Segers (CU): Overheid heeft op zondagsschool niets te zoeken

Segers, beeld ANP, Sem van der Wal.

De overheid moet salafistische weekendscholen, wanneer daar geweld wordt gepredikt, kunnen aanpakken. Maar dat betekent niet dat ook zondagscholen onder vuur komen te liggen, stelt CU-leider Segers.

Politieke partijen reageerden verontrust toen begin deze week uit onderzoek door NRC en Nieuwsuur bleek wat op salafistische weekendscholen aan kinderen wordt geleerd. Bijvoorbeeld dat homoseksuelen, overspeligen en afvalligen de doodstraf behoren te krijgen. Regeringspartijen VVD en CU suggereerden dat de onderwijsinspectie dan voortaan maar in de gaten moet houden wat er op die weekendscholen gebeurt.

Zo eenvoudig is dat niet, omdat de inspectie niets te zeggen heeft over onderwijs dat buiten de reguliere scholen plaatsvindt.

Dan de wet maar veranderen?

„Zover ben ik nog niet. Het kan zijn dat we de onderwijsinspectie meer bevoegdheid moeten geven. Maar ik wil ook andere routes onderzoeken, zoals via Jeugdzorg of via de wijkagent. Die daar dan ook voor moeten worden toegerust.

Hoe dan ook vind ik dat het kabinet hiermee aan de slag moet, want we kunnen ons er niet bij neerleggen dat deze dingen op zulke scholen onderwezen worden.”

Komt bij strenger beleid niet óók de zondagschool of catechisatieles onder vuur te liggen?

„Ik wil geen algemene opdracht aan de inspectie of de Jeugdzorg om zomaar binnen te stappen bij de scouting of een kerkelijke jeugdclub. Zelf heb ik één keer in de maand op zondagmiddag een groep van zo’n twintig jongeren over de vloer om met hen te spreken over de belangrijke dingen van het leven. Ik zou beslist niet willen dat een overheidsinstantie de bevoegdheid kreeg om daar standaard mee te kijken.”

Welke garanties zijn er dan dat, áls de inspectie meer bevoegdheden krijgt, deze zich niet richt op bijvoorbeeld jeugdclubs?

„Voordat een instantie kan ingrijpen, zullen er eerst sterke signalen moeten zijn dat er ergens iets mis is. We leven per slot van rekening in een vrij land. Maar als we duidelijke aanwijzingen hebben dat ergens jongeren worden aangezet tot haat en tot radicalisering, en als zij worden opgezet tegen onze samenleving, dan moeten we iets kunnen doen. De politiek mag dit niet laten gebeuren. Daarom wil ik bovendien dat het kabinet meer haast maakt met het wetsvoorstel om buitenlandse financiering van moskeeën aan banden te leggen.”