„Referenderen moet je leren”

beeld iStock
3

De nieuwe regering draait het raadgevend referendum de nek om. Maar daarmee is de discussie over volksraadplegingen niet beëindigd. D66 gaat weer proberen een bindend referendum in te voeren. De kans dat het lukt, is klein. Maar zeg nooit nooit in de politiek. „Referenderen kun je leren.”

De huidige regering wil af van het raadgevend referendum. Dat spraken VVD, CDA, D66 en ChristenUnie af in het regeerakkoord, dat ze in oktober presenteerden. Het referendum heeft „niet gebracht wat ervan werd verwacht.” Het kabinet wil „pas op de plaats maken” en daarom de Wet raadgevend referendum intrekken.

De regering laat geen gras over het voornemen groeien. Vorige week vrijdag ging het kabinet op voorstel van minister Ollongren (D66) van Binnenlandse Zaken reeds akkoord met de intrekkingswet.

Furieus. Zo reageerden PVV, SP en Forum voor Democratie op het voornemen om de wet af te schaffen. Ze vinden dat de Haagse elite de bevolking een klap in het gezicht geeft. Volgens SP-Kamerlid Van Raak krijgt Nederland trekjes van „een dictatuur.” Dat uitgerekend een minister van D66-huize met dit voorstel komt, noemt hij „verbijsterend.” D66 was altijd de grote voortrekker van de invoering van referenda.

De vraag die zich direct opdringt, is of deze intrekkingswet zelf ook voor een volksraadpleging in aanmerking kan komen. Dat is niet het geval. Die weg snijdt het kabinet af. Volgens Ollongren valt het „niet goed uit te leggen” dat er een raadgevend referendum komt over een wet waarin juist staat dat datzelfde referendum verdwijnt: „De spelregels gelden zolang die wet er is; daarna niet meer.”

Dat het volk zich niet mag uitspreken over de afschaffing van de referendumwet, vindt Van Raak onbegrijpelijk. Hij spreekt van „DDR-achtige toestanden”, „een coup” en „een middelvinger naar de Nederlandse bevolking.”

Ook het Forum voor Democratie legt zich hier niet bij neer. Baudet en consorten zijn stellig van plan om toch handtekeningen te verzamelen om de wet die het raadplegend referendum afschaft juist wel aan een volksraadpleging te onderwerpen. De partij verzamelt via de website alvast mailadressen van mensen die straks willen tekenen.

Gekozen burgemeester

Koen van der Krieken, docent en onderzoeker aan de Tilburg University, is het eens met de constatering van de coalitiepartijen dat de huidige wet niet perfect is. „De regels waaraan voldaan moet worden, waaronder de opkomstdrempel, verdienen aanscherping. Dan kun je twee dingen doen: de wet intrekken of deze verbeteren. CDA en VVD zijn al sinds mensenheugenis tegen referenda en ook de ChristenUnie staat er niet bij de juichen. Dan is zo’n intrekkingsbesluit niet zo moeilijk. Persoonlijk zou ik kiezen voor verbetering van de wet.”

Ook voor D66 is afschaffing van de huidige wet acceptabel, zo weet Van der Krieken. „De partij is voor een bindend referendum en mag daarvoor gewoon zelf een nieuw wetsvoorstel gaan indienen. Bovendien heeft de partij in ruil voor de intrekking de toezegging binnen dat de benoemingsprocedure van burgemeesters wordt gewijzigd. Let maar op: D66 gaat dan pleiten voor een direct gekozen burgemeester. Dat is namelijk een ander stokpaardje van de partij.”

Van der Krieken verwacht vooralsnog niet dat D66 voldoende steun zal krijgen voor een bindend referendum: „Dat vraagt om wijziging van de Grondwet. En daar is tweederdemeerderheid in de Tweede en de Eerste Kamer voor nodig. En die is er al enkele decennia niet.”

Noodrem

Tegenstanders wijzen erop dat bindende referenda strijden met het principe van de vertegenwoordigende democratie. Uitgangspunt van het staatsrecht is dat gekozen volksvertegenwoordigers verantwoordelijk zijn voor politieke besluiten. Dat was ook hét argument van toenmalig VVD-senator Wiegel toen hij in 1999 als enige van zijn fractie tegen de invoering van een bindend referendum stemde. Door zijn tegenstem verwiep de Eerste Kamer de wet die een volksraadpleging regelde.

