Rouvoet: Aan combi zonder D66 is tijdens formatie even gedacht

Rouvoet en Segers, beeld ANP, Jeroen Jumelet.

Wat heeft de ChristenUnie eigenlijk binnengehaald tijdens de langste formatie ooit? „In een totale freefight over de portefeuilles dolf de partij het onderspit.”

Simpel gezegd gaat het bij kabinetsformaties altijd over vier p’s: eerst moeten er partijen gevonden worden die met elkaar willen onderhandelen, dan moet er een programma geschreven worden, vervolgens moeten de portefeuilles verdeeld worden en ten slotte moeten personen aangezocht worden.

Ten aanzien van de eerste twee p’s heeft de ChristenUnie het de achterliggende maanden goed gedaan, oordeelden maandag diverse aanwezigen op een door het Montesquieu Instituut belegd actualiteitendebat. NRC-journaliste Van Outeren: „De ChristenUnie heeft een stempel gedrukt op het regeerakkoord. Wat er is afgesproken over ontwikkelingssamenwerking zou zonder haar nooit zo opgeschreven zijn. En zó’n rem op medisch-ethische ontwikkelingen kon alleen maar tot stand komen door de inbreng van Segers en Schouten.

Ook ten aanzien van de vierde p, de personen, mag de ChristenUnie niet klagen. Oud-minister Rouvoet, met een knipoog: „Nu al is duidelijk dat Schouten de beste minister van Sociale Zaken is die Nederland nooit gehad heeft.”

Derde garnituur

Alleen op de p van portefeuilles scoorde de partij slecht, vinden veel aanwezigen. Een minister van Landbouw? De tweede man op OCW? Een staatssecretariaat op VWS? Ze worden gezien als posten van de tweede of derde garnituur. Van Outeren: „De portefeuilleverdeling in Rutte III is in een totale freefight geëindigd, waarin de ChristenUnie het onderspit dolf. De partij heeft het afgelegd tegen het nummerieke overwicht én de grote ego’s van de andere drie.”

Bij die analyse plaatst oud-minister Van Eekelen een kanttekening. De 86-jarige oud-minister: „Dat van die ministersposten wordt zwaar overschat. Wie maakte in Rutte II nu werkelijk het verschil? Behalve de premier alleen Dijsselbloem! Vergeet niet: het gaat in de politiek haast altijd om kabinétsbeleid.”

Daarbij komt dat de ChristenUnie binnen het kwartet nu eenmaal verreweg de kleinste was. Rekenkundig gezien had de partij slechts recht op 0,9 ministerspost. GroenLinks-Kamerlid Van Ojik: „Ik zie het zo: zowel ten aanzien van de portefeuilleverdeling als ten aanzien van het regeerakkoord hebben de drie partijen van het motorblok voor zichzelf het onderste uit de kan gehaald. Maar dat doende hebben ze er steeds voor gezorgd dat de ChristenUnie nét niet wegliep.”

GroenLinks verliet de onderhandelingstafel wél. Van Ojik: „Maar niet omdat we eigenlijk sowieso niet wilden regeren. Mensen die bij voorbaat niets in deze combinateie zagen, kwam ik in mijn partij niet tegen. Echt niet.”

Zonder D66

Voor de ChristenUnie waren er tijdens het formatieproces diverse spannende en kritieke momenten, vooral door tegenstellingen op ethisch gebied met D66. Rouvoet: „Er is zelfs even gedacht aan een combinatie van VVD en CDA zónder D66, maar dan met GroenLinks, ChristenUnie én PvdA: samen tachtig zetels. Maar die combinatie is uiteindelijk niet beproefd.”