Spaartaks op werkelijk rendement blijkt lastig

Het blijkt lastig om belasting te heffen op bijvoorbeeld spaar- of beleggingstegoeden op basis van het daadwerkelijk behaalde rendement. Het zadelt spaarders en beleggers op met veel papierwerk en kan daarnaast belastingontwijking in de hand werken. Dat schrijft staatssecretaris Menno Snel (Financiën) aan de Tweede Kamer.

In het regeerakkoord was afgesproken dat het kabinet een aanpassing van de zogeheten vermogensrendementsheffing zou gaan uitwerken. Nu wordt nog belasting geheven op basis van een vast rendement, maar met name spaarders komen daar door de zeer lage marktrente al jaren niet meer aan.

Het kabinet wil daar verandering in brengen maar had vooraf wel aangegeven dat een nieuw stelsel niet ten koste mag gaan van onder meer de eenvoud en reikwijdte van de spaartaks. Snel moet nu concluderen dat een heffing op basis van het werkelijk rendement niet haalbaar is zonder op die punten concessies te doen.

De staatssecretaris betrekt de spaartaks daarom in een serie onderzoeken naar mogelijke verbeteringen van het belastingstelsel, waarvan de uitkomsten volgend jaar worden verwacht. Dat betekent dat er tijdens deze kabinetsperiode geen knoop meer over wordt doorgehakt.

Snel laat wel nog voor Prinsjesdag uitzoeken of het mogelijk is mensen met vooral of uitsluitend spaargeld tegemoet te komen. Daarvoor moeten dan wel wat ‘ontsnappingsroutes’ worden afgesloten. Zo zouden mensen hun vermogen vlak voor de peildatum voor de fiscus tijdelijk op een spaarrekening kunnen zetten, terwijl zij de rest van het jaar beleggen tegen een veel hoger rendement.