Van der Krieken deelt de argumentatie van Wiegel niet. Volgens de onderzoeker past een referendum prima binnen het Nederlandse democratische systeem. „Het is er een aanvulling op. De bevolking kan aan de noodrem trekken als het parlement wetten goedkeurt die niet kunnen rekenen op voldoende steun onder de bevolking. Vrijwel alle Europese landen kennen volksraadplegingen.

Ik ken het tegenargument dat burgers bij het maken van een keus vooral naar het eigen belang zouden kijken, en niet naar het algemeen belang. Maar dat klopt slechts ten dele als we naar de feiten kijken. Na het Oekraïnereferendum is onderzoek gedaan naar de stemmotieven van kiezers. En daaruit blijkt dat de tegenstemmers niet zozeer een proteststem wilden laten horen tegen Europa, maar vooral bezorgd zijn over de corruptie in Oekraïne en bang zijn dat het land lid zal worden van de Europese Unie.”

Vrouwenkiesrecht

Het Oekraïnereferendum heeft wel een omslag in het denken gebracht, denkt de Tilburgse onderzoeker. „Nog meer politici zien volksraadplegingen nu als een potentiële doorkruising van hun plannen. Verder vrezen dat zij dat het vertrouwen van de bevolking in hen verder afneemt. De negatieve ervaringen in het buitenland, met name rond de brexit, spelen daarbij ook een rol.”

Van der Krieken vindt dat Nederland rustig de tijd moet nemen om aan referenda te wennen. „We moeten niet te snel oordelen over het referenduminstrument. We hebben nu slechts één concreet voorbeeld. Je kunt niet bij een eerste referendum verwachten dat alles goed gaat. Leer van de gemaakte fouten en pas het instrument daarop aan.”

Als voorbeeld noemt de Tilburgse onderzoeker de gesubsidieerde bedrukte wc-rollen in de campagne voorafgaand aan het Oekraïnereferendum. Die zorgden voor de nodige opschudding. „In plaats van de Wet raadgevend referendum af te schaffen omwille van de veelbesproken wc-rollen –zoals sommigen suggereerden– zou je ook de regels voor subsidie kunnen wijzigen om dit soort uitwassen onmogelijk te maken.”

Van der Krieken: „Het kiesrecht hebben we door de tijd heen ook niet ongewijzigd gelaten. In 1917 kwam er algemeen kiesrecht voor mannen. Daarvoor mochten alleen de rijken stemmen, zo’n 10 procent van de mannen. In 1919 kregen vrouwen actief kiesrecht. Zo is het ook met de invoering van een referendum. Het is een proces waar je de tijd voor moet nemen en waar je mee moet oefenen. Referenderen moet je leren.”

Regeerakkoord

„Het raadgevend referendum is enige jaren geleden geïntroduceerd als opmaat naar een correctief bindend referendum. De politieke steun voor het correctief bindend referendum is sindsdien afgebrokkeld en is daarmee als beoogd einddoel voorlopig uit zicht. Het nationaal raadgevend referendum heeft als tussenstap niet gebracht wat ervan werd verwacht, onder meer door een controverse over de wijze van aanvragen en verschillende interpretaties van de uitslag. Het kabinet wil daarom een pas op de plaats maken. De Wet raadgevend referendum wordt ingetrokken.”

Soorten en maten

- Raadgevend referendum. Dat is wat Nederland heeft. Het volk neemt daarvoor het initiatief. Een raadgevend referendum kan bindend of adviserend zijn. In ons land is het adviserend. De overheid besluit wat er met de uitslag gebeurt.

- Raadplegend referendum. Hiervoor neemt de politiek het initiatief. Zo’n referendum heeft Nederland niet. Een raadplegend referendum kan bindend of niet-bindend zijn.

- Correctief referendum. Hiermee kan de bevolking door de overheid genomen besluiten tegenhouden. De overheid is gehouden om zich neer te leggen bij de wens van het volk.

- Burgemeestersreferendum. Gemeenten (en provincies) kunnen volksraadplegingen houden als ze een referendumverordening opstellen. Deze mag niet tegen bestaande wetgeving ingaan. Tot 2009 konden gemeenten een raadplegend burgemeestersreferendum houden. De gemeenteraad selecteerde twee kandidaten en de inwoners konden dan hun voorkeur uitspreken. De overheid heeft hier een eind aan gemaakt omdat de opkomstpercentages heel laag waren en de gevolgen voor de verliezer aanzienlijk.

