Schippers: Vroege abortus kan via huisarts

beeld ANP, Ed Oudenaarden

Minister Schippers (Volksgezondheid) blijft er bij dat huisartsen in de toekomst op een verantwoorde manier vroege abortussen kunnen uitvoeren.

Haar wetsvoorstel om deze taakuitbreiding mogelijk te maken, wordt juist ernstig ontraden door de Raad van State, die donderdag haar advies aan de minister openbaar maakte. In het stuk schrijft de raad dat de door Schippers aangevoerde argumenten „ontoereikend” zijn. Ook stelt het adviesorgaan dat de minister er goed aan doet te wachten op de komende evaluatie van de abortuswet, die dit voorjaar in gang wordt gezet.

Volgens Schippers is dat niet nodig en kan de Tweede Kamer zich in de loop van dit jaar gaan buigen over het wetsvoorstel.

Schippers wetsvoorstel gaat over de zogeheten medicamenteuze abortus, oftewel de zwangerschapsafbreking via een abortuspil. Tot welke zwangerschapstermijn huisartsen deze uiterlijk mogen geven, houdt de minister nog open. In de tot nu toe openbaar gemaakte stukken worden twee termijnen genoemd: tot uiterlijk zes weken en twee dagen, en tot negen weken. Schippers wil het besluit daarover later nemen. Een en ander is mede afhankelijk van de mate waarin artsen het eens zijn over de werkingsduur van de pil.

ANP-33574313Raad van State: Geen abortuspil bij huisartsen

In de huidige abortuswet staat dat alleen abortusklinieken en ziekenhuizen met een vergunning zwangerschappen mogen beëindigen. De Raad van State vraagt zich af waarom de huisarts daar nog aan toe moet worden gevoegd. Huisartsen die de abortuspil willen gaan verstrekken, moet daar eerst een vergunning voor aanvragen. Deze wordt pas afgegeven wanneer zij een speciale vervolgcursus hebben doorlopen, én wanneer zij rond vroege abortussen samenwerkingsafspraken met een ziekenhuis of abortuskliniek hebben gemaakt.

Aannemelijk is volgens de Raad van State dat slechts „een zeer beperkt” aantal huisartsen zo’n vergunning wil aanvragen. In 2014 vroegen 10.200 vrouwen om een overtijdbehandeling, terwijl in Nederland zo’n 11.000 huisartsen werken. Het aantal verzoeken per huisarts is daardoor gemiddeld genomen beperkt, aldus de raad.

Één van Schippers argumenten is dat huisartsen zich door het wetsvoorstel straks intensiever kunnen bemoeien met de zorgverlening aan ongewenst zwangere vrouwen. Als huisartsen de abortuspil mogen voorschrijven zijn ze beter in staat hun rol in de anticonceptiezorg „in zijn totaliteit” te vervullen, aldus Schippers. Ook kunnen ze vrouwen voor hulp in contact brengen met maatschappelijke organisaties en andere opvangmogelijkheden.

De raad stelt daar tegenover dat huisartsen, ook in het nazorgtraject, nu al een adviserende en begeleidende rol hebben. Dat de vrouw zich voor de uiteindelijke ingreep tot een andere arts moet wenden en daar opnieuw een gesprek moet voeren over haar motieven zal de zorgvuldigheid van de besluitvorming alleen maar ten goede komen, aldus de raad.

Naar aanleiding van het raadsadvies heeft Schippers duidelijk gemaakt dat ook voor de vroege, medicamenteuze abortus straks een beraadtermijn geldt. Het betreft overigens een flexibele termijn die niet minimaal vijf dagen hoeft te duren. Uit cijfers blijkt dat momenteel rond 62 procent van de overtijdbehandelingen een termijn in acht wordt genomen van minstens een dag. Een op de negen keer duurt deze zelfs meer dan tien dagen. Wat Schippers betreft, verandert haar voorstel niets aan de huidige praktijk.

Huisartsen hoeven straks voor de abortuspil geen eigen bijdrage te heffen bij vrouwen, aldus Schippers. Als het parlement de wet goedkeurt, zal ook de vroege zwangerschapsafbreking bij de huisarts volledig uit subsidies worden gefinancierd.