SGP: veranderd en vitaler dan ooit

100 jaar SGP
Van der Vlies. beeld RD, Henk Visscher
3

Generaties kwamen en gingen, Duitse soldaten bezetten ons land en vertrokken, de welvaartsstaat ontstond. En al die tijd was daar de SGP. Stabiel, standvastig, ja, maar niet onveranderd.

Wat is er in de achterliggende honderd jaar in Nederland, goed beschouwd, níét veranderd? Alles toch eigenlijk? Het landschap, het autoverkeer, het milieu, de mentaliteit, de sociale wetgeving, de welvaart, de kerkelijke meelevendheid. Politieke partijen kwamen en gingen. De SDAP is er niet meer, net zomin als de ARP, de KVP, de Vrijzinnig-Democratische Bond, DS’70 en de Hervormd-Gereformeerde Staatspartij. De SGP daarentegen bleef een eeuw lang bestaan en is aan het Binnenhof zichtbaarder en relevanter dan ooit. Handelsmerk: stabiliteit en koersvastheid.

Toch veranderde er, voor wie wat preciezer kijkt, ook bij de mannenbroeders veel. Drie deskundigen laten over die veranderingen én over de constanten hun licht schijnen: historicus drs. Ton van der Schans, politicoloog dr. Hans Vollaard en oud-SGP-partijleider ir. Bas van der Vlies. Ze doen dat door, onafhankelijk van elkaar, te reageren op een drietal stellingen.

1. De SGP is hard op weg haar meest onderscheidende punten, te weten haar specifieke visie op vrouwen in de politiek en haar theocratische opstelling, te verliezen.

Van der Vlies: „Het meest onderscheidende punt van de SGP ten opzichte van andere politieke partijen is nog altijd ons beginsel: wij willen politiek bedrijven bij een open Bijbel. De SGP is méér dan haar vrouwenstandpunt.

In dat standpunt is inderdaad een zekere ontwikkeling geweest, die ons overigens van buitenaf is opgedrongen. Over een jaar of dertig een vrouw voor de SGP in de Tweede Kamer? Ik heb altijd gezegd dat ik dat niet mee zal maken, maar ik erken dus dat er een ontwikkeling gaande is. Het komt in een stroomversnelling. Er staan meer vrouwen op gemeentelijke kandidatenlijsten. Er wordt binnen de SGP nu eenmaal verschillend over gedacht. Ik hoop in ieder geval dat de partij niet uiteenvalt. We moeten elkaar vasthouden en opzoeken.

Onze oriëntatie was en is de theocratie; niet als regeervorm, maar als regeernorm. We houden onvoorwaardelijk vast aan Bijbelse waarden en normen. De inkleuring is in de loop van de tijd wel veranderd. Het goud van de Schrift moet omgesmeed worden naar de pasmunt van de tijd. Zo ligt er nu het rapport ”Gerechtigheid verhoogt een volk”, dat zich verantwoordt tegenover de huidige tijd ten aanzien van onder meer godsdienstvrijheid. Ik was op de achtergrond betrokken bij de opstelling ervan en ondersteun de uitgezette lijn.

Als het gaat om het mediabeleid is er een duidelijke verschuiving geweest. Eerst kwamen SGP’ers niet op televisie. Maar ik weet nog goed dat op enig moment CU-Kamerlid Van Dijke op televisie stond uit te leggen waarom de SGP tegen vrouwen in de politiek is. Toen dachten we: dat kunnen we dan toch maar beter zelf doen. Daar zijn we naartoe gegroeid.”

