Scholieren nemen ministers onder vuur tijdens Nationaal Jeugddebat

Minister Wiebes in gesprek met scholieren. beeld ANP, Robin van Lonkhuijsen

Veel gelach en weinig grijze pakken maandag in de Tweede Kamer tijdens het Nationaal Jeugddebat.

Klappen, juichen en filmen. Het gebeurde allemaal maandag in de Tweede Kamer. In de plenaire zaal gelden strenge regels: applaudisseren is verboden, het publiek mag geen geluid maken en filmen of foto’s maken is hier al helemaal niet toegestaan. Tijdens de 24e editie van het Nationaal Jeugddebat mocht het allemaal wel.

In speciale voorrondes werden 111 jongeren in de leeftijd van twaalf tot achttien jaar geselecteerd om in discussie te gaan met ministers en Kamerleden. Zij vormden vier fracties: Blauw, Geel, Groen en Rood.

Moeilijk

Misschien best een idee om ook in de Tweede Kamer door te voeren, vindt minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid). „Normaal gesproken zitten hier dertien partijen, nu maar vier. Dat is best overzichtelijk.” De Jonge opent het debat met een korte speech en roept de jongeren op om het de Kamerleden en ministers zo moeilijk mogelijk te maken.

„Wie heeft er hier weleens gelijk?”, wil de minister weten. Bijna alle jongeren steken hun hand op. „En wie heeft er eigenlijk altijd gelijk?” Een twintigtal jeugdige debaters is daarvan overtuigd. „Het moeilijke hier is dat gelijk hebben niet hetzelfde is als gelijk krijgen”, leert De Jonge zijn toehoorders. „Ik heb ook meestal gelijk, vraag maar na bij de voorzitter.”

Die voorzitter, dat is maandag Tweede Kamerlid Ockje Tellegen (VVD). Zij krijgt de eer om de jongeren Haagse mores bij te brengen: „Als iemand vindt dat minister De Jonge onzin staat te verkopen, dan moet je dat via de voorzitter zeggen. Dat maakt het wat minder direct. Minister De Jonge, u verkoopt onzin, moet dus zijn: mevrouw de voorzitter, minister De Jonge verkoopt onzin.”

Mesjes

Een van de gespreksonderwerpen is het klimaat. „Waarom wordt er zoveel plastic gebruikt?”, wil Fractie Blauw van minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat) weten. „Ik ben het helemaal met jullie eens dat we best kunnen minderen”, antwoord Wiebes. Hij zwaait met een pak scheermesjes, ingepakt in een plastic verpakking. „Deze scheermesjes gebruik ik niet meer, want ik krijg de verpakking niet open. Zoveel plastic zit eromheen.” Uit de Kamerbankjes klinkt luid gejuich.

Ouders

Een ander thema is de rol van jongeren in de democratie. Fractie Rood gaat in discussie met Kamerleden Rens Raemakers (D66) en Lisa Westerveld (GroenLinks) over een jongerenparlement. De jongeren pleiten voor een parlement met leden tussen de twaalf en achttien jaar. „Waarom pas vanaf deze leeftijd?”, vraagt Westerveld aan de jongeren. „Kinderen onder de twaalf jaar zijn nog teveel gevormd door hun ouders. Wij hebben al een eigen mening”, denkt een 15-jarige scholier uit Fractie Rood.

Een ander idee van de scholierenfractie is om jongeren te laten meestemmen bij bepaalde voorstellen. „Moeten die leerlingen daar een dag vrij voor krijgen?”, vraagt Raemakers aan zijn jeugdige tegenstanders. „Jongeren moeten niet naar de stembus, maar de stembus naar de jongeren”, meent iemand. „Eén bus moet door het hele land rijden om onze stem op te halen.” Met die opmerking weet Raemakers wel raad: „Dat lijkt me heel slecht voor het klimaat.”