RIVM: geen besmettingsrisico voor omgeving nertsenbedrijven

De kans is klein dat de uitbraken van het nieuwe coronavirus op een aantal Brabantse nertsenfokkerijen tot nieuwe besmettingen leiden buiten die bedrijven. Tot dusver zijn daar in ieder geval geen aanwijzingen voor, zeggen deskundigen van het RIVM en de Universiteit Utrecht.

In lucht- en stofmonsters die bij besmette bedrijven zijn genomen, is het coronavirus niet aangetroffen. Evenmin zijn er in de omgeving besmettingen van mensen gevonden met een virus dat genetisch te herleiden is naar dat bij de nertsenhouderijen.

Op twee bedrijven zijn wel medewerkers vrijwel zeker aangestoken door dieren. „Dat is toch wel uniek”, zegt RIVM-directeur Jaap van Dissel in een uitlegsessie voor Tweede Kamerleden. Het zijn volgens hem wereldwijd „de eerste gedocumenteerde infecties van dier op mens”.

Maar de mensen die op die manier besmet zijn geraakt, hadden intensief contact met de dieren. Dat gebeurde nog voordat bekend werd dat er nertsen ziek waren en het gebruik van beschermende middelen werd geadviseerd. Het virus was overigens hoogstwaarschijnlijk eerder door mensen overgebracht op nertsen.

De Utrechtse hoogleraar diergeneeskunde Arjan Stegeman benadrukt dat nertsenhouderijen sinds eind april de eerste infecties werden geconstateerd, nauwlettend in de gaten worden gehouden. Bij alle bedrijven wordt inmiddels onderzocht of daar besmettingen zijn. Op die manier wordt de uitbraak onder controle gehouden.

Voor de nertsenhouderijen was het einde al langer in zicht. Uiterlijk in 2024 moeten zij allemaal de deuren sluiten. De linkse oppositie vindt de huidige crisis aanleiding genoeg om dat moment naar voren te halen, omdat de volksgezondheid in het geding zou zijn.

Dieren spelen volgens Stegeman evenwel een verwaarloosbare rol bij de verspreiding van corona bij mensen. „Het virus heeft dieren niet nodig omdat de besmetting efficiënt van mens op mens overgaat.” Wel moet worden voorkomen dat dieren een „reservoir” vormen waarin het virus kan blijven voortbestaan.

Eind deze week hoopt Stegeman duidelijkheid te hebben of het virus op drie van de vier getroffen Brabantse bedrijven binnen enkele weken uitdooft of niet. Dan zal helder worden of de pups die de afgelopen weken zijn geboren ook besmet zijn.

Als het virus ook onder pups gaat circuleren „dan kun je op die bedrijven makkelijk een tweede golf krijgen”, zegt Stegeman. Dat zou dan wel tot oktober of november kunnen duren. „Vanuit volksgezondheidsoogpunt denk ik dat dat een onwenselijke situatie is.”