Tumult over verklaring identiteit refoscholen

Vrijheid van onderwijs
Minister Slob voor Basis en Voortgezet Onderwijs legt op het Binnenhof een verklaring af over indentiteitsverklaringen op reformatorische scholen. beeld ANP, Bart Maat

Minister Slob voor Basis- en Voortgezet Onderwijs herzag dinsdag na druk vanuit het kabinet en de publieke opinie zijn visie op identiteitsverklaringen van refoscholen. Wat betekent dat voor ouders en scholen?.

Wat heeft Slob gezegd?

Maandag stelde minister Slob tijdens een debat over burgerschapsvorming dat reformatorische scholen op basis van het Grondwetsartikel over de vrijheid van onderwijs het recht hebben om van ouders een identiteitsverklaring te vragen waarin onder meer staat dat zij een homoseksuele leefwijze afkeuren. Dinsdag verklaarde Slob: „Als een school in zo’n verklaring de seksuele identiteit van leerlingen afwijst, dan is dat een brug te ver.”

Is dat een verschuiving?

Ja, maar de bewindsman houdt nog wel een slag om de arm. „We gaan kijken wat er precies in die verklaringen staat en hoe zich dat verhoudt tot onze wetgeving. Indien nodig passen we de wet aan.” Het afwijzen van ”de seksuele identiteit” is nog wat anders dat het afwijzen van ”een homoseksuele leefwijze”.

Alle reformatorische scholen voor basis- en voortgezet onderwijs die zijn aangesloten bij de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS) hebben sinds 2018 in hun identiteitsverklaring niet meer expliciet staan dat ze een homoseksuele leefwijze afkeuren. De scholen beperken zich tot de positief gestelde uitspraak dat seksualiteit een plaats heeft binnen het huwelijk tussen man en vrouw. Scholen vragen in principe om onderschrijving van die verklaring.

Wat is de kern van de discussie?

Het gaat om de vraag welk Grondwetsartikel voorrang krijgt. Dat over de vrijheid van onderwijs of dat over gelijke behandeling. Formeel is het zo dat er staatsrechtelijk geen hiërarchie bestaat tussen grondrechten. Maar steeds meer poltieke partijen willen artikel 1 over gelijke behandeling voorrang geven boven klassieke vrijheden van godsdienst en onderwijs.

Leidt het herziene standpunt van Slob tot beperking van de onderwijsvrijheid?

Het is nog te vroeg om daar een definitief oordeel over te vellen. Slob gaat de verklaringen nalezen en onderzoeken hoe deze zich verhouden tot de wetgeving. Indien nodig komt hij met wetgeving. En als die wetgeving komt, dan zal zeer waarschijnlijk de onderwijsvrijheid worden ingeperkt.

Was de politiek tevreden met de standpuntherziening van Slob?

Gedeeltelijk. Het was in ieder geval opmerkelijk dat alle partijen die Slob maandag aanvielen, dinsdag nog niet tevreden waren. Zij vinden dat de bewindsman nog meer nadruk had moeten leggen op het feit dat scholen bij de toelating van ouders geen onderschrijving mogen vragen van hun visie op een homoseksuele leefwijze.

De linkse partijen en de VVD zouden het liefst zien dat er helemaal geen onderschrijving van identiteitsverklaringen plaatsvindt. De PvdA komt binnenkort met een wetsvoorstel om het Grondwetsartikel over artikel 23 aan te passen. In het conceptverkiezingsprogramma van de VVD staat dat gelijke behandeling voorrang dient te krijgen boven de onderwijsvrijheid en dat bijzondere scholen geen eigen toelatingsbeleid meer mogen voeren. Ze mogen dan geen onderschrijving van hun uitgangspunten meer vragen, maar alleen respect.

Wat betekent het herziene standpunt van Slob voor reformatorische scholen?

De scholen die om onderschrijving van een identiteitsverklaring vragen, moeten die gaan overleggen aan het ministerie. Waar dat proces toe leidt, is ongewis. Het lijkt erop dat de onrust is ontstaan over de formuleringen uit de identiteitsverklaringen zoals die zijn opgesteld tot 2018.

Wat betekent het voor ouders?

Vooralsnog verandert er niets. Als bijzondere scholen inderdaad onderschrijving van grondslag en schoolregels mogen vragen, dan is wijziging van de Grondwet noodzakelijk, zegt Slob. En dat proces duurt jaren. Daarvoor is ook een tweederdemeerderheid nodig. Maar als er in de Kamer brede consensus bestaat om dit punt via bestaande of nieuwe onderwijswetgeving te regelen, dan kan dat proces snel gaan.