Van der Schans: „In de SGP en in haar achterban hebben, vooral de laatste tien, twintig jaar, fundamentele veranderingen plaatsgevonden. In de kern komen die erop neer dat de sterke wereldmijding die onze gezindte vroeger kenmerkte, verdwenen is. In plaats daarvan zien we een enorme toewending naar de wereld. We nemen plaats bij Jinek en bij de grootste showboys van de audiovisuele media, alsof het niets is. En we krijgen van hen nog een aai over de bol ook. En zeg dan niet: „Ook ds. Kersten was maatschappelijk en politiek zeer actief.” Ja, dat was hij wel, maar bij hem was die activiteit haast uitsluitend gericht op belangenbehartiging voor de eigen groep. Die belangenbehartiging vormt bij de huidige generatie SGP’ers nog maar een klein element van hun werkzaamheden. Bij hen gaat het om het landsbelang, om solidariteit met de schepping. De echte antithese is verdwenen. Wij bewegen ons soepeltjes door deze wereld.

Meer concrete veranderingen vloeien uit die nieuwe grondhouding haast automatisch voort. Ik weet nog dat zo’n 25 jaar geleden Van der Vlies een spreekbeurt vervulde voor de SGP-kiesvereniging in Kesteren. Die avond stapte een nicht of achternicht van hem binnen, die haar familielid weleens wilde horen spreken. Consternatie bij de mannenbroeders! Wat moesten ze hier nu mee, een vrouw in hun gelederen? Uiteindelijk was de oplossing –echt waar– dat ze in een aanpalend zaaltje mocht zitten en door een luikje mee mocht kijken en luisteren.

Inmiddels krijgen we te maken met een generatie SGP’ers die het historisch gezien al niet meer kan verklaren waarom hun partij ooit bezwaar maakte tegen participatie van vrouwen in de politiek, laat staan dat zij dit theologisch en politiek kunnen en willen verdedigen.”

Vollaard: „In deze stelling kan ik me prima vinden, behalve in het woordje hard. Zo snel gaat het bij de SGP niet, hoor! De partij heeft, minstens een halve eeuw lang, zeer geïsoleerd gestaan. Toen in de jaren 50 en 60 de welvaartsstaat en de verzorgingsstaat ontstonden, bleef de SGP het hebben over armenzorg waarbij eerst de familie, dan de kerk, en dan pas de overheid in beeld kwam. Dat zag toen geen enkele partij meer zo sterk.

De discussie over de participatie van vrouwen begon al eind jaren 80, begin jaren 90. En dan is er nu, een kwart eeuw later, één vrouwelijk raadslid.

Dezelfde trage ontwikkeling zie ik bij het thema godsdienstvrijheid. Eigenlijk ging men hierover en over de term theocratie pas werkelijk nadenken nadat de kwesties van de bekende drie v’s (tegen het vrouwenkiesrecht, tegen vaccinatiedwang, tegen verzekeringsplicht) of geregeld, of achterhaald waren. Pas toen ging men zich afvragen: Tja, wat bedoelen we nu eigenlijk met ”wel gewetensvrijheid, geen godsdienstvrijheid”? Wat betekent dit eigenlijk in de praktijk?

Ds. Abma verrichtte op dit punt veel denkwerk. En dan ligt er nu, een halve eeuw later, de nota ”Gerechtigheid verhoogt een volk”. Het gaat bij de SGP allemaal heel geleidelijk. Bovendien zie je zowel bij het thema vrouw in de politiek als bij het thema godsdienstvrijheid nog veel tweeslachtigheid; het oude spoor van denken is zeker nog niet helemaal losgelaten.

Al met al vind ik dat de SGP, ondanks de ontwikkelingen die er in die partij plaatsvinden, nog steeds een sterk eigen profiel heeft. Zij onderscheidt zich ook nog altijd duidelijk van de ChristenUnie, namelijk door een wat rechtser geluid en een andere combinatie van standpunten.”

2. De SGP maakt onder Van der Staaij een korte electorale opleving mee, maar heeft in een steeds verder seculariserend en ontzuilend Nederland toch haar beste tijd gehad.

