Senaat akkoord met nieuwe donorwet

Maandoverzicht februari 2018
D66-Kamerlid Dijkstra (l.) en minister Bruins van Medische Zorg en Sport dinsdag bij aanvang van de stemming in de Eerste Kamer over haar initiatiefvoorstel om een actief donorregistratiesysteem in te voeren. Het voorstel werd aangenomen met 38 tegen 36 stemmen. beeld Olaf Kraak

Een krappe meerderheid van 38 senatoren heeft dinsdag ja gezegd tegen de donorwet van D66.

De wet, die in 2020 in werking treedt, maakt het uitnemen van organen al mogelijk bij een stilzwijgende, impliciete toestemming die nooit expliciet is bekrachtigd.

In de Eerste Kamer stemden dinsdag 36 leden tegen. Zes van de twaalf Senaatsfracties waren intern verdeeld over het onderwerp. In de VVD stemden 6 senatoren voor en 7 tegen; bij het CDA was de stemverhouding 4 tegen, 8 voor en bij GroenLinks 1 tegen en 3 voor. Bij de PvdA stemden 5 leden voor en 3 tegen. Van de tweekoppige 50PLUS-fractie bleek de ene senator tegen de wet te zijn en de andere ervoor. SP-senator Gerkens stond tot het laatst in dubio of zij de lijn van haar fractie, die voor het wetsvoorstel was, kon volgen. Uiteindelijk besloot ze dinsdag thuis te blijven, omdat ze er niet in slaagde een knoop door te hakken.

D66 en de eenmansfractie van OSF stemden voor. De PVV, ChristenUnie, Partij voor de Dieren en SGP waren unaniem tegen.

D66-Tweede Kamerlid Dijkstra maakte de wet aanhangig, in de veronderstelling dat er daardoor meer orgaandonoren beschikbaar komen. Achtergrond van die gedachte is dat momenteel slechts 40 procent van de bevolking een keuze omtrent orgaandonatie heeft kenbaar gemaakt, terwijl uit tal van enquêtes blijkt dat ruim 60 procent in principe bereid is om donor te zijn. Dijkstra ging daardoor op zoek naar een registratiesysteem dat beter aansluit bij „de preferenties” van burgers. Wie ook na herhaald aandringen geen keus laat vastleggen in het registratiesysteem wordt straks impliciet geacht donor te willen zijn.

Tegenstanders van de wet vinden het nieuwe systeem een te vergaande inbreuk op het grondwettelijk recht op onaantastbaarheid van het menselijk lichaam. „Dat recht is een afweerrecht dat de burger moet vrijwaren van een ongewenste invloed van de staat in iemands privédomein”, zei CU-senator Kuiper tijdens de wetsbehandeling. Het kan volgens hem niet zo zijn dat een burger die om wat voor reden dan ook niet reageert op een aanschrijving dat afweerrecht verspeelt.

Een ander bezwaar van de tegenstanders is dat niet reageren in het nieuwe systeem te gemakkelijk wordt gelijkgeschakeld aan impliciet toestemming geven. Zij wijzen erop dat het mensen met een beperkt denk- en doevermogen waarschijnlijk veel moeite zal kosten om hun keus te bepalen. Niet kiezen is bovendien ook een recht, benadrukten zij in het debat.

De voorstanders hebben er voldoende vertrouwen in dat het de regering in een intensieve voorlichtingscampagne op maat zal lukken de consequenties van de nieuwe wet aan alle burgers uit te leggen. Dat de overheid het burgers min of meer oplegt een keus kenbaar te maken, vinden zij gerechtvaardigd, gelet op de belangen van de patiënten die op een donororgaan wachten. Momenteel zijn dat er in Nederland zo’n 1150. Jaarlijks overlijden er ongeveer 150 patiënten terwijl ze op de wachtlijst staan.

Directeur H. Bart van de Nierpatiënten Vereniging Nederland (NVN) zei dinsdag ongelooflijk blij te zijn. „We kunnen nu gaan bouwen aan draagvlak en vertrouwen”, aldus Bart.

Mensen zullen gaan beseffen dat het belangrijk is hun keuze vast te leggen, verwacht de NVN-directeur. „Elke registratie telt, of die nou positief is of negatief of dat je het aan de nabestaanden laat”, stelt Bart

Directeur B. Haase van de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS) vindt dat de politiek een weloverwogen besluit heeft genomen. „Het is fijn dat er nu eindelijk duidelijkheid is. Dit besluit van de Senaat is een opsteker voor iedereen die hard gewerkt heeft voor de wet.”

Haase noemt het een absolute voorwaarde dat iedereen goed wordt voorgelicht over de praktische consequenties van de wetsverandering. „Dan gaat het om vragen zoals: Wanneer gaat de wet in, wat gebeurt er in de tussentijd en wat betekent het als je niet zelf actief je keuze vastlegt?”

Volgens woordvoerder V. Böhre van Stichting Privacy First is de wet juist behoorlijk in strijd met het recht op privacy en op lichamelijke integriteit. Hij noemt het onverstandig „om zo’n ingrijpende wet, waarover zo veel verdeeldheid is en waarvoor zo weinig draagvlak is, met zo’n kleine meerderheid aan te nemen.”