Rutte: kabinet koersvast in bestrijden crisis

beeld ANP, Bart Maat

Het kabinet is geen moment van gedachten veranderd over de bestrijding van het coronavirus. Dat beklemtoonde premier Rutte woensdagavond in een debat met de Tweede Kamer.

Dinsdag presenteerde zorgminister De Jonge een ingenieus ogend dashbord; een set van meetinstrumenten waarmee eventuele nieuwe virusuitbraken zo goed mogelijk kunnen worden voorspeld en opgemerkt. „We moeten het vuurtje meteen kunnen uittrappen, zodra het ergens weer oplaait”, zei hij daarbij.

Ook zei de vicepremier dat de GGD’en zowel het testbeleid als het zogeheten bron- en contactonderzoek gaan intensiveren.

Diverse oppositiepartijen leidden daaruit af dat de inzet van het kabinet is verschoven van ”pas in actie komen als de zorgcapaciteit zijn grenzen begint te benaderen” naar ”hoe dan ook in actie komen”. Rutte weersprak dat. Het maximaal controleren van de virusuitbraak en het beschermen van de kwetsbaren in de samenleving zijn volgens hem vanaf het begin voor het kabinet de leidende doelstellingen geweest.

Nieuw in het testbeleid is dat iedereen met verdachte klachten zich vanaf juni zonder tussenkomst moet kunnen laten testen in speciale GGD-teststraten. Wie positief is getest moet, evenals zijn huisgenoten en overige nauwe contacten, veertien dagen in quarantaine. De GGD’en gaan die contacten intensief opsporen en telefonisch benaderen. Ook bieden zij tijdens de quarantaine telefonische begeleiding.

Volgens sommige Kamerleden is ook dat een ommezwaai. Zij haalden een uitspraak aan van directeur publieke gezondheid Sjaak de Gouw die recent in de media zei dat niemand hem de meerwaarde van een intensief contact- en brononderzoek had kunnen uitleggen.

Tijdens een briefing, dinsdagochtend, verduidelijkte De Gouw echter dat hij die uitspraak deed tijdens de lockdown, nadat de scholen en de horeca op slot waren gegaan en iedereen werd opgeroepen zoveel mogelijk thuis te werken. Nu de maatregelen worden versoepeld om de economie weer op gang te helpen is er volgens hem een wezenlijk andere situatie ontstaan.

De Gouw gaat er vanuit dat het de GGD zal lukken om voldoende personeel te werven voor het bron- en contactonderzoek. Het RIVM schat in dat daar 800 fte voor nodig is. Daarvan zijn er al 670 geworven.

De fracties van PVV, FVD en Van Haga richtten hun pijlen vooral op de anderhalvemetersamenleving die in hun ogen onnodig het nieuwe normaal dreigt te worden. „Dat criterium is vooral binnenshuis van belang”, zei Wilders. Twijfelachtig is volgens hem of het zin heeft die afstandseis ook in de buitenlucht te verplichten. Horeca-ondernemers kunnen volgens de drie op Hemelvaartsdag al veilig de deuren weer openen, maar alleen de fractie Krol/Van Kooten Arissen sloot zich daarbij aan.

Voor het debat presenteerde minister Koolmees (Sociale Zaken) een tweede looncompensatieregeling (officieel: Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid, NOW) die ten opzichte van de eerste geen ontslagboete meer kent. Een bedrijf dat staatssteun ontvangt moet niet langer 150 procent van de ontvangen subsidie per ontslagen werknemer terugbetalen, maar 100 procent. Een aanzienlijk deel van de oppositie, PvdA, SP en GroenLinks voorop, dreigen om die reden tegen het steunpakket te stemmen. Het echte debat over de regeling is volgende week donderdag, maar ook woensdag werden de stellingen al volop betrokken. Rutte suste nog wel dat het schrappen van de ontslagboete „niet in beton is gegoten.”

Woensdag was ook de dag waarop de ChristenUnie de regering met klem verzocht om actief met de kerken in gesprek te gaan over het opschalen van de erediensten per 1 juli. Volgens premier Rutte is de bereidheid daartoe zeker aanwezig. Hij verwees naar minister van Eredienst Ferd Grapperhaus die daarover met de kerken om tafel zal gaan. De gesprekken moeten onder meer duidelijk maken of kerken met een grote kerkzaal en veel gemeenteleden flexibeler mogen omgaan met het maximumaantal van honderd bezoekers.

Segers’ belegde zijn oproep in een motie, waar de Kamer dinsdag over stemt.

Eerder op de dag, namelijk tijdens een technische briefing, zei chef infectieziektenbestrijding Van Dissel van het RIVM dat deskundigen werken aan een onderzoek over de risico’s van zingen. „We gaan met collega’s in andere landen bespreken en onderzoeken of zingen, het spelen op blaasinstrumenten en airconditioning in gesloten ruimtes bijdragen aan de verspreiding van het virus. Maar het is nu te vroeg om daar al conclusies over te trekken”, zo liet hij de Kamer weten.