Vollaard: „Sterke groei zit er voor de SGP, zolang zij de SGP blijft, niet in. Maar sterke achteruitgang of uit de Kamer verdwijnen evenmin, althans: zolang er geen kiesdrempel komt. Dat stabiele heeft alles te maken met de sterke band tussen partij en achterban, een band die je op die manier bij geen enkele andere partij meer ziet. Bij de SGP bepaalt wie je bent nog in hoge mate waarop je stemt. Je bent refo en dús stem je SGP, ook al ben je van de standpunten van die partij niet of slechts matig op de hoogte.

Toch worden ook mensen in reformatorische kring steeds individualistischer en autonomer. Een grote uitdaging voor de partij is daarom of ze erin slaagt om kiezers die binnen de gezindte doorstromen naar de linkerflank, of die net buiten die gezindte terechtkomen, vast te houden. Dat is waarschijnlijk nodig om electoraal op peil te blijven. Maar een aangepaste koers levert intern natuurlijk de nodige spanning op.”

Van der Vlies: „Voor een integere, Bijbels gewortelde boodschap is gelukkig nog belangstelling onder jong en oud. Het aantal SGP-stemmers neemt gestaag toe en de betrokkenheid van jongeren is groot. Daar ben ik dankbaar voor. Er is geen politieke partij die op een vrije zaterdag zo’n duizend jongeren bij elkaar weet te krijgen om bezig te zijn met politieke thema’s.

Maar we moeten onszelf niet rijk rekenen. De SGP blijft een kleine partij, al zit er nog wel enige groeipotentie in. Ik hoor dat hier en daar ook mensen die niet kerkelijk zijn, de partij steunen. Op termijn behoort een vierde zetel in de Tweede Kamer tot de mogelijkheden, zo schat ik in.

Daarin speelt zeker mee dat Kees van der Staaij het goed doet. Hij laat zich niet van de wijs brengen en durft in het hol van de leeuw een tegengeluid te laten horen. Zie zijn optredens bij diverse praatprogramma’s. Hij kiest eigentijdse vormen, maar houdt wel de kern van het SGP-gedachtegoed vast.

Ook qua ledenaantal is er nog een lichte groei bij de SGP, maar de vanzelfsprekendheid waarmee de jonge generatie lid wordt, neemt af. Op andere terreinen zie je dat ook gebeuren, denk aan het reformatorisch onderwijs, het Reformatorisch Dagblad en ‘onze’ zorginstellingen. Daar heb ik zorgen over.”

Van der Schans: „Ten diepste zit er geen groeipotentie in deze partij. Toegegeven, in absolute aantallen gerekend behaalde de SGP bij de laatste Kamerverkiezingen het hoogste aantal stemmen ooit. En toch is de groei ook weer bescheiden. Een grote doorbraak vindt niet plaats en zal niet plaatsvinden, ondanks een meer hippe verschijning en een uitgekookte mediastrategie.

Dat komt doordat wat er aan kiezers te winnen zou zijn, in Nederland al elders is ondergebracht. Het cultuurchristendom en de evangelischen hebben in politiek opzicht al hun eigen gestalte. En wat nog belangrijker is: bij veel zaken die de SGP voorstaat, neem huwelijkstrouw, heeft de gemiddelde Nederlander op zijn best ambivalente gevoelens. Zo van: „Ja, trouw zijn is eigenlijk het mooiste. Maar dat ík het in mijn leven niet gered heb, dát is begrijpelijk. En niemand heeft het recht over mij te zedenmeesteren.” De liberale reflexen zitten bij ons volk heel diep.”

3. Hoewel de reformatorische zuil erodeert, is de politieke component ervan, de SGP, springlevend.

Van der Schans: „Over de reformatorische zuil ben ik in zekere zin wel, maar in zekere zin ook niet somber. Inderdaad, met ons mobieltje op zak hebben we de wereld in huis gehaald. Maar als ik dan het RD opensla en een foto zie van een paar honderd hersteld hervormde jongeren die een uur lang luisteren naar een betoog over de doop, denk ik: Wat prachtig toch. En ook wonderlijk. We zijn als gereformeerde gezindte in de samenleving nog altijd een anomalie. Zelfs sterker dan ooit, aangezien de schil van het cultuurchristendom is weggevallen. Maar we zíjn er nog wel.

