Tweede Kamer stemt in met extra uitreisverbod

2

De Tweede Kamer ging dinsdagmiddag akkoord met een nieuwe antiterrorismewet; een wet die het uitreizen naar een door terroristen beheerst gebied verbiedt. Vier vragen.

Waar gaat deze wet over?

Om IS-sympathisanten die de afgelopen jaren uitreisden naar Syrië veroordeeld te krijgen, moet hun terroristische intentie op een af andere manier bewezen kunnen worden. Oftewel: duidelijk moet zijn dat ze strafbare voorbereidingshandelingen uitvoerden of zich aansloten bij een terreurorganisatie. Dat bleek soms erg lastig. Daarom wilde het kabinet deze wet als vangnet om te voorkomen dat rechters bij het berechten van nieuwe jihadisten met lege handen staan. Wie straks het verbod negeert om zich in een bepaald gebied te begeven, is eenvoudigweg de klos en wordt bij terugkeer in voorlopige hechtenis genomen.

Maar Nederland heeft toch al een uitreisverbod?

Klopt, iemand kan een bestuursrechtelijk verbod krijgen opgelegd om zich buiten het Schengengebied te begeven, maar dan moet er wel een serieuze verdenking zijn dat diens voorgenomen uitreis de nationale veiligheid in gevaar brengt. Bovendien moet daarvoor per persoon een apart verbod worden uitgevaardigd. De nieuwe wet vereist dat niet.

Strafbaar zijn omdat je ergens bent; dat is wel erg rigoureus.

Op zich wel, maar volkenrechtelijke organisaties zoals de VN en de Europese Unie en het Rode Kruis vallen niet onder deze wet. Vertegenwoordigers van humanitaire hulporganisaties en journalisten kunnen bovendien vooraf toestemming vragen om uit te reizen. Zij hoeven niet aan te tonen welke zwaarwegende belangen zij hebben. De toestemmingsprocedure moet nog in nadere beleidsregels worden uitgewerkt. Helder is al wel dat hulpverleningsorganisaties in één keer toestemming kunnen vragen voor al hun werknemers. Dit wordt op initiatief van de ChristenUnie verankerd in de wet. Voor een poging van D66 en CU om alle humanitaire hulporganisaties die opereren conform het internationale oorlogsrecht en die een financiële band hebben met de Nederlandse Staat niet onder het toestemmingsvereiste te laten vallen, was dinsdag echter geen meerderheid. Wel is de Tweede Kamer het met beide partijen eens dat toestemming voor hulp snel gegeven moet worden; als uitgangspunt binnen een termijn van hooguit 24 uur.

Hoe kan een minister vanuit Den Haag vaststellen of een gebied door terroristen wordt beheerst?

Voor dat aanwijsbesluit is een stevige procedure afgesproken. Zo zal Nederland bij het aanwijzen van een dergelijk gebied nauw optrekken met collega-overheden uit het buitenland. Het ministerie van Justitie doet de voordracht gezamenlijk met Buitenlandse Zaken en legt die vast in een algemene maatregel van bestuur die door heel de ministerraad wordt vastgesteld. Daarna hebben de Tweede en de Eerste Kamer nog de tijd om erop te reageren. Minister Grapperhaus had eerst zes weken in gedachten, maar op aandringen van de SGP is de termijn verkort tot twee weken. Overigens mogen de twee ministeries in uitzonderingsvallen ook samen een nieuw gebied aanwijzen via een spoedregeling, maar die moet dan wel binnen drie maanden alsnog door de hele ministerraad bekrachtigd zijn.