Stand van zaken Nederland

Burgers in ons land hebben sinds 1 juli 2015 de mogelijkheid om een raadgevend referendum aan te vragen. Het moet gaan over wetten of verdragen die zijn aangenomen door de Tweede en de Eerste Kamer, maar nog niet zijn ingegaan. Een volksraadpleging over het Koninklijk Huis of begrotingen van ministeries mag niet. Voor een raadgevend referendum zijn ten minste 300.000 handtekeningen nodig.

Het raadgevend referendum moest de opmaat vormen voor een correctief referendum. Daarvoor bestaat onvoldoende politiek draagvlak. Hiervoor is een grondwetswijziging nodig die steun krijgt van een tweederdemeerderheid in Tweede Kamer en Eerste Kamer. En die is er nu niet.

De Wet raadgevend referendum heeft één keer geleid tot een volksraadpleging, in april vorig jaar. Het ging toen over de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne. Ruim 30 procent van de kiesgerechtigden gaf gehoor aan de oproep en van hen stemde ruim 60 procent tegen.

In maart volgend jaar, tegelijk met de gemeenteraadsverkiezingen, vindt opnieuw een referendum plaats. Dat gaat over de vernieuwde Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, in de volksmond ook wel sleepwet genoemd. Deze wet geeft de inlichtingendiensten AIVD en MIVD de mogelijkheid om massaal onlinecommunicatie af te luisteren en te hacken, ook als mensen niet verdacht zijn.

50PLUS heeft al aangekondigd dat het ook een raadgevend referendum wil over de afschaffing van de wet-Hillen, oftewel de invoering van de aflosboete. Het is echter de vraag of de Wet raadgevend referendum dan nog van kracht is.

In Nederland werd in 2005 ook een raadgevend referendum gehouden. Dat ging over de Europese grondwet. Voor deze raadpleging was een speciale wet gemaakt die alleen een volksraadpleging over de Europese grondwet mogelijk maakte.

Stand van zaken Europa

In Denemarken, Ierland, Oostenrijk en Zwitserland zijn regeringen verplicht om bij belangrijke besluiten een referendum uit te schrijven. De uitslag is bindend.

Regeringen in Frankrijk, Italië en Liechtenstein kúnnen het volk een beslissing voorleggen. Het is niet verplicht. Maar als de overheden dat wel doen, moeten ze de uitslag respecteren.

Ook in België, Griekenland, Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk en Zweden kunnen regeringen op vrijwillige basis inwoners naar hun mening vragen over wetten. De uitkomst van de referenda in die landen is níét bindend.

Daarnaast hebben Italië, Oostenrijk en Zwitserland het recht op een volksinitiatief wettelijk vastgelegd. Spanje hoort ook in dit rijtje thuis. Daar hebben burgers nog meer inspraak, want daar zijn ook bindende en niet-bindende referenda.

Voor- en nadelen

Voordelen

1. Goede aanvulling op de democratie. Kiezers kunnen zich vaker uitspreken dan eens in de vier jaar.

2. Vergroot binding tussen kiezer en gekozenen. Politici moeten vaker het land in om met burgers te discussiëren.

3. Draagvlak voor politieke beslissingen neemt toe. Als kiezers zich in meerderheid voor of tegen uitspreken, weet de politiek wat de kiezer wil.

4. Betrokkenheid van de samenleving bij politieke vraagstukken groeit. In de samenleving ontstaat meer debat over het vraagstuk dat in het referendum aan de orde is.

5. Politici leren zich bescheidener op te stellen. Ze doen er goed aan om te bezien of er voor hun standpunt draagvlak is in de samenleving.

Nadelen

1. Past niet binnen het huidige stelsel waarbij politici de afwegingen maken. Een kiezer kijkt vaker naar het eigenbelang.

2. Burgers kunnen minder goed afgewogen oordeel vellen omdat ze vaak niet alle in- en outs van de desbetreffende wet kennen. De werkelijkheid wordt versimpeld.

3. Nee-stemmers zijn gedrevener dan ja-stemmers, waardoor een onjuist beeld ontstaat over de opvattingen van burgers.

4. De uitslag is soms moeilijk te duiden. Gaat de stem echt in op het onderwerp dat voorligt? Of willen kiezers er iets anders mee zeggen?

5. Werkt vertragend. Het is moeilijk te duiden welk alternatief de kiezers wel willen als ze een wet afwijzen.