Reconstructie: van maatwerk, hup, naar maximaal dertig

Kerk en corona
Grapperhaus bezoekt een kerk in coronatijd. beeld RD

„Álle kerkgenootschappen hebben gezegd: slechts dertig kerkgangers”, zei premier Rutte maandag. Een uitgekiende zet, waarbij het waarheidsgehalte van die bewering nogal twijfelachtig is.

„Er zijn uitzonderingen op de groepsgrootte”, klinkt het op het ministerie van Justitie. Het is maandag 28 september en premier Rutte geeft samen met zorgminister De Jonge een toelichting op het nieuwe coronabeleid.

De kern? De zorgelijke stijging van het aantal coronabesmettingen maakte nieuwe ingrepen noodzakelijk. In veel maatschappelijke sectoren moet het onderlinge samenzijn weer aan banden worden gelegd. Niet overal. Uitzonderingen zijn er onder meer voor „strikt noodzakelijke werkbijeenkomsten” en voor „demonstraties.” Ook voor „zalen met een groot cultureel belang” is er maatwerk mogelijk, terwijl in het rijtje uitzonderingen met nadruk óók de kerken worden genoemd.

Aan het eind van de persconferentie kondigt Rutte aan dat minister van Eredienst Ferd Grapperhaus en de kerken, net als tijdens de eerste coronagolf, weer periodiek gaan overleggen. De premier is complimenteus: bijna alle kerken passen de voorschriften zorgvuldig toe.

De eerste gezagsdrager die de kerken toch wil binden aan een maximumnorm voor de groepsgrootte is de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema. Zij noemt vrijdag in een dringend advies het aantal van dertig personen. Landelijk wordt de uitzonderingsbepaling ter discussie gesteld wanneer regionale media zaterdag melden dat de hersteld hervormde gemeente in Staphorst voornemens zou zijn diensten te gaan beleggen met zeshonderd man.

De kerk heeft fors geïnvesteerd in een ventilatiesysteem dat voldoet aan de RIVM-richtlijnen, naar verluidt voor 350.000 euro, en de kerkgangers worden verdeeld over drie aparte zalen. Maar die ‘nuances’ vallen weg.

Gealarmeerd door de mediahype besluit een „ernstig bezorgde” minister Grapperhaus nog diezelfde avond de kerken per brief te benaderen. Wees zo voorzichtig mogelijk en tref indien nodig extra maatregelen, is zijn hartenkreet. Door hoeveel kerken zijn oproep zaterdagavond nog is opgemerkt is onduidelijk.

Het tumult over Staphorst komt op een precair moment: aan de vooravond van het debat dat het kabinet later die week met de Tweede Kamer moet voeren over de nieuwe coronawet. Die wet beoogt onder meer de maatwerkmogelijkheden voor kerken juridisch te verankeren. Bij excessen kan de overheid ingrijpen, maar om de eigenstandige positie ten opzichte van religieuze groeperingen te onderstrepen, komt zij wat meer op afstand te staan.

Wil Grapperhaus nog voor de behandeling van die wet laten zien dat de overheid het wel degelijk aandurft de kerken de maat te nemen? Zeker is dat hij na het weekend meteen doorpakt. Het overleg dat hij vrijdag deze week met de kerken zou hebben, wordt vervroegd naar maandagochtend, zo kondigt hij aan.

Grapperhaus voert het overleg digitaal vanuit het Tweede Kamergebouw, voor en na een Kamerdebat over het Europees Openbaar Ministerie. Twee keer laat hij zich over het besprokene informeren; eerst voordat het communiqué wordt opgesteld, en vervolgens ook daarna. Beide keren betreft het een overleg van drie kwartier.

Meteen na het overleg, als de woordvoerders van het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken (CIO) nog doende zijn de gemaakte afspraken uit te werken in een communiqué, vatten hij en ook Rutte al samen wat er tijdens het overleg zou zijn besproken. De meest pikante samenvatting is van de premier. Hij verzekert dat „ook de koepel waar de Staphorster kerk onder valt” met de maximumnorm van slechts dertig kerkgangers zou hebben ingestemd. Daarmee doelt hij op SGP-senator Schalk, de vertegenwoordiger van de reformatorische kerken binnen het CIO. Gevraagd naar deze opmerking neemt deze maandagavond echter afstand: „Deze rigide samenvatting laat ik geheel voor rekening van de premier”, aldus Schalk.

Over de vraag waarom het CIO zich tijdens dat overleg zo meegaand betoonde, doen meerdere verklaringen de ronde. Niet uit te sluiten is dat het komende debat over de coronawet een belangrijke overweging is geweest. In dat geval zou de redenering zijn geweest: „We kunnen maar beter nu de gang van zaken in Staphorst een exces noemen, onze goede wil tonen en een stevig gebaar maken. Dan komt deze nare ophef in het debat over de coronawet woensdag en donderdag hopelijk niet meer aan bod en blijven kerken verder buiten schot.”

Of de keus van het CIO om stevig in het eigen vlees te snijden kan voorkomen dat de Tweede Kamer tijdens het debat over de coronawet nóg strengere maatregelen voor de kerken gaat voorstellen, moet echter nog blijken. Het gevaar is reëel dat een meerderheid het „dringend advies” van Grapperhaus aan de kerken om het communiqué na te leven te mager vindt en er alsnog voor zal pleiten dat de vrijblijvendheid verandert in een plicht.