar zo’n 15.000 testverzoeken werden gedaan. Daarvoor konden de GGD’s een beroep doen op zo’n zestig Nederlandse laboratoria. De afgelopen zomer probeerde het ministerie eerst om de capaciteit van deze zestig maximaal te vergroten, onder andere door nieuwe testmachines te bestellen en door laboratoria toestemming te geven om gepoold te testen. Hierbij worden monsters niet een voor een maar groepsgewijs geanalyseerd. Zeker als van een set monsters alle uitslagen negatief zijn, levert dat veel tijdwinst op.

De strategie viel echter in duigen, onder meer vanwege leveringsproblemen en omdat het gepoold testen minder soelaas bood dan De Jonge had gehoopt.

De Kamer toonde daar aanvankelijk begrip voor, maar toen De Jonge aanvoerde dat het „in de context van begin juli niet voor de hand lag” om contracten af te sluiten met grote buitenlandse laboratoria was de boot aan. Zelfs zijn eigen CDA las hem de les. „Het motto is: Bij twijfel niet inhalen”, prentte CDA-fractievoorzitter Heerma hem in.

De Jonge kon weinig anders dan toezeggen dat hij vanaf nu alle middelen te baat zal nemen om de testdoelstellingen te halen. In december wil hij uitkomen op een dagelijkse testcapaciteit van 70.000. In februari zouden 85.000 tests per dag zelfs haalbaar moeten zijn, maar de Kamer neemt dus het zekere voor het onzekere en wil wekelijks worden geïnformeerd.

Dat veel zorgwerkers in de thuiszorg en de verpleeghuiszorg in de maanden maart en april zonder mondkapjes op pad werden gestuurd bleek in de Kamer nog steeds een open zenuw te zijn. Volgens een richtlijn van het RIVM was onbeschermd werken bij (mogelijk) besmette patiënten verantwoord, mits er slechts sprake was van „vluchtig patiëntencontact.” Die passage werd half augustus echter geschrapt. Volgens het RIVM gebeurde dat niet op grond van veranderde wetenschappelijke inzichten over veilig werken, maar omdat het criterium „vluchtig patiëntencontact” in de praktijk niet erg toepasbaar was.

In de Kamer leidde die uitleg dinsdag tot een heftig debat over de vraag hoe het RIVM er begin maart eigenlijk bij kwam om te stellen dat onbeschermd werken bij (mogelijk) besmette patiënten onder bepaalde omstandigheden veilig kon zijn. Het was vooral CU-Kamerlid Dik-Faber die daarbij tot het laatst voet bij stuk hield: ze eiste dat het kabinet de komende weken aantoont op welke wetenschappelijke onderzoeken deze conclusie was gebaseerd.

Op nog twee andere onderdelen greep de Kamer dinsdag de regie. Allereerst rond de planning van de crisisoverleggen, de persconferenties en de corona-Kamerdebatten. „Er moet weer een vast stramien komen”, zo klonk het eigenlijk Kamerbreed. Rutte zei nog niets toe, maar liet doorschemeren dat leden van de ministeriële crisiscommissie waarschijnlijk weer tweewekelijks gaan overleggen met het OMT en het Veiligheidsberaad. Daarmee keren de tweewekelijkse persconferenties en coronadebatten waarschijnlijk ook weer terug.

Om de burgers meer houvast te geven gaat het kabinet ook een routekaart met maatregelen presenteren. Die moet duidelijk maken welke regionale (vervolg)ingrepen er denkbaar zijn als de besmettingsgraad blijft stijgen. Helemaal af is het maatregelenpakket echter nog niet, zo ervoer ook CU-Kamerlid Dik-Faber. Toen zij vroeg wanneer het kabinet zegt: „En nu is het genoeg, we gaan weer over op landelijk beleid” vroeg Rutte om nog wat extra tijd voor overleg.

Intussen zijn de vooruitzichten somber, zo gaf ook de premier toe. Grof geschat zijn nu ruim 100.000 Nederlanders besmettelijk. Bij ongewijzigd gedrag stijgt het aantal coronapatiënten op de intensive care de komende twee weken weer tot boven de 250, rekende het RIVM de Kamer dinsdag voor. Het aantal opnames van de verpleegafdelingen van ziekenhuizen zal dan stijgen tot 1500.

RIVM-voorman Van Dissel zei dat de pandemie zich momenteel op een kantelpunt bevindt. Ook buiten de Randstad grijpt het virus om zich heen. Het treft inmiddels niet alleen jongeren meer, maar ook kwetsbare bevolkingsgroepen, zoals ouderen. Ook in woonzorgcentra en verpleeghuizen wordt dagelijks weer een tiental nieuwe besmettingen geconstateerd.

Rutte liet doorschemeren dat er eind deze week waarschijnlijk al extra maatregelen van kracht worden in nog eens acht veiligheidsregio’s. Afgaande op het coronadashboard van het ministerie van VWS leek hij daarmee te doelen op Groningen, Flevoland, Gelderland-Midden, Gelderland-Zuid, Gooi- en Vechtstreek, Zaanstreek-Waterland, Brabant-Noord, Midden- en West-Brabant en Brabant-Zuidoost.

Lees voor een actueel overzicht over corona in Nederland ons liveblog.