Een van de signalen van de vitaliteit van de kring is het opleven van de SGP. Die is veranderd van de partij van de drie v’s naar één grote pro-beweging: voor het leven, voor het huwelijk, voor defensie, voor ouderen. En we benadrukken niet meer zozeer wat verboden is, maar wat goed is voor ons allemaal.

Dat laatste heeft trouwens nog een heel interessant gevolg. Want als politici en bestuurders zozeer benadrukken dat iets écht goed is, voor jou en voor mij, komt meer dan vroeger de vraag op ons af: „Ervaren jullie dit dan inderdaad zelf op die manier?” Dat leidt als het goed is tot verdieping van de eigen standpunten.”

Vollaard: „Voor de bevindelijk gereformeerde zuil is de SGP altijd belangrijk geweest. Zij functioneerde als een voorpost, als een bemiddelaar en als een soort van ambassade. Voor een deel heeft de SGP de groep, de gereformeerde gezindte, ook gemáákt.

Opmerkelijk is het, vind ik, dat nu juist in een tijd waarin er voor de specifieke standpunten van de SGP, denk aan homohuwelijk, abortus en euthanasie, minder ruimte is dan ooit, de partij –en met name de Tweede Kamerfractie– politiek gezien relevanter is dan ooit.

Tegelijk roept dat wel vragen op. In het boek over de SGP dat ik samen met historicus Gerrit Voerman heb geredigeerd en dat dezer dagen verschijnt, onderscheiden we in de partijgeschiedenis drie perioden. De eerste is de periode van het oordeel, de tijd van ds. Kersten en ds. Zandt. Daarna komt de periode van de genade, zeg maar de tijd van ds. Abma. En ten slotte komt, te beginnen met ir. Van Rossum, het tijdperk van de toepassing. Partijvertegenwoordigers waren vanaf toen minder gericht op getuigen en theoretiseerden minder, maar staken vooral de handen uit de mouwen. Moderne SGP-politici hebben zichtbaar plezier in politiek bedrijven, stralen zelfbewustzijn en zelfs een bepaalde gretigheid uit.

Maar juist dan rijst de vraag: Waarom zijn jullie er eigenlijk nog? Raken jullie het hemelse vaderland als doel niet steeds meer kwijt? Dat zijn zeker vragen die nu en in de toekomst steeds meer op de partij afkomen.”

Van der Vlies: „De manier van politiek bedrijven door de huidige SGP’ers blijkt aan te slaan, vooral onder jongeren. Ja, we zijn meer pro geworden, maar dat hoeft inhoudelijk geen breuk te betekenen. Wie voor huwelijkstrouw is, verzet zich tegen vreemdgaan en tegen echtscheiding. Wie voor het leven is, is tegen abortus en tegen euthanasie.

De vraag hoe de erosie in eigen kring tegen te gaan, is een lastige. Dat raakt ook het kerkelijk leven. De bolwerken van de Gereformeerde Bond zie je afkalven. Maar het is ook breder. Dat vind ik aangrijpend. Hoe dat te keren? Echtheid en rechtheid zijn dan trefwoorden die bij mij naar boven komen. Als er vanuit een authentiek profiel en een authentiek getuigen een voorleven is van een leven met de Heere, dan bindt dat. Dat overtuigt mensen, ook jongeren.

Ik denk dat we veel kunnen leren van het vroege christendom. De werfkracht van de christelijke gemeente was de onkreukbaarheid, de integriteit, de offerzin en de dienstvaardigheid. Als er pest uitbrak, gingen christenen niet op de loop zoals alle anderen, maar bleven de helpende hand reiken. Omstanders zagen dat christenen een geheim hadden en dat ze zegen ontvingen. Die werfkracht zijn we tegenwoordig kwijt. Zou er niet opnieuw een getuigenis van ons uitgaan als we meer van die daadkracht zouden bezitten?”